De geschiedenis van het hedendaagse Engels


De geschiedenis van een betreurenswaardige ontwikkeling, waardoor zulke wezenlijke woorden als 'geest' en 'ziel' in het Engels hun oorspronkelijke, inzichtelijke betekenis hebben verloren.

Bevolking van Engeland
De oorspronkelijke bewoners van Engeland waren de Britten, Scoten en Picten, die een Keltische (Indo-Germaanse) taal spraken. Na het vertrek van de Romeinen uit Engeland begin 5e eeuw, werd het land in de eeuwen daarna door Germaanse stammen uit de kustgebieden van de Noordzee bevolkt, vooral door Angelen en Juten (Denemarken), en Saksen (Duitsland). De talen van al deze stammen vermengden zich en vormden ten slotte het oorspronkelijke, (Noordwest-Germaanse) Angel-Saksisch: het Oud Engels.
Door de daarop volgende kerstening van Engeland werd het Oud Engels beïnvloed door het Latijn en daar kwamen ook nog eens Deense invloeden bij door de invallen van de Noormannen.
Het woord Engeland is afkomstig van Angelen-land.

Het Oud Engels
Het Oud Engels was een taal die fonetisch werd geschreven. Het alfabet had 24 letters, maar andere dan in het moderne Engels. Er werden ook enkele letters gebruikt die nu niet meer bestaan. Het was een taal met veel verbuigingen en vervoegingen, het onderscheidde verschil in geslacht en werkwoorden werden vervoegd naar tijd, wijs en persoon. De woordvolgorde in een zin was daardoor minder belangrijk.
Er bestonden in Engeland meerdere dialecten van het Oud Engels, maar het West-Saksische dialect kwam in de geschriften het meest voor. Er waren in die tijd zeven koninkrijkjes in Engeland. In de 9e eeuw heeft een van de koningen - Alfred de Grote - ervoor gezorgd dat het Oud Engels ook werd onderwezen en geschreven.
Veel van die geschriften zijn echter verloren gegaan toen de kloosters werden verwoest door de Vikingen en later door Hendrik VIII. Wat bewaard is gebleven, is verzameld in vier manuscripten. Het bekendste is het heldendicht Beowulf.

Willem de Veroveraar en de veldslag bij Hastings in 1066
Een eeuw later viel Willem de Veroveraar (1028 - 1087) Engeland binnen vanuit Normandië, hij veroverde het land en hield het bezet. Willem de Veroveraar (of ook de Bastaard) was de zoon van een Normandische hertog, maar ook een ver familielid van koning Edward de Belijder uit Engeland. Hij meende dat hij daardoor aanspraak kon maken op zijn troon en stelde zelfs dat Edward hem die ooit had beloofd. Edward maakte op zijn sterfbed echter Harold Godwinson tot koning. Willem nam dit niet en trok daarop met een groot leger naar Engeland met het doel de troon gewapenderhand te veroveren. In de veldslag bij Hastings aan de zuidkust in 1066 versloeg hij de Engelse koning Harold en veroverde daarna een groot deel van Engeland.

Ingrijpende veranderingen in Engeland: een cultuuromslag
Willem wilde van Engeland een eenheid maken, wat hij bereikte door oorlogvoering tegen de oorspronkelijke bevolking en door het invoeren van het feodale stelsel. Hij verving de Engelse adel door hem trouwe Normandiërs en beloonde hen met een stuk land in leen. Zij werden zijn leenheren en zo verzekerde Willem zich van hun steun, en hield hij het bestuur van het land in handen. Hij voerde een nepotistisch beleid (vriendjespolitiek) waardoor de oorspronkelijke Engelse adel uit de weg werd geruimd.
Hij liet overal kastelen bouwen en reorganiseerde kerken en kloosters. De meerderheid van de abten en bisschoppen waren daardoor ten slotte van Normandische afkomst. Ook in de rechtspraak voerde hij veranderingen door.
Er was onder de oorspronkelijke bevolking in Engeland veel verzet tegen Willem en hij moest regelmatig opstanden hardhandig neerslaan.

De ontwikkeling van de Engelse taal
Doordat Willem de bovenlaag van de bevolking had vervangen door Normandische edelen en anderen die hem hadden geholpen, werd het Normandische Frans de taal van die nieuwe bovenlaag. Dit Frans - Frans, gesproken door Noormannen van komaf - werd de gebruikelijke taal en het spreken van de taal van deze bezetters werd als een teken van beschaving(!) gezien.
Bovendien werden officiële documenten alleen in het Latijn geschreven. Het Oud Engels van vóór de inval in het land werd daardoor nauwelijks meer geschreven en niet meer onderwezen. Het werd alleen nog gesproken door de onderlaag van de bevolking en de boeren, die zich overheerst voelden door de bezetters, de Normandiërs die nu de adel vormden.

In de ontwikkeling van de Engelse taal zijn drie perioden te onderscheiden:
Oud Engels: ca. 500-1100
Middel Engels: ca. 1100-1500
Modern Engels: vanaf 1500

Het Oud Engels was in de loop van de tijd van de eerste taal tot de derde taal van het land geworden. Veel woorden uit het Normandische Frans en later uit het gewone Frans, en ook uit het Latijn, werden overgenomen in het Engels, wat invloed had op de grammatica, spelling en woordenschat, en op de uitspraak van de klinkers (de 'vowelshift'). Het aantal vervoegingen en verbuigingen nam af en de 'vreemde' letters van het Oud Engelse alfabet verdwenen. Een groot aantal woorden werd uit het Frans overgenomen; daardoor kwamen er meerdere woorden voor hetzelfde begrip, wat niet alleen een verfijning van de taal betekende, maar ook vervaging en daardoor verwisseling van de woordbetekenis met zich meebracht.
Daarnaast voerde het nu van oorsprong Normandische koningshuis van het Engeland van die tijd, tussen 1337 en 1453 in Frankrijk een reeks oorlogen, die samen de Honderdjarige Oorlog worden genoemd, waarbij het deze keer om het koningsschap van Frankrijk ging. Dat veroorzaakte opnieuw dat Franse woorden in het Engels terechtkwamen.

Door deze sterke vermenging van beide culturen hebben de Engelsen een groot aantal Franse woorden in hun van oorsprong Germaanse (want Angel-Saksische) taal overgenomen; ook werden de klinkers ten slotte geheel anders uitgesproken dan in Germaanse talen gebruikelijk is, doordat de Normandische adel zich wilde blijven onderscheiden van het volk. Het hedendaagse Engels is daardoor in Europa in feite een aparte taal, een Germaans-Romaanse 'mengtaal' geworden.
Men zegt bijvoorbeeld dat 'language' een Engels woord is, maar in feite is het een Latijns woord: 'lingua' ('tong', 'taal'), dat door de van oorsprong Keltisch sprekende Galliërs in Frankrijk van de Romeinse bezetters is overgenomen als: 'langue' en dat nu door de Engelsen, die dat woord weer van de Franse bezetters overnamen, als 'language' wordt uitgesproken.
Zo is het met veel woorden in het hedendaagse Engels gegaan. De van oorsprong Germaanse Angelen en Saksen spreken hun eigen - Oud Engelse - taal niet meer, maar een 'leenwoordentaal' die voor de helft uit de Romaanse taalgroep afkomstig is.

Latijnse invloed
Door deze grote, van oorsprong Latijnse invloed op het Engels zijn veel Germaanse woorden verdrongen of hebben hun oorspronkelijke betekenis verloren. Daardoor heeft het woord 'ghost' de betekenis 'geest' als: 'het onstoffelijke, zelfstandige wezen' verloren; het betekent nu slechts 'spook', terwijl het Latijnse woord 'spiritus' in de vorm van 'spirit' de plaats ervan heeft overgenomen.
Daarnaast heeft echter ook het woord 'mind' (van 'to mean': menen, denken) de betekenis 'geest' gekregen. Terwijl door de, op de vorige pagina genoemde, ontwikkeling van de betekenissen van het Griekse 'pneuma' ('geest') en 'psyche' ('ziel') het woord 'soul' ('ziel') ook de betekenis van 'geest' kreeg... wat tot de huidige verwarring van betekenissen leidde.

Het beste is deze betreurenswaardige ontwikkeling voor lief te nemen en te besluiten de nog steeds bestaande Engelse voorliefde voor het Latijn te volgen en voor 'geest' in het Engels het Latijnse 'spiritus' te kiezen.
[Het is namelijk noodzakelijk een duidelijk onderscheid te maken tussen 'geest' en 'ziel' om de wisselwerking tussen de geest en zijn hersenen te kunnen beschrijven. Door de werkzaamheid van de geestelijke vermogens binnen de geest - die zich aan je voordoet als een bolvormige wolk van licht en warmte - ontstaat er rondom de geest een geestelijke uitstraling, waarin de geest als het ware 'woont'... en 'woning', 'zaal' is de oorspronkelijke betekenis van het woord 'ziel'.
Werkzame hersencellen (neuronen) hebben door de prikkelverwerking over het membraan, de celwand heen, ook een uitstraling om zich heen, een magnetische uitstraling (die als het Magneto Encephalogram, MEG is te meten). Die twee uitstralingen vermengen zich met elkaar en zo is er een wisselwerking tussen geest en hersenschors mogelijk. De ziel speelt de onmisbare rol van overdrachtsmiddel tussen de geest en zijn hersenen.
Zie hiervoor in het Menu bij 'godsaanwijzingen' nr. 16. Hoe verloopt de wisselwerking tussen de geest en zijn hersenen (Freek)]

Bron o.a.:
R.J. Koning en L. van Lierop - De invloed van de 'Battle of Hastings' en van Willem de Veroveraar op de Engelse taal

In de huidige Engelse taal is 26% van de woorden van Germaanse oorsprong, 29% van Franse oorsprong, 29% van Latijnse oorsprong, 6% van Griekse oorsprong, 6% van andere talen en 4% van eigennamen. M.a.w. het huidige Engels is van oorsprong weliswaar een Germaanse taal, maar waarin een groot aantal woorden uit het Frans en Latijn zijn overgenomen en uit het Latijn nog steeds worden overnomen (b.v. stress, balance, focus, impact).
Bron: Langfocus - Is English Really a Germanic Language?

De formule voor de drie-eenheid was in het Oud-Engels:
De Vader, de Zoon en de Heilige geest - Father Son and the Holy Ghostw
Maar heden ten dage is dat geworden: Father Son and the Holy Spirit
Als je in Merriam-Webster het woord 'ghost' invoert, krijg je als antwoord 'soul'.

Etymologie
Hieronder volgt een bespreking van de etymologie en de ontwikkeling van de begrippen van de woorden 'geest' en 'ziel', zoals dit zich in de afgelopen eeuwen in de Engelse taal heeft voorgedaan.
De bron van dit artikel is Google's AI-modus, door mij bewerkt.

Het Oud-Engelse 'gast' en 'sawol'
In het Oud-Engels schreef men 'geest' als gāst en 'ziel' als sāwol. Hoewel deze woorden de rechtstreekse voorlopers zijn van de moderne Engelse woorden ghost en soul, hadden ze in de vroege middeleeuwen een bredere en deels andere betekenis dan nu.

1. Geest: gāst
Het Oud-Engelse woord gāst (soms geschreven als gǣst) stamt af van het Proto-Germaanse *gaistaz. Dit verwante woord van het Nederlandse 'geest' had destijds de volgende betekenissen:
- Adem en levenskracht: de meest letterlijke en oorspronkelijke betekenis was de 'levenskracht' of 'adem' die een mens bezit.
- Bovennatuurlijke wezens: het werd gebruikt voor zowel goede als slechte spirituele wezens, zoals engelen, demonen en spoken.
- Religieuze betekenis: onder invloed van het christendom werd het de vertaling voor het Latijnse spiritus, zoals in Hāliga Gāst (de Heilige Geest).
- Let op de etymologie: de oerwortel van het woord 'geest' is gekoppeld aan emoties zoals opwinding, angst of woede (denk aan het Engelse aghast of ghastly). Pas veel later in de geschiedenis verschoof de betekenis specifiek naar de verschijning van een overledene (een spook).

2. Ziel: sāwol
Het Oud-Engelse woord sāwol (ook geschreven als sāwel of sāwul) is de directe voorloper van het Nederlandse 'ziel' en het Engelse soul. De betekenislaag in het Oud-Engels omvatte:
- Het innerlijke zelf: het verwees naar het onstoffelijke, denkende en voelende deel van de mens, in directe tegenstelling tot het fysieke lichaam (līchama).
- Levend wezen: het werd gebruikt om een 'levend wezen' of iemands gehele 'bestaan' aan te duiden.
- Onsterfelijk principe: in christelijke Oud-Engelse teksten was het de vaste vertaling van het Latijnse anima, het onsterfelijke deel van de mens, dat na de dood voortleeft en verantwoording moet afleggen aan God.

Het belangrijkste verschil in die tijd
Waar sāwol (ziel) werd gezien als de individuele essentie [het wezen], het morele kompas en de specifieke identiteit van een persoon, was gāst (geest) meer de werkzame, bewegende levenskracht, de adem, of een externe, spirituele entiteit.
Het Oud-Engelse, epische gedicht Beowulf vertoont een samensmelting van Germaanse heldencultuur en het vroege christendom, waarbij de Oud-Engelse termen 'sāwol' en 'gāst' in het middelpunt staan. De passages tonen 'sawol' als de onsterfelijke ziel die na de dood het lichaam verlaat, en 'gæst' als de demonische geest die 'Grendel' (demon, trol of mythisch wezen) heet.

Geest
De diepere etymologische betekenis van het Oud-Engelse woord gāst (en het Nederlandse 'geest' en Duitse ‘Geist’) draait om krachtige beweging, opwinding en angst.
Waar het woord 'ziel' (sāwol) waarschijnlijk verbonden is met de rust van het water ['saiwala' betekent: meer, binnenzee], is gāst van oorsprong een woord van zuivere, bewegende kracht en gevoelsmatige opwinding.
De etymologische ontwikkeling van het woord laat zich als volgt ontleden:
1. De Indo-Europese oerwortel: *gheis-
Als we teruggaan naar de prehistorische oertaal (het Proto-Indo-Europees), komt het woord geest van de wortel *gheis- (of *ghēizd-).
- De betekenis van deze oerstam was: ‘onverschrokken zijn', 'buiten zichzelf zijn van woede of angst', of ‘angst inboezemen'.
- Het woord verwees dus oorspronkelijk niet naar een onstoffelijk wezen, maar naar een heftige, geestelijke staat: een toestand waarin een mens door een intense emotie of bovennatuurlijke kracht werd gegrepen of 'bewogen'.
2. De verschuiving in het Proto-Germaans: *gaistaz
In de Germaanse talen ontwikkelde deze wortel zich tot *gaistaz. Hier begon de betekenis zich te splitsen in twee richtingen, die heel begrijpelijk met elkaar zijn verbonden:
- De innerlijke emotie: het gevoel van diepe, adembenemende ontzetting.
- De externe oorzaak: de onzichtbare, bovennatuurlijke kracht of entiteit die deze angst of extase veroorzaakte.
Hierdoor ging het woord in de vroege Germaanse talen zowel 'levensadem' (de onzichtbare beweging in het lichaam) als 'bovennatuurlijk wezen' (de onzichtbare kracht buiten het lichaam) betekenen.
3. Sporen in het moderne Engels
Omdat het Oud-Engelse gāst deze wortel van 'angst en ontzetting' had, zien we die betekenislaag vandaag de dag nog steeds terug in een paar specifieke moderne Engelse woorden. Deze woorden hebben zich losgemaakt van de religieuze betekenis (zoals Holy Ghost), maar dragen de prehistorische betekenis nog in zich:
- Aghast: dit betekent 'met ontzetting geslagen' of 'verstijfd van schrik'. Letterlijk betekent het historisch gezien: 'door een gāst (angst/geest) gegrepen'.
- Ghastly: dit betekent 'ijzingwekkend', 'griezelig' of 'doodsbleek'. Het verwijst direct naar iets dat de prehistorische emotie van *gheis- (doodsbedreigende angst) oproept.

Samengevat
De oorspronkelijke, etymologische betekenis van 'geest' (gāst) is niet een passief, zwevend spook. Het is de onzichtbare, aandrijvende kracht, die de mens in beweging brengt of angst inboezemt. Het is de oorzaak van de vurige bezieling die je overneemt als je in extase bent of van de adem die je inhoudt van schrik.

Ziel
De oorsprong van het Oud-Engelse woord sāwol (het Proto-Germaanse *saiwalō) is een fascinerend mysterie in de Germaanse taalwetenschap. Taalkundigen zijn er nog altijd niet geheel uit, maar de leidende theorieën verbinden onze ziel met de oerkrachten van de natuur.
Dit zijn de drie belangrijkste theorieën over waar sāwol vandaan komt:
1. De populairste theorie: de Ziel en de Zee
De meest geaccepteerde en poëtische theorie verbindt sāwol rechtstreeks met het Proto-Germaanse woord voor de zee of een groot meer: *saiwiz (waar ook het Nederlandse woord 'zee' en het Duitse 'See' vandaan komen).
- Betekenis: onder deze theorie betekende sāwol oorspronkelijk 'dat, wat uit de zee komt' of 'behorend tot de zee'.

- De mythe: vóór de kerstening geloofden de vroege Germanen dat de zielen van de ongeborenen en de overledenen rustten in heilige, diepe meren of de oceaan. Het water was een portaal: je ziel kwam bij de geboorte uit het water en keerde er na de dood weer naar terug.
- Taalkundig bewijs: deze theorie wordt versterkt door parallellen in naburige culturen. Zo leenden de Sámi (Lappen) destijds het Germaanse concept en verbonden dit aan hun Sávjë: een spiritueel dodenrijk dat zich specifiek bevond onder heilige meren met een dubbele bodem.
2. De theorie van Kracht en Woede
Een andere taalkundige stroming zoekt de oorsprong nog verder terug, in het Proto-Indo-Europees (de oertaal van bijna heel Europa). Zij linken het woord aan de wortel *seh₂y-.
- Betekenis: deze stam is direct gekoppeld aan begrippen als 'hevigheid', 'kracht' of 'woede'.
- Verwante woorden: als deze theorie klopt, is sāwol in de verte familie van het Latijnse woord saevus ('wild' of 'woest') en het Oud-Ierse saeth ('pijn' of 'moeite'). De ziel werd hierbij dus gezien als de bron van intense innerlijke emotie, passie en vitale levensenergie.
3. De theorie van het Zelf
Een derde, compactere theorie stelt dat sāwol voortkomt uit een vroege Germaanse reflex van het woord voor 'zelf' (*se-, net als in het moderne 'zich' of het Engelse self). De ziel was in die optiek eenvoudig de ultieme taalkundige personificatie van de eigen identiteit: het 'pure zelf'.

Waarom is dit uniek?
Wat de etymologie van sāwol zo bijzonder maakt, is dat het een zuiver Germaans woord is. Wanneer vroege Europese volkeren overgingen op het christendom, namen ze voor religieuze termen vaak Latijnse of Griekse leenwoorden over. Maar voor 'ziel' hielden de Germaanse volkeren vast aan hun eigen oerwoord. Daardoor delen het Oud-Engelse sāwol, het Gotische saiwala, het Duitse Seele en het Nederlandse ziel allemaal dezelfde, mysterieuze prehistorische wortel.

De verschuiving van de betekenis
De verschuiving van gāst (en van 'geest') van een actieve levenskracht of goddelijke inspiratie naar specifiek de 'verschijning van een dode' (een spook) is een boeiend taalkundig proces. Deze transitie vond grotendeels plaats in de late middeleeuwen en de vroegmoderne tijd.
Hieronder zie je stapsgewijs hoe die betekenis verschoof:
1. De introductie van het christendom (Vroege Middeleeuwen)
In het Oud-Engels en vroege Oudnederlands was gāst nog een positieve of neutrale term. Het vertaalde het Latijnse spiritus (adem, Heilige Geest).
- De gāst was de onzichtbare, levend makende kracht [levenskracht] die God in de mens blies.
- Het stond voor de intellectuele en spirituele functies [geestelijke vermogens] van de levende mens.

2. Het monopolie van het woord 'ziel' op het hiernamaals
Rond de 14e en 15e eeuw (in het Middelengels en Middelnederlands) werd de taakverdeling tussen 'geest' en 'ziel' strikter:
- De ziel (soul/ziel) werd gezien als de persoonlijke entiteit, die na de dood naar de hemel of de hel ging.
- De geest (ghost/geest) bleef de term voor de wind, de adem, of een abstracte, spirituele toestand.

3. De cruciale verschuiving: de terugkeer uit de dood (Late Middeleeuwen). De echte verschuiving naar 'spook' begon toen mensen gingen geloven dat de spirituele essentie van een overledene kon terugkeren naar de aarde.
- Wanneer een overleden persoon aan de levenden verscheen, zag men niet het vlees (het lichaam), maar de onstoffelijke vorm.
- Men noemde deze verschijning de gāst of ghost van die persoon, omdat het een onzichtbare, angstaanjagende spirituele entiteit was geworden.
- In deze periode verschoof de betekenis van 'de adem/levenskracht in een levend lichaam' naar 'de restanten van de levenskracht buiten een dood lichaam'.

4. De invloed van Shakespeare's Hamlet en de King James Bible
In het Engels werd deze verschuiving definitief bezegeld in de vroegmoderne tijd.
- Rond 1600 schreef Shakespeare Hamlet. De verschijning van Hamlets overleden vader wordt in het stuk consequent aangeduid als 'the Ghost'. Dit droeg massaal bij aan de popularisering van het woord als 'spook'.
- In diezelfde periode (1611) verscheen de King James Bible. Hierin werd de Heilige Geest nog vertaald als The Holy Ghost. Vanaf dat moment vond men die term echter steeds vreemder gaan klinken, omdat ghost in het dagelijkse taalgebruik inmiddels synoniem was geworden met de griezelige verschijning van een dode. Dit is de reden waarom het moderne Engels in de 20e eeuw massaal is overgestapt op The Holy Spirit.

5. Het verschil tussen Engels en Nederlands vandaag
Hoewel beide talen min of meer dezelfde verschuiving doormaakten, liep het anders af:
- Engels (Ghost): heeft de oude betekenis van 'levenskracht' of 'verstand' bijna volledig verloren. Het betekent nu nagenoeg altijd 'spook'.
- Nederlands (Geest): is behoudender gebleven. Het Nederlands gebruikt het ook wel voor een spook ('het spookt hier/de geest van Ebby Scrooge'), maar ook nog altijd in de middeleeuwse betekenis van verstand en denkkracht (een 'gezonde geest in een gezond lichaam', een 'geestige opmerking', de 'menselijke geest' en 'geestelijke vermogens').

Bron: Google AI-modus


terug naar geest, ziel en lichaam






^