De 'Atmagita' (of 'Atma gita': lied van de geest)


Zoals beschreven in het boek van G. Barborka, Het goddelijke plan (zie het Literatuuroverzicht)
In feite is dit een beschrijving van de eeuwige, menselijke levensweg. Het verloop van de gebeurtenissen in dit stuk is door mij hier en daar aangepast, om de beschrijving meer in overeenstemming te laten zijn met de overeenkomende ontwikkeling van de mensheid zoals beschreven bij Max Heindel en Rudolf Steiner.

De Atmagita
Uit de oneindige bron van het Al - de bron van het Zijn - kwam ik,
sprong ik tevoorschijn, aeonen geleden, als een vonk uit het wezen van de Vlam,
mij van niets bewust dan van de allerhoogste zaligheid.
Toen begon een kringloop, door onberekenbare tijdperken.

Afdalend uit de gebieden van sterrenglans, verwant aan hun stralende luister,
kon ik overal gaan, snellend door de eindeloze ruimte,
nog vrij van de omhulsels van vorm.
Door zonnestelsels en heelallen, zonder gevoelen of bewustzijn,
maar... steeds verder neerwaarts gedreven, onweerstaanbaar aangetrokken
door de verdichte gebieden - steeds verder afdalend, trap na trap,
aangetrokken door de rijken van vorm.
Daar vormde ik mij omhulsels, eerst uit de rijken van vuur, lucht en water;
gevat was ik in een doorschijnend omhulsel (aura), waarin de zuivere schittering
en eigenschappen van de Vlam zelf werden weerspiegeld.

Na aeonen en kringlopen kreeg ik steeds nieuwe omhulsels,
waarbij duurzame juwelen en stralende edelstenen werden afwisseld
voor schoonheid en symmetrie van vorm, kleur en geur.
Met het verstrijken van meerdere aeonen betrad ik nieuwe rijken
kon ik mij van plek tot plek bewegen en mij op vleugelen verheffen.
Ik verbleef een aeon in elk rijk, maar steeds zoekend naar een blijvend tehuis.

Ten slotte verliet ik die ijle rijken en werd geboren in een stoffelijke vorm,
[in het rijk van de aarde].
Toen kwam, met het aannemen van vaste, warmbloedige voertuigen,
de nieuwe bewustwordingen van toewijding, opoffering en liefde.
Ten slotte ontwaakte ik als mens in de menigte van het mensenrijk.
Ik leerde over de veredelende kracht van liefde, waardoor het hart gaat slaan
in overeenstemming met het Goddelijke Plan.
Maar in het rijk van de aarde riep het warme zonlicht ook een verlangen op
terug te keren naar het ouderhuis - hoger, steeds hoger.

En nu, onder begeleiding van de verheven engelen van Verstand [de Logoi 1)]
kan ik bewust weer omhoog streven,
trachtend kennis te verwerven van Atman, [de ademende geest 2)].
Zoals de vonk tracht terug te keren tot de Vlam waaruit zij voortkwam,
steeds verder opwaarts, hoger zelfs dan de wervelende sferen van planeten
tot aan de Zeven Oer-Geesten van het Licht.
Voorbij vlammende zonnen, voorbij melkwegstelsels en heelallen,
tot aan de Centrale Geestelijke Zon ...
Want ik heb geleerd te zeggen:
"Aham eva Parabrahma" 3): "Ik ben in waarheid het Oneindige."

1) Engelen met de naam Logoi, van logos (gr): woord, taal, denken, verstand, spreken
2) Atman: atman, sanskriet 'an': ademen. Atman is de ademende, zoals 'pneuma': adem en 'spiritus': adem, wind; 'atman' is de levende geest.
3) Brahman, van de sanskriet stam 'brh': steunen, sterk zijn, stevig zijn (Zweeds 'bra': goed)
sanskriet 'brih': vermeerderen, uitzetten, groeien
Brahman is uitgezet als het oneindige heelal, zowel geestelijk als stoffelijk; 'brahman' is de algeest.


Andere teksten die met deze beschrijving van de geestelijke eenheid van God en mens in de Atmagita overeenkomen.

Een bekende tekst uit de Tsjandogya oepanisjad
De geestestoestand van hereniging door het besef: "Ik ben in waarheid het Oneindige."
wordt ook beschreven in de Tsjandogya oepanisjad:
"Tat twam asi." - Dat ben jij! (Dat: Brahman, ben jij: Atman).

"Iedereen weet dat de druppel opgaat in de oceaan,
slechts weinigen weten dat de oceaan opgaat in de druppel."
Kabir, Indiase mysticus en dichter (1450-1510)

Angelus Silezius, Duitse mysticus en arts
God is in mij het vuur, ik ben in hem de schijn,
zo moeten wij elkaar wel zeer gemeenzaam zijn.

De druppel wordt tot zee, is hij in zee gekomen,
de mens wordt God, als hij in God is opgenomen.

Bijbelteksten
De volgende bijbelteksten beschrijven de toestand van hereniging met God.
Er zijn namelijk drie mogelijkheden om het Griekse voorzetsel, dat in Lukas 17:21 wordt gebruikt voor de uitspraak van Jezus over het godsrijk, te vertalen:
1) Het godsrijk is 'binnen in jullie' (in jullie harten).
2) Het godsrijk is 'in jullie midden' (d.w.z. om jullie heen en in de persoon van Jezus en zijn woorden en daden).
3) Het godsrijk is 'binnen jullie bereik' (als jullie de juiste keuze maken en daar naartoe werken).
Dit komt overeen met de betekenis van:
Johannes 17:21. "Opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn."


Gods algeestvonk
zijn wij
Jezus beschrijft hier de toestand van de algeest (de Vader). Binnen de algeest ontstaat eerst door verdichting het algeestmiddelpunt: Gods heilige geest (die in Jezus bij ons is geweest), waarin de eigenschappen van de algeest onmiddellijk en volledig aanwezig zijn; en daarna ontstaan door zo'n zelfde verdichting de menselijke algeestvonken, die in aanleg de mogelijkheid hebben weer met de geestesgesteldheid van de algeest in overeenstemming te komen, door de geestelijke vermogens te ontwikkelen tot het geweten en de deugden; zo komt hun geestesgesteldheid in overeenstemming met het algeestmiddelpunt en kunnen zij zich er weer mee herenigen.

Dit beschrijft Jezus in zijn toespraak tot de leerlingen in Johannes 17:20-23 tijdens het laatste avondmaal:
"Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, [...] Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij hebt gegeven, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad."

De algeest als de goddelijke geest heeft een zelfbeeld van zichzelf
tot zichzelf als algeestvonk verdicht, de menselijke geest;
en heeft aan dat zelfbeeld van zichzelf de aanleg meegegeven
zich - met stille hulp van boven - tot persoonlijke zelfstandigheid te ontwikkelen.

"Zo waar als de Vader in zijn enkelvoudige natuur zijn Zoon natuurlijk baart,
zo waar baart Hij Hem in het binnenste van de geest en dit is de innerlijke wereld.
Hier is Gods grond mijn grond en mijn grond Gods grond.
Hier leef ik uit mijn meest eigene, zoals God uit zijn meest eigene leeft."
Meister Eckhart, Duitse mysticus (1260-1328)

De toespraak van Jezus tijdens het Laatste Avondmaal, Johannes 14:6-20
Jezus zei: "Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als jullie mij kennen, zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie hem, want jullie hebben hem zelf gezien. [...] Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. [...] Geloof je niet dat ik in de Vader ben en dat de Vader in mij is? Ik spreek niet namens mezelf als ik tegen jullie spreek, maar de Vader die in mij blijft, doet zijn werk door mij.
Geloof me: ik ben in de Vader en de Vader is in mij. Als je mij niet gelooft, geloof het dan om wat hij doet. Waarachtig, ik verzeker jullie: wie op mij vertrouwt zal hetzelfde doen als ik, en zelfs meer dan dat, ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal ik het doen.
Als je mij liefhebt, houd je dan aan mijn geboden. Dan zal ik de Vader vragen jullie een andere pleitbezorger te geven, die altijd bij je zal zijn: de Geest van de waarheid. De wereld kan hem niet ontvangen, want ze ziet hem niet en kent hem niet. Jullie kennen hem wel, want hij woont in jullie en zal in jullie blijven.
Ik laat jullie niet als wezen achter, ik kom bij jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld zal mij niet meer zien, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef en ook jullie zullen leven.
Dan zul je begrijpen dat ik in mijn Vader ben, dat jullie in mij zijn en dat ik in jullie ben."

14:25-28 "Dit alles zeg ik tegen jullie nu ik nog bij jullie ben. Later zal de pleitbezorger, de heilige Geest die de Vader jullie namens mij zal zenden, jullie alles duidelijk maken en alles in herinnering brengen wat ik tegen jullie gezegd heb. Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld die niet geven kan. Maak je niet ongerust en verlies de moed niet. Jullie hebben toch gehoord dat ik zei dat ik wegga en bij jullie terug zal komen? Als je me liefhad zou je blij zijn dat ik naar mijn Vader ga, want de Vader is meer dan ik."

17:20-23 "Ik bid niet alleen voor hen, maar voor allen die door hun verkondiging in mij geloven. Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals u in mij bent en ik in u, laat hen zo ook in ons zijn, opdat de wereld gelooft dat u mij hebt gezonden. Ik heb hen laten delen in de grootheid die u mij gegeven hebt, opdat zij één zijn zoals wij: ik in hen en u in mij. Dan zullen zij volkomen één zijn en zal de wereld begrijpen dat u mij hebt gezonden, en dat u hen liefhad zoals u mij liefhad."



  • Ooit heb ik mijzelf, algeest,
  • tot mijzelf als deze algeestvonk verdicht.
  • Nu, door zelfverwerkelijking, ben ik
  • geworden wie ik ben: die algeestvonk
  • bewust herenigd met mijzelf, algeest!

Dit geestelijke inzicht wordt niet alleen door bovenstaande teksten, maar ook door de volgende overeenkomsten bevestigd.

De ouders en hun kind
De helften van de chromosomen van de vader en de moeder worden in hun kind tot een nieuwe eenheid. Daardoor zijn de beide ouders in hun kind en is het kind in beide ouders, want de genen van de ouders zijn in die van het kind en de genen van het kind zijn in die van de ouders.
Datzelfde geldt voor de goddelijke algeest en de menselijke geest, als een verdichting daaruit en daarin.

Het lichaam en het heelal
Zoals het menselijke lichaam als sterrenstof uit het heelal voortkomt en er innig mee verbonden blijft doordat het ook zijn voeding uit het heelal betrekt, zo komt ook de menselijke geest als een verdichting uit de goddelijke algeest voort, blijft er liefdevol en innig mee verbonden en wordt erdoor gevoed op zijn weg naar volwassenheid.

De kwantumveldentheorie
De kwantumveldentheorie uit de moderne natuurkunde zegt, dat het deeltje een verdichting is uit en in een veld, en dat het deeltje volkomen met zijn veld verstrengeld blijft... zij vormen een onverbrekelijke eenheid in de vorm van een 'golf-deeltjedualiteit' (een 'golf-deeltjetwee-eenheid').

Zo vormen ook de menselijke geest en de goddelijke algeest een onwrikbare eenheid, een 'algeest-vonk'. De kern van het menszijn ligt in de betekenis van het woord 'algeest-vonk'.


terug naar het overzicht

terug naar het weblog







^