De geestelijke betekenis van Jezus' leven, zijn kruisiging, overlijden en opstanding
Jezus' leven als uitbeelding van zijn leer
Jezus' eerste wonderdaad, het omvormen van water in wijn, van het stoffelijke in het geestelijke, is een voorafspiegeling van de geestelijke betekenis van belangrijke gebeurtenissen in zijn leven.
verstoffelijkte toestand → omvorming, vergeestelijking → vergeestelijkte toestand
De Bruiloft in Kana wordt in het begin van het Johannes-evangelie vermeld. Jezus en zijn leerlingen waren in het dorp Kana in Galilea als gasten op een bruiloft. Toen de wijn op was, veranderde hij op verzoek van Maria Joods reinigingswater in wijn. “Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde Hij zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem.” (Joh. 2:1-12)
Wijn is in de Bijbel een zinnebeeld van hemelse vreugde; water is onder andere een zinnebeeld van de lichamelijke, aardse werkelijkheid. De betekenis van dit wonder is dat Jezus de aardse toestand omvormt en daardoor verheft tot het geestelijke, het goddelijke, en zo het sterfelijke vergeestelijkt, onsterfelijk maakt. In die zin is de Bruiloft van Kana een voorafspiegeling van het einde: de gebeurtenissen tijdens het Paasfeest in Jeruzalem.
Jezus' levensweg kent als mijlpalen zijn geboorte in armelijke, bedreigende omstandigheden, zijn bezoek aan de schriftgeleerden in de Tempel, het beseffen van zijn leraarschap en zending, zijn doop door Johannes, zijn eerste wonderdaad in Kana en daarna zijn driejarige werkzaamheid als rabbi, godsdienstleraar; met tijdens het Paasfeest:
1 zijn gevangenneming, zijn beschuldiging van godslastering en doodvonnis, zijn kruisiging als misdadiger
2 zijn overlijden, kruisafname en geestelijke tocht naar de onderwereld om hen, die zich in de duistere gebieden zelf hadden vastgezet, ook te bevrijden,
3 de geestelijke opstanding uit het aardse graf, zijn verschijning als geestgedaante aan de leerlingen, de verdere onderwijzing van zijn leer, zijn hemelvaart
en ten slotte zijn neerdalen als heilige geest in de leerlingen, waardoor zij zoals Jezus zelf met God werden verbonden.
Jezus' gelijkenis die door hem is verteld en in grote lijnen eenzelfde levensloop uitbeeldt, is die van de Verloren Zoon (Luk. 15:11-32). De jongste zoon (de mens) vraagt aan zijn vader (God) het hem toekomende vermogen (de geestelijke vermogens) te geven;
1 hij vertrekt ermee naar het buitenland (daalt af naar de aarde); in een leven van losbandigheid aldaar verspilt hij zijn vermogen (hij raakt gehecht aan het aardse, hij wordt onbewust van zichzelf en onbeheerst, en faalt daardoor), hij vervalt tot armoede en moet werken als varkenshoeder (de toestand van geestelijke onbewustheid, de onbewuste vereenzelviging en gehechtheid aan de stof die daaruit voortkomt);
2 hij komt tot bezinning, beseft zijn toestand (zelfbewustwording), voelt berouw, besluit zich te bevrijden en terug te keren (bevrijding uit gehechtheid en daarop volgende zelfverwerkelijking);
3 op de terugweg naar huis komt zijn vader hem al vol vreugde tegemoet; de zoon betuigt zijn spijt over zijn gedrag, zijn vader toont hem zijn liefde en vergevingsgezindheid, en bereidt voor hem een feestelijke thuiskomst (de hereniging).
De vader spreekt dan de betekenisvolle woorden: “Mijn zoon hier was dood [onbewust] en is levend geworden [vergeestelijkt], hij was verloren en is gevonden.” Deze woorden zijn de kortste beschrijving van de geestestoestand van de mens die op aarde over de levensweg gaat om zich er geestelijk te ontwikkelen.
In grote lijnen komt dat overeen met de toestand van:
1 vereenzelviging en gehechtheid aan het aardse - de toestand aan het kruis bevestigd te zijn
2 bewustwording van die toestand en bevrijding daaruit - het overlijden, het loskomen van het lichaam als kruis
3 terugkeer naar huis - de opstanding als zelfverwerkelijkte, volwassen geworden zoon.
Bij Jakob Lorber is hierover te lezen:
1 "De stof is het middel waarin een wezen dat aan mij gelijk(waardig) moet worden,
2 geheel los van mij de proef van de vrijheid van keuze moet doorstaan,
3 om tot de ware levenszelfstandigheid te komen."
Jakob Lorber - Grote Johannes Evangelie 6, par. 239; 'De tweede schepping van God'
Dit is de zin waarin het meest bondig de leer van Jezus, zoals die in de werken van Jakob Lorber tot uitdrukking komt, staat vermeld.
Esoterie. Een samenvatting uit de esoterische literatuur: theosofie, rozenkruisers, antroposofie over de betekenis van het leven van Jezus als een zinnebeeld van geestelijke ontwikkeling van de mensheid.
Jezus' leven als leraar mondde uit in het oerbeeld van de geestelijke ontwikkeling van de mensheid - terechtstelling en opstanding:
1 de terechtstelling is de uitbeelding van de involutie, het neerdalen van de menselijke geest in de stof waardoor die daar gehecht aan raakt, als aan het kruis is genageld;
2 het verblijf in het graf is de rust waarin de mens tot zichzelf komt, zich van zijn toestand bewust wordt en zich van zijn gehechtheid wil gaan bevrijden;
3 de opstanding is de evolutie, waarbij de geest zich op eigen kracht losmaakt uit zijn gehechtheid aan de stof, opstaat uit het graf van de gehechtheid en door die arbeid aan zichzelf zijn geestelijke zelfstandigheid verwerkelijkt.
Na zijn terechtstelling daalde Gods heilige geest af in de schemergebieden van de onderwereld om de geesten die daar woonden en zich door zelfgerichtheid hadden opgesloten, weer met zichzelf als algeest te verbinden en de daar aanwezigen de mogelijkheid te geven zich uit deze toestand te bevrijden. Vervolgens verscheen Jezus als Gods heilige geest in zijn geestgedaante weer op aarde om zo aan de mens de opstanding uit de dood, de bevrijding van de toestand van onbewuste vereenzelviging met dit stoffelijke bestaan, te tonen.
De betekenis van Pasen en Pinksteren
Voor Christenen is Pasen het feest van de kruisiging van Christus en van diens opstanding. Daarbij heeft voor de Westerse kerken, die op het uiterlijke zijn gericht, de nadruk altijd gelegen op de kruisiging (wat immers een historisch feit is); voor de Oosterse kerken echter, die op het innerlijke zijn gericht, ligt de nadruk juist op de opstanding (een geestelijk gebeuren, wat geloof vereist). Beide horen echter onverbrekelijk bij elkaar, want het een is het gevolg van het ander. Tijdens deze verhandeling zal worden besproken hoe Jezus door zijn kruisiging en opstanding aan de mensheid een oerbeeld liet zien, wat een weergave is van de geestelijke omvorming, waarvoor iedere mens op aarde is.
Het onderwerp van dit stuk is de geestelijke betekenis van Pasen en Pinksteren. Pinksteren hoort onafscheidelijk bij Pasen, doordat dat feest in feite de afsluiting was van Pasen. Op de vijftigste dag, dus zeven weken (is 7x7 dagen) na Pasen, volgde Pinksteren (van 'pentekoste', de vijftigste). Waar hier de aandacht op zal worden gevestigd, is, hoe de geestelijke ontwikkeling die de mens doormaakt, en de stappen van die ontwikkeling, herkenbaar zijn in de geschiedenis en in cultuuruitingen van de mens.
| De geestelijke ontwikkeling van de mens, uitgedrukt in geschiedenis en cultuurgoed van de mensheid | ||||
| 1 Hebreeën | Pasen (voorjaarsfeest), brandoffer van het eerstgeboren lam | de zeven weken (7x7 dagen) tussen Pasen en Pinksteren | Pinksteren (oogstfeest), brandoffer van de eerste tarweschoof | |
| 2 Joodse volk | slavernij in Egypte, de plagen, beproeving van Mozes' geloof | de uittocht (Schelfzee), de opstandigheid van het volk | tocht door de woestijn, de 'zuivering' van het volk, manna uit de hemel | gave van de Wet (Sinaï), hernieuwing van het verbond en de tocht naar het heilige land |
| 3 Job (Hiob: de terugke- rende) | zijn rijkdom en later tegenspoed door Satanaël, een der zonen Gods | gesprekken met vrienden over het lot: lijden, schuld, boete; Jobs opstandigheid |
Elihoe's wijsheid, Gods bemoeienis met de mens, Jobs berusting |
Jobs ontmoeting met God, besef van eigen onwetendheid en onzelfwerkzaam-heid |
| 4 Jezus | gevangenneming en kruisiging, zijn tocht naar de hel | opstanding uit het graf, verschijning aan de leerlingen | verdere onderwijzing van de leer, de ongelovige Thomas | de hemelvaart en de uitstorting van de heilige geest |
| 5 Verloren zoon | vertrek uit huis, los-bandigheid, armoede, var- kenshoeder | bewustwording van zijn toestand en berouw | terugkeer naar huis, het tegemoet komen van de vader | thuiskomst, de vader: Mijn zoon was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden. |
| 6 Geestkunde | de aanvangstoestand van onbewuste vereenzel- viging, gehechtheid en eenzijdigheid | bewustwording en be- vrijding | zelfverwerkelijking | hereniging |
| 7 Boeddha (de Wetende) | koningszoon; 1. Het be- staan is lijden: armoede, ziekte, dood. | 2. Het lijden heeft een oorzaak: onwetendheid, dorst naar bestaan | 3. Oorzaak kan worden opgeheven: 4. het edele achtvoudige pad | meditatie (achtste stap) leidt m.b.v. Dharma tot Nirvana |
| 8 Herakles ('door Hera groot') | rijkdom en gezinsmoord door de invloed van Hera, vrouw van Zeus | uitspraak Delphoi, op- standigheid en lotsaan- vaarding, dienaar van Eurystheus | de Twaalf Werken, zon- der hulp of beloning te volbrengen | het zelfoffer, opname op de Olympos als een der goden |
| 9 Dante (La Divina Commedia) |
verdwaling, met Vergilius naar de hel; hoofdzonde: de zelfzucht | bezoek aan het vagevuur, bewustwording van zonden | bezoek aan het aardse paradijs, het zuiveren van zichzelf | ontmoeting met Beatrice, het hemelse paradijs; het Empyreum, aanschou- wing van God |
| 10 Goethe (Faust) | verbond met Mefistofeles; Gretchen, moord en waanzin | Fausts ontwaken, de tocht naar de Ideeën, de Moeders en Helena | de Homunculus als een- zijdige zelfverwerkelij- king; Manto | het overlijden en de vereniging met Maria, de goddelijke liefde |
| 11 Alchemie | prima materia, (kiezel)- goer | sulfur, arsenicum | marcasita, aurum | vitrum, solificatio |
| 12 Steiner | Lucifer (zelfbehoud) en Ahriman (soortbehoud): driftmatigheid van de mens | bewustwording | de wachter voor de drempel; vuur-, water- en luchtproef: de ontwik- keling van de vermogens | imaginatie, intuïtie, inspiratie door de geestelijke begeleiders |
| 13 Jung | het 'pers. onbewuste', identificatie, het Ego, de Persona | bewustwording van de Schaduw, Anima en Animus | de individuatie, het Zelf | de band met het 'col- lectieve onbewuste' (de geestelijke begeleiders) |
| 14 I Tjing (1 Tjièn) |
Verborgen draak handelt niet, hij is nog beneden. | Op het veld ver-schijnende draak, maakt de mens tot een ander wezen. | Scheppende werkzaam- heid, aarzelende opzwaai over de diepte. | Vliegende draak aan de hemel, de plaats van het hemelse karakter. |
terug naar de vragenlijst
terug naar het weblog
^