Wie is je ware zelf?


Door Nina Crox, wetenschapsjournalist en gedragspsycholoog
Kijk-artikel 3/2023

Je wilt hetzelfde zijn als andere mensen, maar ook uniek. Die ogenschijnlijke tegenstrijdigheid is voortdurend aanwezig als je op zoek gaat naar je ‘ware’ zelf. De waardering van je omgeving blijkt daarbij van doorslaggevend belang te zijn.

Google ‘Wie ben ik?’ en je krijgt miljoenen resultaten. ‘Twee slimrne stappen om een antwoord te vinden.’ ‘Ontdek vier inzichten om dichter bij jezelf te komen.’ ‘Achttien vragen om te ontdekken wie je bent.’ Het is slechts een greep uit de koppen. Je zou bijna denken dat het antwoord eenvoudig is, maar deze vraag houdt mensen soms hun leven lang bezig. Door middel van zelfhulpboeken met titels als ‘Je bent zoalsje denkt’, ‘The right mindset’ en ‘Soul Authority’, mindfulnesscursussen en therapie gaan mensen op zoek naar het antwoord op de vraag wie ‘hun ware zelf’ is.
Het antwoord is alleen niet eenduidig. De psychologie achter onze identiteit laat namelijk zien, dat wie we zijn sterk afhangt van anderen.

Standje kuddedier
Laten we eerst terugreizen naar de tijd van jagers en verzamelaars. Uit deze periode zouden psychologen de oorsprong van menselijk gedrag van nu vaak kunnen verklaren. Onze voorouders hadden al de sterke behoefte om bij de groep te horen. Als je naar voedsel zocht, kon je als jager-verzarnelaar ook zomaar de voedselbron zijn van een roofdier. En dan was het wel erg handig als je een groep gewapende medejagers bij je had. Oftewel: in je eentje was je overlevingskans een stuk kleiner.

Evolutionair gezien is het dus een nuttige eigenschap dat mensen zo graag bij een groep willen horen. En hoewel we nu in de supermarkt zoveel eten kunnen krijgen als we kunnen betalen, zonder dat we worden aangevallen door een beest, ligt dit verlangen nog diep opgeslagen in onze hersenen. We gedragen ons het liefst zoals de rest zich gedraagt. We willen geen buitenstaander zijn. Die behoefte om geaccepteerd te worden door anderen [de gemeenschapszin], de zogenoemde ‘need to belong’, is sterk. Zelfs zo sterk, dat hij in hetzelfde rijtje staat als levensbehoeften als voedsel en onderdak.

Dat stelden sociaal psychologen Roy Baumeister en Mark Leary in hun baanbrekende stuk ‘The need to belong’ uit 1995, waarin ze vele psychologische onderzoeken rond dit fenomeen bestudeerden. Ooit door een rood stoplicht gelopen, omdat de mensen naast je ook doorliepen? Je brein stond waarschijnlijk op standje kuddedier. Op basis hiervan zou je verwachten dat er een sarnenleving ontstaat van identieke mensen met identieke meningen. Maar dat is niet waar: mensen zijn namelijk tegelijkertijd gericht op zichzelf en willen zich ook van anderen onderscheiden. Hoe zit dat?
“Evolutionair gezien gebruik je de groep om te overleven, maar het draait er uiteindelijk om dat jij je genen doorgeeft,” legt sociaal psycholoog Mattheis van Leeuwen uit. Hij doet aan de Radboud Universiteit Nijmegen onderzoek naar sociale beïnvloeding. “In de basis moet je voor jezelf zorgen, voedselbronnen voor jezelf verzamelen en je voortplanten.”
Hieruit vloeit onze wens voort om uniek te zijn.

Optimal distinctiveness
Als er een evenwicht bestaat tussen op anderen lijken en uniek zijn, bereiken we iets wat psychologen ‘optimal distinctiveness’ noemen: het optimale punt waarop je tot de groep behoort, maar je wel onderscheidt. Sociaal psycholoog Marilynn Brewer introduceerde dit principe. Iedere mens heeft een zelfconcept [zelfbeeld], zei ze; je eigen idee over wie je bent. En dat heeft dus twee kanten.
Mensen zien zichzelf als deel van een groep waar ze toe behoren [gemeenschapszin], zoals hun voetbalteam, het bedrijf waar ze werken of hun familie. Aan de andere kant is ook die eigen identiteit een belangrijk onderdeel van hun zelfconcept [zelfbeeld]. Ze zien zichzelf niet alleen als voetballer bij een bepaalde club, maar bijvoorbeeld als een voetballer met een onderscheidend kapsel of een bijzondere tatoeage. En zo’n identiteit draagt uiteindelijk bij aan een positief zelfconcept.

Zelfbeeld
Omdat mensen graag een positief beeld van zichzelf willen hebben, denken ze dat er een soort optimale ratio is waar ze tevreden zijn over hun identiteit en toch ook bij de groep horen. Maar dat is een illusie. “Er bestaat niet zoiets als een eindpunt,” stelt Van Leeuwen. We zijn namelijk voortdurend in beweging. “Het ene moment willen we alleen zijn, dan met een groep mensen. Net als met eten. Je hebt honger of je zit vol en dat gaat steeds heen en weer.” Hij vergelijkt het met ons lichaam, dat ondanks veranderingen in de omgeving in evenwicht blijft door allerlei fysiologische processen. Het past zich steeds een beetje aan. Zo kunnen we ‘optimal distinctiveness’ ook zien; als een spectrum, waarop iemands identiteit steeds tussen de twee uitersten heen en weer beweegt.

Ik deel, dus ik ben
In de westerse samenleving verschuift die identiteit steeds meer richting de kant van ‘uniek’ zijn: de westerse aandacht is nu eenmaal sterk op het individu en minder op de groep gericht. “En daaruit komt de wens voort om authentiek te willen zijn,” vertelt van Leeuwen.
Authenticiteit wordt gedefinieerd als: dicht bij ons ‘ware’ zelf blijven: je gedragen in overeenstemming met je intrinsieke [persoonlijke] verlangens. Oftewel, dat je doet wat jij echt wilt en je niet laat sturen door externe oorzaken, zoals anderen.

Authenticiteit
Onderzoek laat zien hoe moeilijk het is, authentiek zijn. Een mens blijkt namelijk, verrassend genoeg, alleen authenticiteit te kunnen voelen in de nabijheid van anderen. Als je thuis in je eentje voor de tv zit te zappen, voel je je niet je ‘echte’ zelf. Je hebt namelijk pas het idee dat je authentiek bent als anderen jou zien zoals je wilt worden gezien. “Opvallend is dat we voortdurend bezig zijn om dat ‘echte zelf’ te laten beoordelen door anderen,” stelt filosoof Lammert Kamphuis.
Van Leeuwen is het daarmee eens: “We voelen ons eigenlijk alleen authentiek op de momenten dat we positieve waardering krijgen van anderen voor wie we willen zijn.” Daar komt de drang van mensen vandaan om hun reislustige zelf te delen op Instagram of hun werkende zelf te profileren op Linkedln. Dat is niet verrassend, zegt Kamphuis. Erkenning door anderen is namelijk een van de primaire behoeften van de mens.

Daarnaast kunnen we elkaar in de huidige samenleving ook steeds meer en beter in de gaten houden, waardoor we volgens Kamphuis steeds bezig zijn onszelf te laten beoordelen, zoals op social media. Je authenticiteit, je ‘ware’ zelf, wordt dus sterk gevorrnd door de erkenning van anderen. Oftewel: ik deel, dus ik ben. Daarbij hebben we het idee dat we authentiek moeten zijn om ons goed te voelen over onszelf. En die overtuiging heeft de westerse wetenschap eeuwenlang beheerst: het zou een fundamenteel aspect zijn van ons welzijn [je gewaardeerd voelen door anderen].

“Het ‘authentieke zelf’ is een vaag en subjectief concept en het ‘ware’ zelf bestaat niet.”

Aristoteles zag authenticiteit in 350 voor Christus al als het hoogste dat mensen konden bereiken. Daar komen psychologen nu langzaam van terug. Authenticiteit blijkt geen objectief construct, maar vooral een gevoel dat we als prettig ervaren. Zo kwam sociaal psycholoog Katrina Jongman-Sereno in haar promotieonderzoek uit 2016 tot de conclusie, dat het authentieke zelf een vaag en subjectief concept is. Het ‘ware’ zelf bestaat niet, stelden ook onderzoekers van de Amerikaanse Yale-universiteit in 2017. Authenticiteit is niet op een wetenschappelijke manier te meten.

We hebben vele zelven en die zijn bovendien afhankelijk van de situatie. Je bent een andere zelf als je thuis bent bij je geliefde, dan wanneer je een presentatie geeft voor collega’s.

Ubuntu
Hoewel het zelf niet echt bestaat, houden mensen sterk vast aan de wens om authentiek te zijn. “De individualistische gerichtheid van het Westen draagt daaraan bij,” legt van Leeuwen uit. “Die vertelt ons dat de wereld maakbaar is.” Dus vliegen de zelfontwikkelingscursussen en zelfhulpboeken ons om de oren. Allemaal om ons te helpen bij de levenslange zoektocht naar onszelf.

Andere culturen zijn meer op de andere kant gericht: de mens is onderdeel van een gemeenschap en die gemeenschap vormt zijn of haar identiteit. Kamphuis noemt de Afrikaanse filosofie ubuntu als mooi voorbeeld. Vrij vertaald betekent dat: ‘Een mens is een mens, omdat er anderen zijn.’ En de waarheid? Die ligt ergens in het midden. De slotsom is dat er alleen een ‘zelf’ bestaat in verbinding met andere mensen. Het ‘ik’ wil bij de groep horen én het wil uniek zijn, maar daarin wel bevestigd worden door anderen.

“En dat ‘zelf’ verandert ook weer per situatie, afhankelijk van de mensen die je omringen of de rol die je hebt,” voegt van Leeuwen toe. Dus hoeveel boeken je ook leest en hoeveel cursussen je ook volgt, een eenduidig antwoord ga je in dit leven niet krijgen. Heeft Google toch niet altijd gelijk.

Nina Crox is wetenschapsjournalist en gedragspsycholoog. Voor dit artikel raadpleegde zij onder meer de volgende bronnen:
Roy Baumeister: Stalking the True Self Through the Jungles of Authenticity. Problems, Contradictions, Inconsistencies, Disturbing Findings and a Possible Way Forward, Review of General Psychology (26 april 2019)
Roy Baumeister en Mark Leary: The Need to Belong. Desire for Interpersonal Attachments as a Fundamental Human Motivation, Psychological Bulletin (juni 1995)
Geoffrey Leonardelli e.a.: Optimal Distinctiveness Theory. A Framework for Social Identity, Social Cognition, and Intergroup Relations, Advances in Experimental Social Psychology (2010).


terug naar het overzicht

terug naar het weblog







^