De uitleg van de betekenis van Jezus' terechtstelling door Paulus en Hebreeën
I. Jezus' veroordeling en terechtstelling, dood en opstanding was voor een godsdienstleraar zo uitzonderlijk, dat zijn volgelingen er eeuwen over hebben gedaan om die - voor hen verbijsterende gebeurtenis - een plaats te geven.
In het Joodse volk leefde namelijk de opvatting dat de manier waarop iemand stierf, iets zei over het leven dat die persoon had geleid. Vandaar dat de eerste christenen naarstig zochten naar een goede verklaring, waarom Jezus aan een Romeins kruis was gestorven, want Jezus' kruisiging was voor hen niet zomaar een terechtstelling; het was theologisch gezien een ramp, waar men geen raad mee wist.
Het struikelblok van het kruis
Voor de eerste volgelingen van Jezus vormde zijn wijze van sterven een enorme uitdaging om drie redenen:
- Vloek van God: volgens de Thora (Deut. 21:23) was iedereen die aan een paal werd opgehangen "door God vervloekt" [Na de terechtstelling van een Jood, werd het lijk aan een paal gebonden of genageld en als afschrikwekkend voorbeeld tentoongesteld. (Freek)]
- Schande: kruisiging was de meest vernederende straf, gereserveerd voor slaven en opstandelingen.
- Messiasverwachting: men verwachtte juist een zegevierende koning, geen gemartelde verliezer.
De leerlingen hadden de voorzeggingen van Jezus over de te verwachten gebeurtenissen, niet tot zich door willen laten dringen. De verwarring na zijn terechtstelling was daardoor groot.
De verklaringen van de eerste christenen
Om dit 'schandaal' te verklaren, ontwikkelden de eerste christenen verschillende redeneringen:
1. Vervulling van de Schriften
Zij herinterpreteerden het Oude Testament.
- Lijdende Knecht: ze kozen teksten uit Jesaja 53, over iemand die de zonden van anderen draagt [en ontwikkelden daarna het denkbeeld van het 'plaatsvervangende lijden': Jezus zou voor onze 'zonden' aan het kruis zijn gestorven en zo van zonden hebben bevrijd (Freek)].
- Plaatsvervanging: het denkbeeld ontstond dat Jezus de 'vloek' van de wet op zich had genomen om anderen daarvan te bevrijden (Galaten 3:13).
2. Paradoxale overwinning
Getracht werd de betekenis van het kruis om te buigen van een nederlaag naar een triomf [Jezus was almachtig en had de dood overwonnen (Freek)].
- Offer: Jezus' dood werd gezien als een eenmalig offer, vergelijkbaar met het Paaslam.
- Gehoorzaamheid: het bewees Jezus' totale overgave aan de wil van God, wat hem de titel 'Heer' opleverde.
3. De opstanding als bewijs
Het belangrijkste argument was de opstanding.
Zonder de opstanding met Pasen zou de kruisiging juist het definitieve bewijs van Jezus' falen zijn geweest. De opstanding werd gezien als Gods 'vrijspraak': God maakte het oordeel van de Romeinen en de religieuze leiders ongedaan. De opstanding liet zien, dat Jezus de waarheid had gesproken.
Het is boeiend om te zien hoe een teken van uiterste schande, het kruis, in korte tijd veranderde in het belangrijkste symbool van hoop en redding.
Hoewel zowel Paulus als de schrijver van de Hebreeënbrief het kruis centraal stellen, gebruiken ze ieder geheel verschillende beelden om de betekenis ervan uit te leggen. Paulus denkt daarbij vooral als een jurist [het vrijkopen van zonde (Freek)], terwijl de schrijver van Hebreeën denkt als een priester [Jezus' hoogpriesterlijke zelfoffer (Freek)].
3.a Paulus: de juridische en kosmische wending
Paulus moest uitleggen hoe een 'vervloekte' dood toch tot zegen kon leiden. Hij richt zich op de status van de mens voor de wet.
- De ruil (Participatie): Paulus stelt, dat Jezus de plaats van de zondaar innam. In Galaten 3:13 zegt hij: "Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet, door voor ons een vloek te worden." [Die wet werd overigens door Jahweh zelf aan Mozes, de grootste, Joodse profeet, gegeven en Jezus zelf zegt later, dat niets uit de wet zal worden opgeheven (Freek)].
- Rechtvaardiging: het kruis is voor Paulus de plek waar de 'schuldrekening' van de mensheid is schoongeveegd. Het is een juridische vrijspraak.
- Het einde van de Wet: door te sterven aan het kruis, stierf Jezus "aan de wet". Hierdoor zijn gelovigen niet langer onderworpen aan de Joodse wet, maar aan de 'genade' ['welwillendheid'] [terwijl Jezus zegt dat de wet altijd geldig zal blijven].
- Kracht in zwakheid: voor Paulus is het kruis de ultieme paradox [tegenstrijdigheid}: Gods wijsheid lijkt voor de wereld dwaasheid en Gods kracht wordt zichtbaar in uiterste zwakheid (1 Korintiërs 1). [Petrus schrijft in zijn eerste brief dat Jezus door de kruisdood tot de misdadigers werd gerekend en juist daardoor de misdadigers, die zichzelf in de onderwerweld hadden opgesloten (3:18-19), kon benaderen en de kerkerdeur voor hen opende (Freek)].
3.b Hebreeën: de liturgische en hemelse wending
De schrijver van Hebreeën richt zich op Joodse christenen die de tempel en de offers misten. Hij legt uit dat het kruis het 'ultieme offerfeest' was.
- De Hogepriester: Jezus is niet alleen het slachtoffer, maar ook de priester. Hij brengt het offer zelf.
- Het Volmaakte Offer: in tegenstelling tot de dagelijkse offers in de tempel, is Jezus' dood "eens en voor altijd" (Hebreeën 10:12). Het hoeft nooit te worden herhaald.
- Toegang tot het Heilige: door zijn dood scheurde het voorhangsel. De schrijver betoogt dat gelovigen nu direct toegang hebben tot de troon van God, zonder tussenkomst van aardse priesters.
- Het betere verbond: het kruis bezegelt een nieuw verbond, dat het oude stelsel van dierenoffers overbodig maakt.
| Brief | Paulus | Hebreeënbrief |
|---|---|---|
| Omgeving | De rechtszaal (Wet vs. Genade) | De tempel (Offer vs. Verzoening) |
| Rol van Jezus | De nieuwe Adam/plaatsvervanger | De Hogepriester/Het Lam |
| Gevolg | Vrijspraak en vrijheid | Reiniging en toegang tot God |
| Gericht op | De status van de gelovige | De heiligheid van het offer |
Deze denkbeelden botsten geheel met de Romeinse filosofie van die tijd, waar een godheid gunstig moest worden gestemd door aan die god offers te brengen, wat christenen weigerden te doen, waardoor de verspreiding van het christendom in de eerste eeuwen meer of minder krachtig werd tegengewerkt.
II. Het kruis waarvan wordt aangenomen, dat het werd gebruikt voor Jezus' terechtstelling, heeft niet alleen in de loop der eeuwen, maar ook plaatselijk op verschillende wijzen als 'kunstobject' een ontwikkeling doorgemaakt.
Het Latijnse kruis doet 'menselijker' aan en leent zich beter voor de kunstzinnige weergave van Jezus' terechtstelling, dan de paal ('stauros') zoals de oorspronkelijke, Griekse tekst vemeldt. De terechtstelling aan een paal geeft een schrikwekkende aanblik en is ongeschikt om kunstzinnig te worden weergegeven. Daardoor werd de werkelijkheid in de kunst maar zelden getoond.
Jezus' uiterlijk en het beeld van 'Jezus aan het kruis' is - na Hiëronymus vertaalfout in de Vulgaat - geheel door kunstenaars bepaald. Het Latijnse kruis is daardoor een kunstzinnig artefact te noemen, waarvan de uitbeelding aan de geest van de tijd onderhevig was.
1. Het aantal nagels*
De Bijbel noemt geen specifiek aantal nagels dat is gebruikt voor de kruisiging van Jezus. Het getal drie is een traditie uit de latere christelijke kunst en symboliek, maar wordt niet ondersteund door een letterlijke bijbeltekst.
1.1 Wat zegt de Bijbel wel?
Er zijn slechts enkele verwijzingen naar de wonden die de nagels veroorzaakten, na de opstanding van Jezus:
Johannes 20:25: De apostel Thomas zegt: "Tenzij ik in zijn handen het teken van de nagels zie..."
Let op: Het woord 'nagels' staat hier in het meervoud, wat erop wijst dat er meer dan één nagel voor de handen werden gebruikt [Bij gebruik van een paal werden beide handen op elkaar met één nagel boven het hoofd aan de paal bevestigd (Freek)].
Kolossenzen 2:14: Paulus schrijft symbolisch over het uitwissen van de schuld door deze "aan het kruis te nagelen."
Lucas 24:39: Jezus zegt na zijn opstanding: "Kijk naar mijn handen en voeten, ik ben het zelf."
Hoewel nagels hier niet expliciet worden genoemd, suggereert dit dat ook zijn voeten gemerkt waren.
1.2 Waar komt het getal drie vandaan?
De discussie over het aantal nagels is al eeuwenoud.
- Drie nagels: in de middeleeuwse kunst werd Jezus vaak afgebeeld met de voeten over elkaar heen, doorboord door één enkele nagel. Dit vormt samen met de twee nagels in de handen een totaal van drie.
- Vier nagels: vroege christelijke kunst en de tradities van de Oosters-Orthodoxe kerk gaan vaak uit van vier nagels (elke voet apart vastgezet naast de paal).
- Archeologie: vondsten uit de Romeinse tijd laten zien dat slachtoffers met de nagels door de hielbeenderen of polsen werden vastgeslagen, maar de methode varieerde per executie.
2. De voeten naast of over elkaar?
Anatomisch gezien is het mogelijk om de voeten over elkaar te plaatsen en met één nagel vast te zetten, maar dit brengt grote technische en medische uitdagingen met zich mee. In de medische en historische wetenschap wordt hier vaak onderzoek naar gedaan om de authenticiteit van relikwieën of kunstuitingen te toetsen.
2.1 Anatomische haalbaarheid
Om beide voeten met één nagel vast te zetten, moeten ze op een specifieke manier worden gepositioneerd:
- Plaatsing: de voeten moeten plat tegen het hout worden gedrukt, waarbij de ene voet over de andere ligt. De nagel moet dan door de middenvoetsbeentjes (metatarsals) of de hielbeenderen (calcaneus) van beide voeten tegelijk gaan.
- Lengte van de nagel: een standaard Romeinse nagel was ongeveer 12 tot 18 centimeter lang. Dit is in theorie lang genoeg om door twee voeten én in het hout van het kruis te dringen.
- Stevigheid: als de nagel alleen door het zachte weefsel tussen de botten gaat, zou het gewicht van het lichaam de voeten van de nagel kunnen laten scheuren. Voor een stabiele bevestiging moet de nagel dus door of langs de botstructuur gaan om grip te hebben.
2.2 Historische en archeologische bevindingen
Archeologische vondsten (2) laten zien, dat de voeten apart (aan de zijkanten van de verticale balk) werden genageld.
- Het skelet van Giv'at ha-Mivtar: in 1968 werd in Jeruzalem het skelet gevonden van een gekruisigde man (Yehohanan). Bij hem zat de nagel door het hielbeen, wat suggereert dat hij zijwaarts was genageld, niet met de voeten over elkaar aan de voorkant.
- Stabiliteit: Romeinen waren 'efficiënt' in hun executies. De voeten over elkaar plaatsen met één nagel vereist dat de benen in een onnatuurlijke, gedraaide positie worden gedwongen. Dit is lastiger voor de beul dan de voeten eenvoudig aan de zijkant vast te slaan.
[Bovendien wordt ervan uitgegaan dat de veroordeelde eerst door de handen heen werd vastgenageld, dat het terechtstellingswerktuig dan overeind werd gezet en als laatste de voeten werden vastgenageld. (Freek)]
Conclusie
Hoewel het anatomisch kan, is het technisch gezien lastiger en minder stabiel dan het gebruik van twee nagels. De keuze voor drie nagels in de kunst (twee in de handen, één in de voeten) is dan ook vaker gebaseerd op esthetiek en symboliek (verwijzing naar de Heilige Drie-eenheid) dan op anatomische of historische logica.
3. Het skelet van een Engelse man
In 2017 vonden archeologen in het Engelse dorp Fenstanton (Cambridgeshire) een skelet dat wereldwijd als een van de best bewaarde bewijzen van een Romeinse kruisiging wordt beschouwd.
Dit zijn de belangrijkste bijzonderheden over deze vondst:
3.1 De ontdekking: 'Skelet 4926'
Tijdens graafwerkzaamheden voor een nieuwe woonwijk stuitten archeologen van Albion Archaeology op een Romeinse begraafplaats. Pas in het laboratorium merkten onderzoekers een ijzeren nagel op in het rechter hielbeen van een man.
Locatie: Fenstanton, Cambridgeshire, Verenigd Koninkrijk
Datering: de man leefde vermoedelijk tussen 130 en 360 n.Chr.
Profiel: een man tussen de 25 en 35 jaar oud, ongeveer 1,70 meter lang
Conditie: zijn botten vertoonden tekenen van zwaar lichamelijk werk, slechte voeding en infecties aan de benen, wat erop kan wijzen dat hij een slaaf was of in ketenen had geleefd.
3.2 Wat leert deze vondst ons over de methode?
De positie van de nagel geeft direct antwoord op de vraag over de houding van de voeten:
- Zijwaartse bevestiging: de nagel was horizontaal door het hielbeen (calcaneus) geslagen. Dit suggereert dat de man met zijn voeten aan de zijkanten van de verticale balk was genageld, in plaats van met de voeten over elkaar aan de voorkant.
- Geen 'kunstzinnige' houding: Deze methode was anatomisch veel eenvoudiger en stabieler voor de beul dan de houding die in de kunst is te zien.
- Hergebruik van nagels: het is zeldzaam dat de nagel nog in het bot zit. Meestal werden nagels na de executie verwijderd, omdat ijzer kostbaar was of omdat men geloofde dat de nagels magische krachten hadden. In dit geval was de nagel verbogen, waardoor hij waarschijnlijk niet makkelijk te verwijderen was.
3.3 Waarom is dit zo bijzonder?
Hoewel kruisiging in het Romeinse Rijk duizenden keren is uitgevoerd, is er bijna geen fysiek bewijs van gevonden. Dit is pas het tweede overtuigende voorbeeld ter wereld waarbij de nagel nog in het bot zit.
Het eerste bekende exemplaar werd in 1968 gevonden in Jeruzalem (de man genaamd Yehohanan), waarbij de nagel ook door het hielbeen zat.
De vondst in Engeland bewijst dat deze strafmaat tot in de verste uithoeken van het Romeinse Rijk werd toegepast, zelfs op lokale bewoners of slaven.
Het skelet is recentelijk nog te zien geweest in een tentoonstelling van het British Museum over het Romeinse leger.
4. Drie of vier nagels?
De overgang van vier naar drie nagels die in de kunstgeschiedenis bestaat, is een verschuiving die plaatsvond tijdens de Late Middeleeuwen (ca. 1150–1250). Dat was geen toeval, maar een bewuste verandering in de manier waarop gelovigen naar het lijden van Christus keken.
4.1 Hieronder volgt de evolutie van deze beeldvorming:
- De vroege traditie: vier nagels (tot ca. 1200)
In de vroege christelijke kunst (Romaanse stijl) werd Jezus bijna altijd afgebeeld met vier nagels: één in elke hand en één in elke voet.
- Christus Triumphans: Jezus werd afgebeeld als een overwinnaar op de dood. Hij hangt niet, maar 'staat' rechtop tegen het kruis.
- Parallelle voeten: de voeten staan naast elkaar op een voetsteun (suppedaneum).
- Goddelijke waardigheid: er was weinig aandacht voor fysiek lijden of anatomische realiteit. Vier nagels zorgden voor een symmetrisch, rustig, meer 'koninklijk' beeld.
4.2 De omschakeling: drie nagels (13e eeuw)
Rond het jaar 1200 begon de iconografie te veranderen, vooral in West-Europa. De voeten werden door de schilder over elkaar geplaatst en met één enkele nagel doorboord.
Waarom veranderde dit?
- Nadruk op het lijden (Christus Patiens): in de gotische periode ontstond een nieuwe spiritualiteit, die zich richtte op de menselijkheid en de pijn van Jezus. Door de voeten over elkaar te plaatsen, wordt het lichaam in een 'S-bocht' gedwongen. Dit ziet er pijnlijker en hulpelozer uit.
- De Heilige Drie-eenheid: het getal drie werd wat symboliek betreft, belangrijker. Drie nagels verwezen rechtstreeks naar de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. [Het kerkelijke leerstuk van de Drie-eenheid ontstond pas in de vierde eeuw en staat historisch gezien geheel los van Jezus' terechtstelling in de eerste eeuw (Freek).]
- Franciscaanse invloed: de volgelingen van Franciscus van Assisi benadrukten de gevoelsmatige band met het lijden. Zij verspreidden beelden waarop Jezus er kwetsbaar en verwrongen uitzag.
4.3 Belangrijke momenten in de kunstgeschiedenis
Nicola Pisano (1260): op zijn beroemde preekstoel in Pisa is een van de vroegste voorbeelden te zien van de gekruisigde Christus met drie nagels.
Cimabue en Giotto: deze Italiaanse meesters perfectioneerden de 'geknikte' houding van het lichaam, wat alleen mogelijk was door de voeten met één nagel vast te zetten.
De Reformatie: later bleven katholieke kunstenaars vaak vasthouden aan drie nagels, terwijl sommige protestantse stromingen of historisch geïnteresseerde schilders (zoals Velázquez in zijn Christus aan het Kruis) soms terugkeerden naar vier nagels voor een meer 'statige' of 'historisch correcte' weergave.
Verschil tussen Oost en West
Opmerkelijk genoeg is deze verandering nooit doorgevoerd in de Oosters-Orthodoxe kerk. Op Byzantijnse en Russische ikonen zijn tot op de dag van vandaag bijna altijd vier nagels te zien. De voeten staan op ikonen vaak op een schuin geplaatst voetenplankje, waarbij de voeten apart zijn vastgenageld.
* Een 'nagel' is een langwerpig, smeedijzeren voorwerp met een platte kop en een puntig einde, bedoeld om twee voorwerpen met elkaar te verbinden door de nagel er met een hamer doorheen te slaan.
Een 'spijker' is een 'draadnagel'. Een lange, ijzeren draad wordt in stukjes verdeeld, waarna aan de stukjes een platte kop en een puntig einde wordt gemaakt.
(Bron: ChatGPT)
terug naar de vragenlijst
terug naar het weblog
^