wedergeboorte


De menselijke geest is een algeestvonk, die zich naar eigen vrije keuze kan ontwikkelen van een geestestoestand van onbewustheid en onbeheerstheid naar bewustheid en beheerstheid. Dat laatste is de toestand van geestelijke zelfstandigheid en heelheid, die in het klein overeenkomt met die van de algeest in het groot: de ongevormde oertoestand. De algeest begeleidt de menselijke geest op dit pad naar zelfstandigheid in de gevormde geestestoestand die een menselijke gestalte heeft en die 'de heilige geest' wordt genoemd. In de geestelijke wereld kan God als heilige geest persoonlijk bij de mens aanwezig zijn.

God, U doet de sterveling
terugkeren tot stof en zegt:
"Keer terug, mensenkind."
Psalmen 90:3
De geestelijke ontwikkeling thuis en op aarde
De genoemde geestelijke ontwikkeling vindt plaats, doordat de geest in de leerschool voor geestelijke groei, die de stoffelijke, tijdelijke wereld is, ervaringen opdoet, die door de tijd als stroom van gebeurtenissen op de geest toekomen. Door deze gebeurtenissen te verwerken met behulp van de geestelijke vermogens - het waarnemen, denken, voelen en willen - om zo staande te kunnen blijven in de druk die die stroom op de geest uitoefent, leert de geest de vermogens bewust en beheerst te gebruiken. De menselijke geest leert al doende door eigen ondervinding; en doordat 'herhaling de leermeester van de student is', komen in de tijd als stroom van leerzame gebeurtenissen regelmatig gebeurtenissen van dezelfde soort op de geest toe, net zolang tot de geest voldoende geoefend is in het verwerken van dat soort gebeurtenissen.
De geestelijke ontwikkeling wordt gekenmerkt door een omvorming, de omvorming van de geestestoestand. De geestesgestoestand wordt gekenmerkt door de ontwikkelingstoestand van de geestelijke vermogens. In de aanvangstoestand maakt de geest een onbewust en onbeheerst gebruik van de vermogens, in de ontwikkelde toestand een bewust en beheerst gebruik. De geestestoestand is daardoor omgevormd van driftmatigheid naar geestdrift en komt uiteindelijk tot uitdrukking in het geweten en de deugden.

De ontwikkeling die de geest meemaakt van onvolwassenheid naar volwassenheid, komt als verschijnsel tot uiting in allerlei overeenkomende aanzichten van de schepping waarin die ontwikkeling moet plaatsvinden. Alles in de natuur kent een geboorte, een groei die leidt naar een bloeitijd en een aftakeling die eindigt met de dood; dit geldt vanaf de kleinste levensvorm tot en met het gehele heelal. De stoffelijke vorm waarin de menselijke geest dit alles moet meemaken, wordt 'het lichaam' genoemd. Ook in het lichaam zelf doet de menselijke geest door eigen ondervinding ervaring op met het verschijnsel ontwikkeling.

De Heer doet sterven
en doet leven,
zendt naar het dodenrijk
en leidt eruit omhoog.
1 Sam. 2:6
De geest kan maar op één ding tegelijk de aandacht richten en kan ook maar één ding tegelijk goed doen. Toch moeten vier geestelijke vermogens en twee instellingswijzen tot een evenwichtig, bewust beheerst geheel worden omgevormd. Dit wordt bereikt door bestaan na bestaan één van de vermogens of één van de instellingswijzen de nadruk te geven in de tijdelijke 'leerpersoonlijkheid', waarmee de geest naar de aarde komt, om door geboorte keer op keer aan een nieuwe levensweg te beginnen en die af te lopen. Die leerpersoonlijkheid wordt daardoor in aanleg al door een zekere eenzijdigheid gekenmerkt.
De geest als de persoon die de ene keer in de geestelijke wereld is om de aardse lessen te verwerken en de andere keer weer op de aarde is om leerzame ervaringen op te doen, is steeds dezelfde geest; alleen de persoonlijkheid - de vorm van het gedrag waarin de kenmerken van de persoon tot uitdrukking komt - is anders. In de geestelijke wereld weet de geest welke lessen moeten worden geleerd voor de volgende stap op de weg en welke soort persoonlijkheid er nodig is om die lessen te kunnen meemaken. Alle tot ervaringen verwerkte gebeurtenissen vormen een verrijking en dat veroorzaakt een groei van de eeuwige persoonlijkheid, zoals die tijdens vele levens is gevormd en zoals die in de geestelijke wereld is te ervaren.

De wedergeboorte als gebeurtenis
Zie, dit alles doet God twee,
driemaal met een mens,
zijn ziel terugbrengen van de
groeve, zodat hij bestraald
wordt door het levenslicht.
Job 33:30
Nadat je na het overlijden weer thuis bent gekomen in je geestelijke wereld, worden samen met je begeleiders de gebeurtenissen van het afgelopen bestaan begripvol en liefdevol besproken; daardoor worden zij verwerkt tot levenservaringen, die je persoonlijkheid vormen. Daarna wordt overlegd wat de volgende stappen zijn die op je levensweg moeten worden gezet om je geestelijke groei te bevorderen.
Op dat nieuwe levensplan afgaande, wordt bezien in welke tijd, in welk land en bij welke ouders de omstandigheden daarvoor het gunstigst zijn. Het is vervolgens de geest zelf die de ouders ertoe aanzet voor nageslacht te zorgen, door zich geestelijk met hen te verenigen en het verlangen naar een kindje op te wekken.
Om als volwassen geest tijdens de zwangerschap in te kunnen dalen in het kleine, zich nog ontwikkelende lichaampje, moet de geest zich inhouden en zich ook klein maken, anders overleeft het lichaampje dit niet. Daarnaast wordt de geest als het levende in het lichaam verbonden met het niet levende, de stof; ook daardoor kan de geest hier zichzelf niet meer zijn, wordt in het lichaam onbewust van zichzelf en vergeet al het voorafgaande. Zo kan een geheel nieuw begin worden gemaakt en alle komende gebeurtenissen als nieuw worden beleefd; want nieuwe ervaringen maken de meeste indruk en zijn het leerzaamst.
De reeks van wedergeboortes is te vergelijken met het doorlopen van een school, waarin de klaslokalen de tijd en plaats op aarde weergeven, waar je als mens steeds opnieuw wordt geboren.
Het Griekse woord 'skola' (school) komt van het Egyptische 'sje oel a': de eenzame, aan zichzelf overgelaten mens, zoekt naar kennis.

De nieuwe geboorte vindt plaats in een gezin. Niet alleen omdat het gezin als leefgemeenschap de afspiegeling is van de oersamenleving, die wordt gevormd door God als vader en moeder van de mensheid als hun godenkinderen; maar ook omdat in het gezin de personen dagelijks innig met elkaar samenleven en elkaars persoonlijkheid daardoor grondig leren kennen. De menselijke geest leert door eigen, persoonlijke ondervinding met het eigen gedrag en er is geen andere leefgemeenschap waar dat indringender gebeurt, dan in het gezin. In het gezin moet iedereen zijn wie hij of zij is, waardoor de leden ervan elkaars persoonlijkheidseigenschappen door en door leren kennen, wat de bedoeling van het bestaan op aarde is: het gaat om persoonlijkheidsgroei. Wat wordt geleerd is de wijze, waarop de anderen gebruik maken van hun geestelijke vermogens en hoe de persoon zelf daarmee omgaat.
Wat er daarom steeds gebeurt, is: wedergeboorte. Niet alleen komt de geest steeds weer in een lichaam op aarde, maar het wezenlijke is dat er een geboorte plaatsvindt in een gezin. Zoals gezegd is het gezin een afspiegeling van de oergemeenschap die wordt gevormd door God als vader en moeder en hun godenkinderen. De ervaring met het aardse gezin verwijst meteen in het begin al naar het uiteindelijke doel: de hereniging met God als vader en moeder in het goddelijke gezin.


Wedergeboorte als zelfverwerkelijking
Het woord 'wedergeboorte' wordt in sommige levensbeschouwingen ook gebruikt in de betekenis van 'zelfverwerkelijking'. Als de geest door zelfopvoeding zijn aanleg (in de vorm van de geestelijke vermogens) heeft verwerkelijkt en daardoor zelfstandig werkzaam is geworden, lijkt het ook wel alsof er een soort van 'wedergeboorte' heeft plaatsgevonden, als het verschijnen van iets nieuws; maar wat er innerlijk gebeurt, is in wezen toch een zelfverwerkelijking door een geleidelijke omvorming van zichzelf, terwijl een geboorte een gebeurtenis is, die in vrij korte tijd weliswaar een bestaande toestand geheel verandert, maar die verandering blijft beperkt tot de omgeving: vanuit de baarmoeder naar de buitenwereld.
Wat er geestelijke gebeurt bij zelfverwerkelijking is daarmee niet te vergelijken; dat is een heel geleidelijke, innerlijke omvorming van de geestesgesteldheid.

Jezus gebruikt ook het woord 'wedergeboorte' in de betekenis van een geestelijk gebeuren in Johannes 2:5-8.
Jezus antwoordde [aan Nikodemus]: "Waarachtig, ik verzeker u: niemand kan het koninkrijk van God binnengaan, tenzij hij geboren wordt uit water én geest. Wat geboren is uit een mens is menselijk en wat geboren is uit de Geest is geestelijk. Wees niet verbaasd dat ik zei dat jullie allemaal opnieuw geboren moeten worden. De wind waait waarheen hij wil; je hoort zijn geluid, maar je weet niet waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Zo is het ook met iedereen die uit de Geest geboren is."
Op aarde zijn er in de mensheid allerlei verschillende 'werelden' waarin de mensen leven. Het gaat erom door geestelijke ontwikkeling je los te maken uit de verleidingen van de aardse wereld die je remmen, waardoor je geestelijk geboren kunt worden en zo je geestelijke zelfstandigheid verkrijgt - ook op de aarde al. Daardoor kom je in een 'wereld' te verkeren, die geestelijk is, samen met gelijkgestemde geestverwanten. Dat is dan al het Koninkrijk Gods op aarde.

Het Latijnse woord 're-incarnatio' betekent letterlijk: 'weer in vlees' of 'weer in lichaam'. In dit woord klinkt niets door van de wezenlijke betekenis - geboren worden in een gezin - die wel samenhangt met 'wedergeboorte'.
Bovendien is de uitdrukking: 'weer in vlees' in feite van toepassing op de toestand van bezetenheid. Daarbij komt een vreemde geest op onrechtmatige wijze weer in het vlees (lichaam) van een persoon op aarde, bij wie dat door zijn of haar geestelijke zwakte of ziek zijn, mogelijk is.


terug naar de woordenlijst W






^