De tocht door de Sinaïwoestijn en de betekenis ervan voor de mens.


Exodus 19:2-6
De Israëlieten waren vanuit Refidim verder getrokken en in de Sinaiwoestijn gekomen. Daar sloegen de ze hun kamp op, vlak bij de berg (Horeb).
Mozes ging de berg op, naar God.
De Heer riep hem vanaf de berg toe: "Zeg tegen het volk van Jakob, laat de kinderen van Israël weten: Jullie hebben gezien hoe Ik ben opgetreden tegen Egypte en hoe Ik je op adelaarsvleugels gedragen heb en je hier bij mij heb gebracht. Als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt, zul je een kostbaar bezit voor mij zijn, kostbaarder dan alle andere volken; want de hele aarde behoort mij toe. Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk."

Deuteronomium 8:2-3 en 14-16
In die dagen sprak Mozes tot het volk: "Denk eens terug aan heel de tocht, die de Heer, uw God, u deze veertig jaren door de woestijn liet maken, en hoe Hij u enkel daarom vernederd heeft en beproefd, om uw gezindheid te kennen, of gij zijn geboden zoudt onderhouden, of niet.
Hij heeft u vernederd, en u honger doen lijden; maar Hij heeft u ook met het manna gespijzigd, dat gij nooit hadt gekend, en ook uw vaderen niet kenden, om u te leren, dat de mens niet leeft van brood alleen, maar leeft van al wat komt uit Jahweh's mond.
Laat dan uw hart zich niet verheffen! Vergeet toch nimmer de Heer, uw God, die u uit Egypteland, uit het slavenhuis heeft geleid;
die u door die grote woestijn heeft gevoerd, zo vreselijk door giftige slangen en schorpioenen, en door dorre streken zonder water; die water heeft doen ontspringen aan de steenharde rots;
die u in de woestijn met manna heeft gevoed, dat uw vaders niet hebben gekend, en die u enkel daarom heeft vernederd en beproefd, om u ten slotte weldaden te bewijzen."

De tocht door de woestijn is een zinnebeeldige weergave van het leven van de mens op aarde. Dat leven is een leerschool voor geestelijke groei, waarin door de tijd een stroom van gebeurtenissen op de mens toekomt. Daarin kan die zich alleen staande houden door die gebeurtenissen te verwerken, door er een juiste houding tegenover aan te nemen en naar een oplossing te zoeken. Daarvoor moet de mens zijn geestelijke vermogens bewust en beheerst gebruiken, waardoor die tot ontwikkeling komen en uiteindelijk worden tot het geweten en de deugden.

Het beeld van 'dragen op adelaarsvleugels' (Ex. 19) komt hiermee overeen en beduidt het volgende: De adelaar voedt zijn jongen op het nest, maar op een gegeven ogenblik houdt de vogel het voedsel in zijn klauwen en vliegt over het nest heen; de bedoeling daarvan is dat de jongen zullen opvliegen om het voedsel te bemachtigen. Als zij bij die pogingen uit het nest vallen, duikt de adelaar naar beneden en vangt ze op om ze weer naar het nest terug te brengen. Dit alles als een poging de jongen uit zichzelf te laten leren vliegen en zelfstandig te worden.
Zij worden beproefd én liefdevol begeleid, zoals ook het Joodse volk in de woestijn.

De tocht door de woestijn duurde 40 jaar, wat een bijzonder getal is volgens de gematria, de gereduceerde cijfersom, bij het Joodse volk bekend. Het getal 40 is een 4 die door de 0 nadruk heeft gekregen. Het getal 4 is gematrisch gezien 1+2+3+4=10 en 1+0=1, waardoor het getal op een kringloop wijst. In de Oudheid was die kringloop lente, zomer, herfst en winter: in de lente kwam het blad uit de knop, in de zomer bloeide de plant, in de herfst werden de vruchten geoogst en in de winter trad de natuur terug in de geestelijke wereld, tijdens welke terugtreding de nieuwe knop werd gevormd voor de volgende kringloop. Het getal 40 werd zo gezien als een volmaakt getal, dat naar de eeuwigheid verwees en daardoor naar God.
Jezus herhaalt die beproeving door na zijn doop in de Jordaan 40 dagen in de woestijn te verblijven om daarna door de duivel te worden beproefd.

Hier op aarde maken wij allemaal een tocht door wat voor ons een geestelijke woestijn is.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^