William Steuart McBirnie - The Search for the Twelve Apostles


Tyndale House Publishers, Inc., 2013 - 288 pagina's
Verkrijgbaar bij Google Boeken

Wat gebeurde er met de apostelen na Jezus' opstanding? De meesten verdwenen uit de geschiedenis. Maar is dat werkelijk zo? In dit klassieke werk doorzoekt William Steuart McBirnie alle beschikbare bronnen om de levens van deze gelovige mannen na te gaan. Lees de levensbeschrijvingen van diegenen, die het dichtst bij Jezus hebben gestaan... en word aangemoedigd in je geloof!
Dr. Charles Dyer Provoost en Deken voor Onderwijs, Moody Bible Institute

Voorwoord
Simon Petrus, Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, Johannes, Filippus, Bartholomeüs, Thomas, Mattheüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, Thaddeüs, Simon, Judas Iskariot en Matthias - wat is er gebeurd met de mannen die gehoor gaven aan de oproep van Jezus om hem te volgen? Welke invloed hadden zij op de wereld? Waar zijn ze - na Jezus' opstanding en hemelvaart - naartoe gegaan en wat deden ze daar?
In deze boeiende schetsen biedt Dr. McBirnie de lezer een beschrijving van de levenservaringen van elke apostel aan. Hij verzamelde zijn informatie door naar de plaatsen te reizen waar de apostelen woonden en werkten, door het bestuderen van de Schrift en de bijbelse geschiedenis, door te luisteren naar lokale tradities en door zijn eigen literatuuronderzoek te doen.
McBirnie gaat verder waar het boek Handelingen eindigt en brengt deze mannen tot leven, terwijl hij de legenden, tradities en het echte leven van de Twaalf verkent, toen zij de grondslag van het Christendom legden.

Hoofdstuk acht - Bartholomeüs (Nathanaël)
Jezus zag Nathanaël en zei: "Dat is nu een echte Israëliet, een mens zonder bedrog." Joh. 1:47

Inhoud

1. Inleiding
2. De historische en overgeleverde verslagen over Bartholomeüs
3. De Armeense kerk
4. De berg Athos
5. Een voorstel voor een biografie van Bartholomeüs
6. Literatuur
7. Geschiedenis

1. Inleiding
De naam Bartholomeus betekent letterlijk 'zoon van Tolmai' [Hebreeuws: bar Tolmai]. Hij wordt genoemd als een van de twaalf apostelen (Mattheüs 10:3; Marcus 3:18; Lucas 6:14; Handelingen 1:13). Er is geen verdere verwijzing naar hem in het Nieuwe Testament (behalve Joh. 21:1-2 "Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. Bij het meer waren Simon Petrus en Thomas, Nathanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.") Volgens de genealogieën van de twaalf apostelen behoorde hij tot de stam van Nafthali.
Elias van Damascus, een Nestoriaan uit de negende eeuw, was de eerste die Bartholomeüs aan Nathanaël gelijkstelde. In de lijsten van de Twaalf in de eerste drie evangeliën en in Handelingen komen de namen van Filippus en Bartholomeüs altijd samen voor. In het vierde Evangelie leren we dat het Filippus was, die Nathanaël bij Jezus bracht (Johannes 1:43-51). Dit heeft velen doen geloven dat Bartholomeüs en Nathanaël dezelfde persoon zijn.

In het apocriefe Evangelie van Bartholomeüs werd de overlevering vastgelegd, dat hij het evangelie in India predikte en dat hij daarvoor een kopie van het Mattheüs-evangelie in het Hebreeuws bij zich had. In de 'Prediking van de heilige Bartholomeüs in de Oase' zou hij gepredikt hebben in de oase van Al Bahnasa. Volgens de prediking van de heilige Andreas en de heilige Bartholomeüs heeft hij als zendeling onder de Parthen gewerkt. Een andere overlevering is dat hij predikte in Phrygië in Klein-Azië.
De Handelingen van Filippus vertelt, hoe Filippus en Bartholomeüs in Hierapolis (Zuid-West Turkije) predikten en hoe Filippus werd gemarteld door zijn dijen te doorboren en ondersteboven op te hangen. Bartholomeüs ontsnapte daar echter aan het martelaarschap.
Verder zou hij hebben gepredikt in Armenië en de Armeense kerk noemt hem ook haar stichter. Een andere overlevering vermeldt dat hij in Albana, dat nu het huidige Derbend is in de Sovjet-Unie, werd gemarteld. Dit is echter dichtbij of in het oude Groot-Armenië, dus er is geen sprake van een tegenstrijdigheid in deze tradities.
Het 'Martelaarschap van de heilige Bartholomeüs' verklaart dat hij in een zak werd gedaan en in zee werd gegooid. Er is echter een ander verslag van zijn martelaarschap in de stad Albana. Deze overlevering is terug te vinden in de apostolische geschiedenis van Abdias. Van Bartholomeüs wordt beschreven dat hij de dochter van de koning genas en dat hij de leegte van het afgodsbeeld van de koning aantoonde. De koning, Polymios en vele anderen lieten zich dopen, maar de priesters en de broer van de koning, Astyages, bleven hem vijandig. Zij grepen Bartholomeüs, sloegen hem met knuppels en kruisigden hem.

  terug naar de Inhoud

2. De historische en overgeleverde verslagen over Bartholomeüs
Blijkbaar zijn de overleveringen van Bartholomeüs al lang en algemeen bekend, zoals de volgende verslagen laten zien. In 1685 vertelt Dorman Newman een verbazingwekkend volledig verhaal:
Bartholomeüs ging, voor de uitbreiding van de christelijke kerk, helemaal tot aan India; want daar vond Newman een Hebreeuws Evangelie van Mattheüs bij een aantal gelovigen, die nog steeds de Kennis van Christus levend hielden en die hem verzekerden, dat het - volgens de overlevingen van hun voorouders - aan hen was nagelaten door Bartholomeüs, toen hij in die gebieden het Evangelie predikte.
Ook het apocriefe Evangelie van Bartholomeüs bevat de overlevering, dat hij het evangelie in India verkondigde en dat hij een kopie van het evangelie van Mattheüs meebracht.
Voor een verder verslag van onze apostel wordt vermeld, dat hij uit India naar het noordwesten van Afrika ging. Bij Hierapolis in Phrygië [Zuid-West Turkije] vinden we hem terug in het gezelschap van de heilige Filippus, zoals eerder in zijn leven het geval was. Bij diens martelaarschap werd Bartholomeüs eveneens aan een kruis bevestigd, om tegelijk met hem te worden terechtgesteld; maar om een onverklaarbare reden hebben de magistraten hem er weer van af laten halen en weggezonden.

Daarna ging hij waarschijnlijk naar Lycaonia, wat Johannes Chrysostomos bevestigt - in Serm. SS. XII. Apost. - waar hij het volk in de christelijke godsdienst onderrichtte. Zijn laatste tocht was naar Albanopolis in Groot-Armenië (dezelfde plaats die Nicephorus Urbanopolis noemt, een stad in Cilicië), een plaats die helaas door lafhartigheid en geloofsafval werd gekenmerkt; daar probeerde hij het volk terug te winnen, maar werd door de gouverneur van die plaats tot kruisiging veroordeeld.
Sommigen voeren aan dat hij met zijn hoofd naar beneden werd gekruisigd; anderen dat hij eerst levend werd gevild, wat door kruisiging werd gevolgd; deze straf was niet alleen in Egypte in gebruik, maar ook onder de Perzen, de buren van deze Armeniërs, van wie zij deze barbaarse wreedheid zouden hebben overgenomen.

Theodorus (Lector 1.2.) verzekert ons, dat keizer Anastasius, die in 508 n.Chr. de stad Daras in Mesopotamië heeft gebouwd, de overblijfselen van de heilige Bartholomeus daarheen heeft overgebracht. Dat lijkt te worden tegengesproken door Gregorius van Tours, die beweerde dat het volk van het eiland Liparis, nabij Sicilië, het heeft weggehaald van de plaats waar hij heeft geleden, naar hun eiland overgebracht en er een statige kerk voor heeft gebouwd. Op welke manier het vandaar naar Beneventum in Italië is overgebracht en daarna naar het eiland in de Tiber in Rome, waar een andere kerk werd gebouwd ter ere van deze apostel, is moeilijk te achterhalen.
De Heretici [ketters] hebben naar hun gewoonte een evangelie geschreven onder de naam van de heilige Bartholomeüs, die Gelasius, Bisschop van Rome, terecht als apocrief bestempelde, daar die de naam en het beschermheerschap van de apostel onwaardig is. En er is wellicht niemand met een groter gezag dan Dionysius, de vermeende Areopagiet, die schrijft: "Die Theologie is zowel overvloedig als kleingeestig; dat Evangelie is ondoorzichtig en beknopt." 1)

De christelijke leiders in het moderne Iran zijn het eens over de zending van Bartholomeüs in de eerste eeuw: volgens de algemeen aanvaarde overlevering berust de eer om de eerste zaden van het christendom in Armenië te hebben gezaaid en ze met hun bloed te hebben besprenkeld, bij de heilige Thaddeüs en de heilige Bartholomeüs, die daarom worden vereerd als de eerste leraren van Armenië.

de vroegere Bartholomeüskerk
Het werk en martelaarschap van de H. Bartholomeüs in Armenië worden algemeen erkend door alle christelijke kerken. Er wordt gezegd dat hij na zijn prediking in Arabië, het zuiden van Perzië en aan de grenzen van India, verder ging naar Armenië, waar hij het martelaarschap onderging door levend te worden gevild en vervolgens te worden gekruisigd, met het hoofd naar beneden; dat gebeurde in Albac of Albanopolis, nabij Bashkale [Bashkale Albayrak Bartholomeuskerk, nu in Oost-Turkije].
De zendingsarbeid van St. Bartholomeus in Armenië duurde zestien jaar. 2)


ruïne van de Bartholomeüskerk
In 'A History of Eastern Christianity' schrijft Aziz Atiya: De eerste leraren van Armenië waren de heilige Thaddaeüs en de heilige Bartholomeüs, wier heiligdommen nog steeds in Artaz (Macoo) en Alpac (Bashkale) in het zuidoosten van Turkije staan en die altijd door Armeniërs zijn vereerd.
Een populaire overlevering van hen schrijft de eerste evangelisatie van Armenië toe aan de apostelen Judas Thaddaeüs, die volgens hun chronologie in de jaren 43 tot 66 n.Chr. in dat land doorbracht en in het jaar 60 n.Chr. werd vergezeld door de heilige Bartholomeüs, die in 68 na Christus in Albanopolis werd vermoord. [Nu Derbend, Dagestan, aan de Kaspische Zee].
Bovendien wordt in de annalen van de Armeense martelarengeschiedenis verwezen naar een groot aantal martelaren in het apostolische tijdperk. Een duizendtal slachtoffers, onder wie mannen en vrouwen van adellijke afkomst, kwamen om het leven tijdens de zending van de H. Thaddaeüs, terwijl anderen omkwamen tijdens de zending van de H. Bartholomeüs.
Bij twee gelegenheden verwijst Eusebius (VI, xlvi) in zijn kerkelijke geschiedenis naar de Armeniërs. Hij verklaart dat Dionysius van Alexandrië, leerling van Origenes, een brief heeft geschreven "met berouw", "aan de Armeniërs... wier bisschop Meruzanes was...". 3)

Dr. Edgar Goodspeed roert ook het onderwerp van de zending van Bartholomeüs aan:
We moeten ook niet vergeten dat 'India' een term was die in de Oudheid zeer ruim werd gebruikt, zoals de verklaring dat Bartholomeüs daarheen ging als een zendeling en "het Evangelie van Mattheüs in het Hebreeuws" meenam. Eusebius verklaart in zijn Kerkgeschiedenis (v:10:12), dat rond de tijd van de toetreding van Commodus, na 180 n.Chr., Pantaenus, de belangrijkste leraar in de kerk van Alexandrië, als zendeling tot aan India werd gezonden. Hij gaat verder met te zeggen dat Bartholomeüs hun het Evangelie van Matteüs "in het Hebreeuws" had gepredikt en aan hen had gegeven, een zeer treffende bevinding!
Inderdaad wordt er wel gezegd dat het begrip 'India' in de eerste eeuw zeer ruim werd genomen, omdat eronder werd verstaan dat India aan de Bosporus begon.
Alexander de Grote's mars naar India had - drie en een halve eeuw voor het begin van de christelijke missie - veel gedaan om het grote Parthische achterland voor de westerse geest te openen. Hij had het meest oostelijke deel van de zijrivieren van de Indus-rivier bereikt, voordat hij zich naar het zuiden naar de Indische Oceaan en vervolgens weer naar het westen wendde. Zijn grote opmars en de zeventig steden die hij had gebouwd of gesticht, hadden in zekere mate de weg naar India al geopend. 4)

Het verhaal van Bartholomeüs' werkzaamheid in Perzië was al vroeg bekend. Pantaenus, een filosoof van de Stoïcijnse school in Alexandrië (waar - vanaf de tijd van Marcus de evangelist - de kerkelijke leraren altijd geleerden waren, voorzichtig, behoedzaam en belezen, zowel in de Bijbelse als in de wereldlijke literatuur), was, volgens een oude overlevering op verzoek van de leiders van Egypte door Demetrius, de bisschop van Alexandrië, naar India gezonden. Daar was hij er achter gekomen dat Bartholomeüs, één van de twaalf Apostelen, de komst van de Heer Jezus had gepredikt volgens het evangelie van Mattheüs. Bij zijn terugkeer naar Alexandrië bracht hij dit Hebreeuwse geschrift mee. 5)

William Barclay noemt twee legendes van de heilige Hiëronymus die het volgende vermelden:
Verreweg het meest interessante vermoeden komt van Hiëronymus zelf. Hij geeft de suggestie door dat Bartholomeus de enige van de twaalf was, die van adellijke afkomst was. Zoals we hebben gezien, betekent zijn naam: 'zoon van Tolmai', of mogelijk zoon van Talmai. In 2 Samuël 3:3 wordt melding gemaakt van ene Talmai, die koning van Gesjoer was; deze Talmai had een dochter die Maakah heette; en zij werd de moeder van Absalom, een zoon die zij aan David heeft gebaard. De suggestie is dat Bartholomeüs van deze Talmai afstamde en dat hij daarom van niets minder dan van koninklijke afkomst was.
Later ontstond er nog een ander verhaal. Het tweede deel van Bartholomeus' naam zou verbonden zijn met Ptolemaeus, en hij zou 'zoon van Ptolemaeus' kunnen worden genoemd. De Griekse Ptolemaeën waren koningen van Egypte en er werd gezegd dat hij verbonden was met het koningshuis van Egypte.
Het kan niet worden beweerd dat deze suggesties echt aannemelijk zijn, maar het zou van het grootste belang zijn als in de apostolische groep iemand van koninklijke afkomst was, die in volmaakte gemeenschap met de nederige vissers van Galilea zou leven.

  terug naar de Inhoud

3. De Armeense kerk
Er wordt van Bartholomeüs gezegd dat hij in Armenië heeft gepredikt en de Armeense kerk beweert stellig dat hij haar stichter is; hij zou gemarteld zijn in Albana, de huidige Derbend. Het martelaarschap van Bartholomeüs wordt in de apostolische geschiedenis van Abdias beschreven; hoewel van zijn dood ook wordt gezegd, dat die in India heeft plaatsgevonden.
Het verhaal gaat als volgt. Bartholomeüs predikte met zoveel succes, dat de heidense goden machteloos werden gemaakt. Er wordt van hem een persoonlijke beschrijving gegeven: "Hij heeft zwart, krullend haar, witte huid, grote ogen, een rechte neus, zijn haar bedekt zijn oren, zijn baard is lang en vervild, hij is van middelmatige lengte. Hij draagt een wit gewaad met een paarse streep en een witte mantel met vier paarse edelstenen op de hoeken. Al zesentwintig jaar draagt hij deze en ze slijten niet; ook zijn schoenen gaan al zesentwintig jaar mee. Hij bidt honderd keer per dag en per nacht. Zijn stem is als een trompet; engelen wachten op hem; hij is altijd opgewekt en kent alle talen."

Bartholomeüs deed daar veel wonderen, waaronder de genezing van de bezeten dochter van de koning, Polymios, en de onthulling van de leegte van het afgodsbeeld van de koning; hij verdreef de demon die het beeld bewoonde. De demon werd door een engel zichtbaar uit het afgodsbeeld verjaagd en er is ook een interessante beschrijving van de demon: "... zwarter dan roet, met een scherp gezicht, een lange zwarte baard en zwart haar, dat tot aan zijn voeten naar beneden ging, maar zijn handen met vurige kettingen op zijn rug vastgebonden, vurige ogen, vlammende adem en stekelige vleugels als een egel."
De koning en vele anderen werden door Bartholomeüs gedoopt, maar de priesters bleven vijandig. Zij gingen naar de broer van de koning, Astyages. Die liet Bartholomeus gevangen nemen, met knuppels slaan, levend villen en pijnlijk kruisigen. En zo stierf Bartholomeüs als een martelaar voor zijn Heer.
Er was een apocrief evangelie van Bartholomeüs, dat aan Hiëronymus bekend was. Het beschrijft een reeks vragen die Bartholomeüs aan Jezus en Maria stelde in de tijd tussen de Opstanding en de Hemelvaart. 6)

De Armeense traditie met betrekking tot Bartholomeüs is een bron van trots voor de Armeense kerkleiders. De niet aflatende en blijvende liefde en verering van de Armeniërs voor het Heilige Land, begint al in de eerste eeuw van het christelijke tijdperk; toen werd het christendom rechtstreeks vanuit het Heilige Land naar Armenië gebracht door twee van Christus' apostelen, de heilige Thaddeüs en de heilige Bartholomeüs. De kerk die zij stichtten, bekeerde in de tweede en derde eeuw een groot deel van het volk. In het begin van de vierde eeuw, in 301, werd de koning van Armenië, Tiridates de Grote en alle leden van zijn familie en adel, door de inspanningen van de heilige kerkleraar Gregorius, bekeerd en gedoopt.
De vroege band met Jeruzalem was het natuurlijke gevolg van de vroege bekering van Armenië. Nog voor de latere ontdekking van de heilige plaatsen door anderen, kwamen Armeniërs, net als andere christenen uit de buurlanden, naar het Heilige Land over de oudere en de Romeinse wegen, om de plaatsen die God had geheiligd, te vereren. In Jeruzalem woonden zij en aanbaden zij op de Olijfberg.

Na de verklaring van keizer Constantijn, bekend als het Edict van Milaan [vrijheid van godsdienst voor de Christenen], en de ontdekking van de heilige plaatsen in Palestina, stroomden de Armeense pelgrims het hele jaar door naar Palestina. Het aantal en het belang van de Armeense kerken en kloosters nam van jaar tot jaar toe. Bisschop Marcarius van Jeruzalem, die de ontdekking en de bouw van de heilige plaatsen in en rond Jeruzalem leidde, stond in contact met het hoofd van de Armeense kerk, bisschop Vertanes. Een van de zendbrieven die hij tussen 325 en 335 n.Chr. aan hem schreef, behandelt bepaalde kerkelijke kwesties en hij groet de bisschoppen, priesters en het Armeense volk. 7)

Een andere traditie, die algemeen door de Armeniërs wordt aangehangen, is: "De oorspronkelijke stichters van de Armeense kerk waren de apostelen Thaddeüs en Bartholomeüs, wier graven in Armenië als heiligdommen worden bewaard en vereerd." 8)
De rooms-katholieke traditie zegt over de bestemming van de stoffelijke resten van de apostel:
In een schriftelijk verslag staat dat na de bouw van de stad Duras in Mesopotamië in 508 door keizer Anastasius, hij de relikwieën daar naartoe liet brengen. Gregorius van Tours verzekert ons, dat ze voor het einde van de zesde eeuw naar de Lipari-eilanden in de buurt van Sicilië werden vervoerd; en Anastasius, de bibliothecaris, vertelt ons dat ze in 809 naar Benevento werden gebracht en vervolgens in 983 door keizer Otto III naar Rome werden vervoerd. Ze liggen nu in de kerk van St. Bartholomeus-in-de-Tiber in een porfyren schrijn onder het hoofdaltaar. Een arm werd door de bisschop van Benevento naar St. Edward de biechtvader gestuurd, die hem aan de kathedraal van Canterbury schonk. 9)

  terug naar de Inhoud

4. De berg Athos
Het bovenstaande citaat vertegenwoordigt gedeeltelijk de rooms-katholieke traditie, maar er is ook een Grieks-orthodoxe overlevering, waaraan niet voorbij kan worden gegaan. John Julius Norwich vertelt in zijn monumentale boek 'Mount Athos' het verhaal van zijn reizen naar de afgelegen Grieks-orthodoxe kloosters in Athos, Griekenland:
"Toen de zon achter de berg begon te zakken, bereikten we ons doel voor de nacht, de moeilijk toegankelijke abdij van Karakallou, de favoriete retraite van de Albanezen en Epiroten. De priester verscheen, naar behoren gekleed en legde de relikwieën bloot op een tafel vóór de iconostase: de schedels van de apostelen Bartholomeüs en de heilige Dionysius de Areopagiet, en de overblijfselen van een nieuwe martelaar, de heilige Gideon, een bekeerde Turk." 10)

Uit het bovenstaande verslag blijkt dat de beenderen (relikwieën) van Bartholomeüs, zoals die van de meeste andere apostelen, vandaag de dag wijd verspreid zijn.
Otto Hophan voegt nog een paar bijzonderheden toe. "Volgens een Armeense overlevering werd zijn lichaam begraven in Albanopolis - ook wel Urbanopolis genoemd - een stad in Armenië, waar de apostel als martelaar zou hebben geleden. Daarna werden zijn stoffelijke resten naar Nephergerd-Mijafarkin en later naar Daras, in Mesopotamië, gebracht." 11)
Toch zijn de grotere delen van de stoffelijke resten van Bartholomeüs waarschijnlijk in Rome. Het is zoals Hugo Hoever schrijft: "De relikwieën van de heilige zijn bewaard gebleven in de kerk van de heilige Bartholomeüs op het eiland in de Tiber bij Rome." 12)

In het boek 'El Escorial, De wonderen van de mens', schrijft Maria Cabel: "Sint Maarten, de apostel Bartholomeüs en Maria Magdalena waren vertegenwoordigd in de armverzameling - en voor relikwieën als vingers, tenen en kleine gewrichten was deze categorie zo uitgebreid, dat slechts drie bekende heiligen niet vertegenwoordigd waren: de heilige Jozef, de heilige Johannes de Doper en de heilige Jacobus (de laatste is volledig bewaard gebleven in Santiago de Compostela in het noordwesten van Spanje). Philips' opvolgers hebben de verzameling uitgebreid en er zijn nu meer dan 7000 relikwieën in het Escorial, waaronder 10 lichamen, 144 hoofden en 306 ledematen." 13)

  terug naar de Inhoud

5. Een voorstel voor een biografie van Bartholomeüs
Bartholomeüs lijkt de 'zoon van Tolmai' te zijn geweest [maar ook Hebreeuws: 'bar tolmai', zoon van de vorentrekker, dus boer]. Voor de suggestie dat er een politieke beweging was die de 'zonen van Tolmai' werd genoemd, lijkt geen brede steun te bestaan. Zelfs als een dergelijke groep wel bestond, is er geen reden om aan te nemen dat Bartholomeüs hiermee was verbonden. Het is waarschijnlijker dat hij een 'patroniem' was, dat wil zeggen een persoon die de naam van zijn vader droeg (zo wordt Jans zoon Jansen genoemd, enz.).
Hij werd waarschijnlijk door Filippus naar Christus geleid in het gebied van Galilea. Hij staat als apostel op de definitieve lijst in Handelingen 1:9. Hij zou aanwezig zijn geweest in het gezelschap van de andere apostelen tijdens de eerste jaren van de kerk van Jeruzalem [Joh. 21:1-2]. Zijn zending behoort meer tot de traditie van de Oosterse dan tot die van de Westerse kerken. Het is echter duidelijk dat hij naar Klein-Azië (Turkije) ging, in het gezelschap van Filippus, waar hij in Hierapolis (bij Laodicea en Colosse in Zuid-West Turkije) werkte.

De vrouw van de Romeinse proconsul aldaar was door de apostelen genezen en was christen geworden. Haar man beval echter om Filippus en Bartholomeüs door kruisiging te doden. Filippus werd inderdaad gekruisigd, maar Bartholomeüs ontsnapte en ging naar het oosten naar Armenië. Hij droeg een kopie van het Evangelie van Mattheüs bij zich (dat later werd gevonden door een bekeerde Stoïcijnse filosoof, Pantaenus, die het naar Alexandrië bracht). Bartholomeüs werkte in het gebied rond het zuidelijke deel van de Kaspische Zee, in het gebied dat toen Groot-Armenië heette, maar dat nu verdeeld is tussen Armenië, Iran en de [voormalige] Sovjet-Unie.
De huidige naam van de streek waar hij stierf is Azerbeidzjan en de plaats van zijn dood, in het Nieuwe Testament Albanopolis genoemd, is nu Derbend (aan de Kaspische Zee). Derbend is de haven van waaruit de wilde ruitervolkeren van de steppen (Scythen, Alanen, Hunnen en Khazaren) later uitvielen naar de beschaafde volkeren. De stad Tabriz, de belangrijkste markt van het Iraanse deel van Azerbeidzjan, lag ook in dit gebied. Zij werd door Marco Polo in 1294 bezocht. De verklaring dat Bartholomeüs levend werd gevild voordat hij werd onthoofd, staat in het Breberium Apostolorum en wordt voorafgegaan door bepaalde oudere manuscripten.

In Butlers boek 'Lives of the Saints', een noemenswaardige, rooms-katholieke samenvatting van de biografieën van heiligen, komt het volgende verslag, met verwijzing, voor:
De populaire tradities met betrekking tot de heilige Bartholomeüs worden samengevat in de Romeinse martelarenbeschrijving, die vermeldt dat hij "het evangelie van Christus in India verkondigde; van daaruit ging hij naar Groot-Armenië, en toen hij hen daar had bekeerd tot het geloof, hij levend werd gevild door de barbaren, op bevel van koning Astyages en zijn martelaarschap werd door onthoofding beëindigd."
De plaats zou Albanopolis [Derbend, aan de westkust van de Kaspische Zee] zijn geweest en van hem wordt gezegd dat hij ook in Mesopotamië, Perzië, Egypte en elders heeft gepredikt.
De vroegste verwijzing naar India wordt gegeven door Eusebius in het begin van de vierde eeuw, waar hij vertelt dat Pantaenus, ongeveer honderd jaar eerder, naar India ging (Hiëronymus voegt er "om te prediken voor de Brahmanen" aan toe) en dat hij daar een aantal mensen vond, die nog steeds de kennis van Christus levend hielden en hem een kopie van het Mattheüs-evangelie in Hebreeuwse karakters lieten zien, en die hem ervan verzekerden dat de heilige Bartholomeüs die delen had meegebracht toen hij het geloof onder hen verspreidde.

Maar 'India' was een naam die door Griekse en Latijnse schrijvers breed werd toegepast op Arabië, Ethiopië, Libië, Parthië, Perzië en de landen van de Meden, en het is zeer waarschijnlijk dat het India dat Pantaenus bezocht Ethiopië of Arabië Felix was, of misschien wel beide. Een andere oosterse legende zegt, dat de apostel de heilige Filippus ontmoette in Hierapolis in Phrygië en naar Lycaonië reisde, waar de heilige Johannes Chrysostomos bevestigt dat hij de mensen in het christelijke geloof onderwees.
Dat hij predikte en stierf in Armenië is mogelijk en is een eensgezinde traditie onder de latere historici van dat land; maar eerdere Armeense schrijvers maken weinig of geen melding van hem als verbonden met hun land.
De reizen die aan de relikwieën van de heilige Bartholomeüs worden toegeschreven, zijn nog verbazingwekkender dan die van hemzelf in levende lijve; zijn vermeende relikwieën worden momenteel vooral in Benevento en in de kerk van de heilige Bartholomeüs-in-de-Tiber in Rome vereerd.

Hoewel de naam van de heilige Bartholomeus in vergelijking met andere apostelen als de heilige Andreas, Thomas en Johannes niet opvallend veel wordt gebruikt in de apocriefe literatuur van de eerste eeuwen, hebben we nog steeds een verslag van zijn prediking en lijden, bewaard in het Grieks en enkele Latijnse teksten. Max Bonnet (Analecta Bollandiana, vol. xiv, 1895, pp. 353-366) denkt dat het Latijn het origineel is; Lipsius pleit - minder waarschijnlijk - voor de Grieken; maar het kan zijn dat beide afgeleid zijn van een verloren gegane Syrisch oertekst. De teksten staan in de Acta Sanctorum, August, vol v; in Tischendorf, Acta Apostolorum Apocrypha, pp. 243-260; en ook in Bonnet, Act. Apocryph., vol. ii, pt. 1, pp. 128 seq.
Er zijn ook aanzienlijke fragmenten van een apocrief evangelie van Bartholomeüs (zie de Revue Biblique voor 1913, 1921 en 1922) en sporen van een Koptische 'Handelingen van Andreas en Bartholomeüs'. Het evangelie dat de naam Bartholomeüs draagt, is een van de apocriefe geschriften die door het decreet van Pseudo-Gelasius zijn verworpen.
De verklaring dat de heilige Bartholomeus levend werd gevild voordat hij werd onthoofd - hoewel dit niet in zijn 'lijden' vermeld staat - komt voor in het zogenaamde 'Breviarium Apostolorum', dat voorafgegaan wordt door bepaalde oudere manuscripten van het 'Hieronymianum'. Het is het villen dat waarschijnlijk de oorsprong is van de voorstelling van het mes, een vaak uitgebeeld voorwerp op afbeeldingen van de heilige; maar voor Sint-Bartholomeüs in de kunst, zie: 'Künstler, Ikonographie', vol. ii, blz. 116-120.
De Indiase kwestie wordt in bijzonderheden onderzocht door pater A.C. Perumalil in 'The Apostles in India' (Patna, 1953). 14)

  terug naar de Inhoud

6. Literatuur
1. Dorman Newman, The Lives and Deaths of the Holy Apostles (1685)
2. "The Armenian Apostolic Churche in Iran", a lecture delivered by John Hananian, Consolata Church, Teheran, 1969
3. Azis, S. Atiya, A History of Christianity (London, Methuen & Co. Ltd., 1968), 316
4. Edgar J. Goodspeed, The Twelve (Philadelphia: The John C. Winston Company, 1967). 97-98
5. Alexander Roberts and James Donaldson, Ante-Nicene Fathers, 10 vols. (Grand Rapids, Wim B. Eermans Publishing Company), 370
6. Wiliam Barclay, The Master's Men (London: SCM Press LTD., 1970), 140
7. Brief Notes on the Armenian Patriarchate of Jerusalem (Jerusalem: St. James Press, 1971), 3, 5
8. Arpag Mekhitarian, Treasures of the Armenian Patriarchate of Jerusalem, Cat. no. 1)
9. Mary Sharp, A Travellar's Guide to Saints in Europe (London, The Trinity Press, 1964), 29
10. John Julius Norwich and Reresby Sitwell, Mount Athos, (London, Hutchinson, 1966), 142
11. Otto Hophan, The Apostles (London: Sands & Co., 1962), 167
12. Hugo Hoever, Lives of the Saints (New York: Catholic Book Publishing Co., 1967), 333
13. Mary Cable and editors of the Newsweek book division, El Escorial: The Wonders of Man (New York: Newsweek Books, 1971), 91
14. Alban Butler, Butler's Lives of the Saints, Vol. III, rev. and suppl. by Herbert Thurston, S.J., and Donald Attwater (New York: P.J. Kenedy & Sons, 1963), 391-392

  terug naar de Inhoud

7. Geschiedenis
6-5 v.Chr. Jezus in Bethlehem geboren
5-10 n.Chr. Paulus geboren
± 26 Johannes de Doper begint aan zijn zending
± 28 Johannes de Doper terechtgesteld door Herodes Antipas
30 Jezus' Kruisiging, Opstanding en Hemelvaart
35 Paulus bekering
46 Paulus en Barnabas' eerste zendingsreis
49-51 Paulus' tweede zendingsreis
53-57 Paulus' derde zendingsreis
64 Nero's vervolgingen
67 Petrus en Paulus in Rome terechtgesteld
95 Johannes' verbanning naar Patmos
106 Johannes, als Jezus' laatste apostel, overlijdt


terug naar het literatuuroverzicht






^