Eva en de 'rib' van Adam

De aanzet tot de geestelijke ontwikkelingsweg naar innerlijke zelfstandigheid.

In het eerste scheppingsverhaal in de Bijbel, Genesis 1:26-27, brengen de 'Elohim': 'God als man en vrouw', de mens als man en vrouw tegelijkertijd uit zichzelf voort (klik hier voor de uitleg over de betekenis van het woord 'elohim').
In het tweede hoofdstuk van Genesis (Gen. 2:18-25) staat voor een tweede keer beschreven dat God de mens schept. Het verschil met de eerste schepping is, dat de mens daar als een paar word gevormd: 'man en vrouw' schiep hij hen... terwijl in de tweede beschrijving eerst 'ha Adam': 'de mens' op aarde wordt gevormd en belevendigd, en pas daarna Adam en Eva als paar verschijnen.

Het onderscheid tussen het scheppen van de mens als een paar als man en vrouw, en het scheppen van de mens als één persoon, 'ha Adam', hangt samen met de volgende waarneming. Aan mij is in de geestelijke wereld getoond dat de goddelijke geest zich op twee wijzen aan de mens kan voordoen:
- als een verenigde tweelinggeest, waarbij de mannelijke en vrouwelijke geest in liefde geheel in elkaar zijn opgegaan, en waarbij de mannelijke geest de beschermende buitenkant vormt en de vrouwelijke geest de binnenkant, het hart;
- en als een gedeelde tweelinggeest, waarbij beiden apart verschijnen als een mannelijke en als een vrouwelijke geest.
Bij het tweede scheppingsverhaal wordt de mens weliswaar als 'ha Adam' als een verenigde tweelinggeest geschapen, uiterlijk als man, maar blijkbaar draagt die mens een verborgen geheim, een bijzondere mogelijkheid met zich mee - in Genesis 2:18-25 is immers te lezen:


Adam en Eva - De 'zondeval'
Rembrandt van Rijn 1638,
Collectie Boijmans online
De gedachte dat deze gebeurtenis
een 'zondeval' zou zijn
is een enstige belemmering voor
inzicht in de geestelijke betekenis
van de geschiedenis van de mensheid.
(Lees ook het artikel over de 'zondeval' in Wikipedia.)
God, de Heer, dacht: Het is niet goed dat 'de mens' alleen is, ik zal een helper voor hem maken die bij hem past. [...] Toen liet God, de Heer, de mens in een diepe slaap vallen en terwijl de mens sliep, nam hij één van zijn ribben weg; hij vulde die plaats weer met vlees. Uit de rib die hij bij de mens had weggenomen, bouwde God, de Heer, een vrouw en hij bracht haar bij de mens. Toen riep de mens uit:
"Eindelijk een gelijk aan mij, mijn eigen gebeente[!], mijn eigen vlees[!], een die zal heten: vrouw, een uit een man gebouwd."
Zo komt het dat een man zich losmaakt van zijn vader en moeder en zich hecht aan zijn vrouw, met wie hij één van lichaam wordt. Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar. (bron: NBG)

Het Hebreeuwse woord waar het hier om gaat, wordt allerwege met 'rib' vertaald; maar het oude Hebreeuws was een soort geheimschrift, bestemd voor ingewijden en had een medeklinker-schrijfwijze: de klinkers werden weggelaten en moesten door de lezer zelf worden ingevuld. Daardoor kan dat woord, afhankelijk van de gekozen klinker, ook door 'zijde' worden vertaald.

Hieronder de behandeling van een vraag over dit onderwerp, zoals die voorkomt in het boek van de helderziende Max Heindel: 'De wijsbegeerte der Rozekruisers', Theosophische Uitgeverszaak 'Gnosis', Amsterdam, 1927

Vraag no. 83. "Is het waar dat Eva uit Adam's zijde werd genomen?"
Antwoord: "Van de zeven en veertig Bijbelvertalers van Koning Jacobus kenden er maar drie Hebreeuwsch en twee hunner overleden voordat de Psalmen vertaald waren. Bovendien worden in het Hebreeuwsch en speciaal in de geschriften in den ouden trant, de klinkerteekens nooit ingevoegd; zoodoende kan men aan een woord verschillende beteekenissen geven, alnaar de wijze, waarop de klinkers ingelascht worden.
In het geval van het verhaal van de 'rib van Adam' (Gen. 2:21-25), luidt het als 'rib' vertaalde woord, op de eene manier gepuncteerd: 'tsad' dat werkelijk rib beteekent, doch op een andere manier gepuncteerd, luidt het: 'tsela', dat 'zijde' beteekent.

De occulte leer betreffende de ontwikkeling van aarde en mensch verklaart, dat er een tijd was, dat de mensch in een enkele bijzonderheid - n.l. sexe - gelijk was aan de Goden of Elohim, die hem geschapen hadden. Hij was tegelijk mannelijk en vrouwelijk - een hermaphrodiet - in staat een ander wezen uit zichzelf voort te brengen.
Het was voor de verdere evolutie van de mens echter noodzakelijk, dat zijn brein tot ontwikkeling kwam, en, terwijl hij eerst uit zichzelf de dubbele scheppingskracht - positief (♂) en negatief (♀) - had uitgezonden, werd nu de helft daarvan teruggehouden met het doel een brein, een strottenhoofd en een zenuwstelsel op te bouwen, om te dienen als denkorganen en als instrument, waardoor de geest zijn organisme zou kunnen bespelen en zich in klanken kon uitdrukken.
Sommige geesten houden de positieve scheppingskracht terug en zenden alleen maar de negatieve of vrouwelijke kracht uit, terwijl andere de vrouwelijke of negatieve kracht terughouden en de positieve uitzenden. Men kan dus zeggen, dat God één zijde van hun wezen wegnam, maar niet een rib.
Deze lezing van het woord maakt evengoed aanspraak op erkenning als de vertaling 'rib', en heeft bovendien nog de verdienste dat zij een anders onverklaarbaar feit helpt uitleggen."

De menselijke geest was vóór de scheiding van Adam en Eva nog in de toestand van een verenigde tweelinggeest; de geestgedaanten van de mannelijke en vrouwelijke tweelinggeesten waren in liefde geheel in elkaar opgegaan; zij vormden een innige eenheid, een hecht, innerlijk huwelijk en zij handelden samen als één wezen: 'de mens'. Zowel in een mannelijke als in een vrouwelijke, stoffelijke levensvorm waren toentertijd, in de ontwikkelings-geschiedenis van de mensheid, zulke verenigde tweelinggeesten aanwezig, die beide levensvormen, mannelijke en vrouwelijke, bestuurden.
Op een zeker punt in die ontwikkelingsgeschiedenis was het echter noodzakelijk dat ook de mannelijke en vrouwelijke geest zich apart tot zelfstandigheid zouden gaan ontwikkelen. Maar daarvoor moest de oorspronkelijke, verenigde tweelinggeest worden gescheiden, van elkaar los worden gemaakt. Dát gebeuren wordt in Gen. 2:21-25 beschreven: de mens werd in slaap gebracht en de vrouwelijke zijde, de vrouwelijke kant van 'ha Adam', de mens, werd losgemaakt van de mannelijke zijde. Die nu zelfstandig geworden vrouwelijke geest kwam in een vrouwelijke levensvorm te leven en beide geesten, Adam en Eva geheten, werden in het 'paradijs' (van 'paradisum': 'om het huis', de tuin) weer bij elkaar gebracht.
Doordat zij in wezen bij elkaar behoorden en nog steeds een eenheid vormden, 'schaamden zij zich niet voor elkaar'.


Adam en Eva - Gustave Doré
De noodzakelijke verdrijving uit het paradijs om aan
de geestelijke ontwikkeling op de aarde te beginnen.
Op een gegeven moment moesten zij toch aan hun eigen ontwikkeling beginnen. Daartoe verbond een geleidegeest uit de geestelijke wereld zich met Eva, die als vrouwelijke geest ontvankelijk was voor diens inwerking. Het binnendringen van diens geestkracht werd door de vrouwelijke geest Eva opgemerkt als een slangvormige, geestelijke inwerking.
(Deze vorm van inwerking door mijn begeleider is door mijzelf als zodanig in mijn eigen binnenwereld waargenomen.)
Deze 'slang' verléidde haar niet, maar zette haar ertoe aan niet alleen zelf, maar samen met Adam aan de geestelijke ontwikkelingsweg naar persoonlijke zelfstandigheid over de aarde te beginnen.

Aan een mens iets verbieden - zoals het eten van de vrucht van de boom der kennis - heeft een geheime bijbedoeling: de mens iets verbieden wat er heerlijk uitziet, vestigt er juist de aandacht op en zet ertoe aan, de mens nieuwsgierig te maken en zo mogelijk het gebod te laten overtreden. Door dat te doen, door in te gaan tegen het verbod van de opvoeder, toonde de mens juist zélf zijn persoonlijke zelfstandigheid... en dat was Gods bedoeling.
Als dit niet was gebeurd, was de mens als een verwend kind in het paradijs blijven leven en had zich niet uit zichzelf in beweging gezet om zich te ontwikkelen, aangezien de traagheid de grootste hartstocht van de mens is (Jung). Adam en Eva moesten geen van hun ouders afhankelijke kinderen blijven, maar zo veel als mogelijk op eigen kracht zelfstandige, volwassen godenkinderen worden.

Het was een onvermijdelijk vereiste voor de geestelijke groei naar persoonlijke zelfstandigheid van de mensheid, dat Eva en Adam als eersten ertoe werden aangezet hun paradijs (het ouderlijke tehuis) te verlaten en aan hun eigen eenzame, moeizame, geestelijke ontwikkelingsweg over de aarde te beginnen. Waarvoor zij werden gewaarschuwd.
Om moeilijkheden te overwinnen, moet de mens zijn geestelijke vermogens gebruiken en daardoor vindt geestelijke groei plaats. Dat beeld wordt geschetst nadat Adam en Eva hebben besloten naar kennis en wijsheid te gaan streven.

De zogenaamde 'zondeval' is het neerdalen van de menselijke geest uit zijn eigen, geestelijke wereld naar deze aardse wereld, waar de geest onbewust wordt van zijn eigen zelfstandigheid en hier schijnbaar aan zichzelf wordt overgelaten. Door die onwetendheid kan het voorkomen dat de mens 'niet aan het doel beantwoordt', de letterlijke betekenis van het Middelnederlandse woord 'zonde'. Maar die schijnbare eenzaamheid stelt de mens ook in de gelegenheid zelfstandig ervaringen te verwerken en beslissingen te nemen. Daarvoor is het bewuste en beheerste gebruik van de geestelijke vermogens nodig, wat geestelijke groei naar zelfstandigheid en uiteindelijk hereniging met God betekent... het doel van de gang door dit aardse bestaan.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^