De schuine stand van de aardas en de jaargetijden



bron: astroblogs
Doordat de aardas scheef staat (23,4° t.o.v. een as loodrecht op de baan rond de zon), kent de aarde de jaargetijden: lente, zomer, herfst en winter. Dit verschijnsel wordt veroorzaakt doordat tijdens de ene helft van de baan rond de zon het noordelijke halfrond naar de zon is toegekeerd en tijdens de andere helft het zuidelijke halfrond. Als het noordelijke halfrond naar de zon is gekeerd, is het daar zomer en op het zuidelijke halfrond winter; als het zuidelijke halfrond naar de zon is gekeerd, is het daar zomer en op het noordelijke halfrond winter.

Tijdens de zomer duren de dagen langer en zijn ze warmer, tijdens de winter duren de dagen korter en zijn ze kouder. Tijdens de zomer gaat de zon steeds meer in het noord-oosten op tot aan de zomerzonnewende, de langste dag op 21 juni (zomersolstitium, Kreeftskeerkring); in de winter gaat de zon steeds meer in het zuid-oosten op tot aan de winterzonnewende, de kortste dag op 21 december (wintersolstitium, Steenbokskeerkring). Allerlei zaken tijdens het dagelijkse leven moeten in de loop van het jaar aan die voortdurend veranderende omstandigheden worden aangepast.

Als de aardas echter rechtop zou staan, zouden alle dagen en nachten twaalf uur duren, de zon zou steeds op dezelfde plaats opkomen en overdag dezelfde baan langs de hemel maken. De dagen zouden met een dodelijke eentonigheid verlopen, want één keer aanpassen aan de omstandigheden zou voldoende zijn. Aan de evenaar is dat in feite ook het geval en alleen hoe noordelijker de mens mens woont, hoe meer die zich steeds moet inspannen om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden door het verschijnsel van de jaargetijden. Daarvoor moeten allerlei problemen worden opgelost, waardoor de mens ertoe wordt aangezet zijn geestelijke vermogens te gebruiken, waardoor die tot ontwikkeling komen en de techniek voortschrijdt.

Maar niet alleen de mens, ook planten en dieren zijn gedwongen zich aan te passen, wat de aandrijvende kracht is achter de evolutie van de soorten. Alleen de goed aangepaste soorten zijn in staat zich te handhaven en zich voort te planten. Zonder de schuine aardas zou de evolutie - de ontwikkeling van de soorten - er anders hebben uitgezien.


terug naar het antropisch principe

terug naar het weblog







^