Wie is God
Dat het begrip 'god' onduidelijk is, is heel begrijpelijk, want de oorspronkelijke betekenis van het woord komt van het Gotische 'hutas': aanbeden worden, of: dat wat aanbidwaardig is. En dat kan alles zijn, wat je van groot belang vindt en waar je veel waarde aan hecht.
Op jonge leeftijd was ik de Bijbel gaan bestuderen en toen ik bij het Onze Vader kwam, sprak dat mij zo aan, dat ik het iedere avond voor het slapen gaan, ben gaan bidden. Op gezette tijden raakte ik daarbij in vervoering en kwam als een vonkje bewustzijn, de menselijke geest, in een zee van licht en warmte terecht, die zich voor mijn gevoel uitstrekte in de eeuwige oneindigheid, die daardoor de 'albevattende' geest was en die ik nu de algeest noem.
Later maakte ik mee dat ik als dat vonkje bewustzijn, door verdichting uit die algeest was voortgekomen. Daardoor is die algeest voor mij de scheppende, góddelijke algeest... dus 'God'... het aanbidwaardige.
Door het ontdekken van de geestelijke vermogens drong het besef tot mij door, dai ik die vermogens, gelijk met de verdichting uit de goddelijke algeest als een te ontwikkelen aanleg uit de algeest heb meegekregen. Waarop ik in de literatuur ben gaan zoeken hoe andere schrijvers deze geestelijke vermogens beschrijven. Toen bleek mij ook dat deze omschrijving ook in de Bijbel voorkwam, zoals in Deel 1 is te lezen, onderaan.
M.a.w., als je in jezelf de werking van je geestelijke vermogens herkent, i.h.b. door het denken en voelen in jezelf, weet je dat die vermogens ook de góddelijke vermogens zijn en dat God als geest - die de eeuwige en oneindige algeest is - met die vermogens niet alleen ons als menselijke geest als een zelfstandigheid heeft gedacht en liefdevol geschapen, als een uitbeelding van zichzelf, maar ook deze schepping. Die is voor ons bedoeld als leerschool om onze geestelijke vermogens tot ontwikkeling te brengen, doordat we hier allerlei wederwaardigheden en tegenstanden moeten overwinnen, waarvoor we onze geestelijke vermogens moeten gebruiken en waardoor we ze zelf tot ontwikkeling bengen (daarbij in stilte begeleid).
Dus keer in tot jezelf als de vermogende geest en je weet wie God is als de algeest, waaruit je immers door verdichting bent voortgekomen en voortdurend in leeft.
Door God als 'geest' te benoemen, wordt duidelijk hoe de verhouding met de menselijke geest is, die een verdichting uit en in de algeest is, en wordt ook duidelijk dat Gods heilige geest eenzelfde verdichting is als de menselijke geest, maar in eenzelfde volmaakt ontwikkelde toestand als de goddelijke algeest. Gods heilige geest, de algeest in menselijke vorm, sprak doorheen de profeten tegen het Joodse volk en kondigde door Ezechiël aan zelf een keer naar de mensheid op aarde te komen.
Ezechiël 34:11-12
Dit zegt God: "Ik zal zelf naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen [God als heilige geest zelf ziet naar de mens om]. Zoals een herder naar zijn kudde op zoek gaat als zijn dieren verstrooid zijn geraakt, zo zal Ik naar mijn schapen op zoek gaan en ze redden."
'God' komt in twee geestestoestanden voor:
- de ongevormde oertoestand als de eeuwige oneindigheid van de goddelijke algeest en
- in de gevormde toestand als menselijke geest: de heilige geest Gods, die één keer als geest in de mens Jezus bij de mensheid is geweest.
Het begrip 'god' is daardoor een verzamelbegrip voor de beide verschijningswijzen van de goddelijke geest: algeest en heilige geest.
Naast de tegendelen algeest - heilige geest is er nog een tweede stel van tegendelen.
De gedeelde en verenigde toestand
Aan mij werd getoond dat in de algeest, in de ongevormde oertoestand, is te onderscheiden: de rust en de aangename, donkere koelte, waarin zij zich uitdrukt en de beweging en zijn lichtende warmte, waarin hij zich uitdrukt: de goddelijke algeest als het vrouwelijke en het mannelijke, dat door in beweging te komen uit het vrouwelijke, de rust, voortkwam.
Dit is de beschrijving van de gedeelde toestand waarin de beide tweelinggeesten kunnen voorkomen; maar zij kunnen ook geheel in elkaar opgaan, hun verenigde toestand als de verenigde tweelinggeesten, waarbij het vrouwelijke in liefde geheel in het mannelijke is opgegaan.
Ook voor de gevormde toestand als heilige geest (die aan de menselijke geest als geestgedaante zijn vorm geeft), bestaat er een gedeelde en verenigde toestand. In de gedeelde toestand verschijnt Gods heilige geest als een mannelijke en vrouwelijke geestgedaante, als man en vrouw, als de gedeelde tweelinggeesten; in de verenigde toestand is haar geestgedaante in liefde geheel in de zijne opgegaan, de verenigde tweelinggeesten. Er verschijnt dan uiterlijk zichtbaar een mannelijke geestgedaante, die één is met zijn vrouwelijke wederhelft, die door de mannelijke geestgedaante heen naar buiten toe uitstraalt en die samen als één persoon optreden.
God in de toestand van de gedeelde tweelinggeesten besloten zichzelf te vermenigvuldigen 'naar hun beeld en gelijkenis' in de vorm van 'ha Adam', 'de mens', als 'man en vrouw' (Genesis 1:26-27). Blijkbaar was 'ha Adam' een man en vrouw als verenigde tweelinggeest, want in Genesis 2:21-25 scheidde God 'ha Adam' in een gedeelde tweelinggeest als Adam en Eva.
De 'godheid' als 'al het goddelijke' is daardoor een goddelijk gezin als 'zij, die gezamenlijk onderweg zijn'.
Het antwoord op de vraag 'Wie is God' kun je door zelfbezinning rechtstreeks in jezelf vinden.
terug naar de vragenlijst
terug naar het weblog
^