De Ster van Bethlehem


Inhoud

1. TV-documentaire 'Star of Bethlehem'. BBC 2, 24-12-2008 (samenvatting)
2. De ster van Bethlehem: geen historische, maar allegorische betekenis
3. Jakob Lorber - Jakobus evangelie
De aanbidding van de Heer in het Kindje door de drie Wijzen
4. Walter Bühler - Der Stern der Weisen. Vertaling van zijn uitgebreide boek over de betekenis van de Grote Conjunctie: de regelmatig herhaalde samenstand van Jupiter en Saturnus, ook in het jaar 7 v.Chr.
5. Dr. Elisabeth Vreede - Die Konstellation zu Christi Geburt Hoe de drie Wijzen uit het Oosten wisten wanneer en in welk land Jezus zou worden geboren (met samenvatting)

1. De BBC-documentaire behandelt de vraag wat de 'Ster van Bethlehem' kan zijn geweest; om die vraag te beantwoorden, komt een tiental geleerden aan het woord die dit onderwerp hebben onderzocht. De meesten gaan uit van de drie 'wijzen uit het Oosten' of de 'magiërs' en bespreken het verband dat er tussen hen en de Ster van Bethlehem bestaat.

1. Claire Foster, theoloog, vond een opmerking over de magiërs bij Philo, een joodse geschiedschrijver en tijdgenoot van Jezus. Hij schreef dat de magiërs wetenschappers waren, astrologen.
Herodotus beschreef in het verleden deze magiërs als Perzen, priesters van Zoroaster (Zarathustra). Zij gebruikten de astrologie o.a. om geboorte en overlijden van koningen vast te stellen. Zarathustra had voorspeld dat er eens een Messias ('gezalfde'; koningen en hogepriesters werden bij de joden gezalfd) zou worden geboren.

De monnik Dionysius Exiguus (470-544) ontwierp de christelijke tijdrekening; hij bepaalde het jaar van Jezus' geboorte t.o.v. de Romeinse kalender en noemde dat het jaar 1. Hij maakte echter een paar fouten. Hij gebruikte bij zijn berekening de gegevens van keizer Augustus, onder wie Jezus is geboren, maar hij vergat dat Augustus al vier jaar had geregeerd onder de naam Octavianus. Hij vergiste zich dus 4 jaar. Ook vergat hij rekening te houden met het jaar nul.

Flavius Josephus, een Romeins geschiedschrijver, die nog van de Romeinse kalender uitging, schreef dat koning Herodes overleed in 4 v.Chr. Jezus moet dus vóór die tijd zijn geboren, want hij werd geboren enkele jaren voordat Herodes stierf.

Er werd in de Oudheid wel over een 'ster' gesproken, maar het was waarschijnlijk een planeet, die in het Grieks 'planos' werd genoemd: zwerfster. Men kende in die tijd nog niet het onderscheid tussen sterren en planeten. De 'planos' waren de bewegende lichten of sterren aan de hemel: Mercurius, Venus, Mars, Jupiter en Saturnus, i.t.t. de vaste sterren. De vertaling van de bijbel is uit het Grieks, waar dus over 'zwerfster' werd geschreven, vandaar de benaming 'Ster van Bethlehem'.

2. Dr. Christopher Walker bestudeerde duizenden Perzische kleitabletten. Men maakte in die tijd ook astronomische tabellen om astrologie te kunnen bedrijven, zo ook over de bewegingen van bijvoorbeeld Venus. Zij beschreven ook de loop van de planeten door de astrologische dierenriemtekens. Als astrologen moeten ook de magiërs deze kennis hebben gebruikt.

In de loop van de eeuwen werden de drie magiërs tot koningen omgevormd, maar de oudst bekende afbeelding laat zien dat zij geen koningen waren. Deze afbeelding is een fresco gevonden in de catacomben onder Rome.

Daarop is te zien dat zij waren gekleed als Perzische ruiters. Op deze afbeelding is hun kleding aangepast naar kennis omtrent de kleding van Perzische ruiters uit die tijd, die broeken droegen.

Toen zij de Ster van Bethlehem zagen, vertrokken zij naar Jeruzalem. Volgens de bijbel veranderde de ster van richting en ging hen voor in de richting van Bethlehem. Kan een 'ster' van richting veranderen? Ja, dat kan.

3. Prof. David Hughes, astronoom te Greenwich, gaat ervan uit dat de Ster van Bethlehem Jupiter is, de grootste planeet. Hij bestudeert dit onderwerp al tientallen jaren. Iedereen kan die planeet kennen, want hij is met het blote oog zichtbaar; maar er moet iets bijzonders met Jupiter zijn gebeurd waardoor er zoals in Mattheüs 2 van een 'heldere ster' werd gesproken. Deze bijzondere gebeurtenis i.v.m. Jupiter is een samenstand met de planeet Saturnus, die ongeveer om de 900 jaar optreedt en dat moet de aandacht van de magiërs hebben getrokken.

In het jaar 7 v.Chr. was er aan de hemel een ontmoeting van Jupiter en Satusnus; er vond een drievoudige conjunctie (samenstand) plaats. Dit werd veroorzaakt door de 'retrograde beweging' van planeten (een verschijnsel dat de magiërs toen nog niet konden verklaren). Dit is een schijnbare terugloop die wordt veroorzaakt doordat de buitenplaneten langzamer bewegen dan de aarde. Als de aarde tussen de buitenplaneten en de zon in staat, bewegen zij mee; staat de aarde aan de andere kant van de zon, dan lijkt het alsof zij teruglopen.

Beide planeten gingen bij die gebeurtenis eerst samen op, stonden een tijd stil, liepen toen gedurende honderd dagen terug (retrograde), stonden weer stil en gingen toen weer vooruit. Het bijzondere aan dit verschijnsel was dat beide planeten dat - door de samenstand - gezamenlijk deden.
Huges denkt dat dit is wat de magiërs zagen en dat dit voor hen een astrologische betekenis had. Jupiter verzinnebeeldt namelijk de nieuwe leider en Saturnus de oude. Dit gebeurde in het sterrenbeeld Vissen en Vissen is het sterrenbeeld dat bij Israël hoort. De samenkomst van de planeten en later weer hun uit elkaar gaan, betekende voor de magiërs een 'troonswisseling in Israël'.

Deze astronomische gebeurtenis is op een kleitablet als voorspelling teruggevonden, de magiërs wisten dat dit zou gaan gebeuren. Zij waren ook de diplomaten uit die tijd en besloten eer te gaan bewijzen aan de nieuwe koning. Alleen de magiërs wisten van de 'Ster', Herodes niet, want hij was verrast door hun komst.
Als de magiërs van Babylon kwamen, de vindplaats van de kleitablet, dan duurde hun reis naar Jeruzalem enige maanden. Eerst zagen zij de 'ster' in hun eigen land, maar uiteindelijk boven Bethlehem.
Eerst kwamen beide planeten samen in mei in het jaar 7 v.Chr. in hun eigen land, daarna in september boven Jeruzalem en in november boven Bethlehem, waar de magiërs Jezus vonden en hem als een koning eer bewezen.
Hughes: deze astronomische feiten kloppen met de beschrijving van de gebeurtenissen in de bijbel.

4. Prof. Rick Larson, Texas University, gaat bij zijn onderzoek ook van Jupiter uit, maar hij begint zijn beschrijving van de ster in het jaar 3 v.Chr. De Romeinse geschiedschrijver Josephus schrijft weliswaar dat Herodes in 4 v.Chr. stierf, maar Larson heeft ontdekt dat deze datum niet juist is. Hij vond dat de kopiïsten die Josephus' geschriften overschreven, een fout maakten. In Josephus' documenten van vóór 1545 staat dat Herodes in 1 v.Chr. stierf.
Larson vond dat in het jaar 3 v.Chr. Jupiter in september een samenstand had met de heldere ster Regulus. Door de retrograde beweging van Jupiter vond ook deze samenstand drie maal achtereen plaats in meerdere maanden, voordat Jupiter verder ging.
Het volgende jaar, dus in 2 v.Chr., negen maanden later, had Jupiter, de koningsplaneet, een samenstand met Venus, de planeet van het moederschap. Astrologisch gezien betekende die samenstand voor de magiërs de geboorte van een koning.
Maar de samenstand had ook een verdubbeling van hun licht tot gevolg, waardoor een indrukwekkend lichtverschijnsel aan de hemel zichtbaar werd. Korte tijd leken zij samen één heldere ster te zijn: de Ster van Bethlehem.
Herodes stuurde de magiërs naar Bethlehem, waarboven Jupiter door zijn retrograde beweging stil scheen te staan, samen met Venus. De dag waarop die samenstand plaatsvond was 25 december in het jaar 2 v.Chr. Deze samenstand met Venus is ook op kleitabletten teruggevonden, de magiërs wisten hier dus al van.

Dr. Deirdre Good, theoloog, vermeldt dat in de Armeens christelijke traditie de namen van de magiërs bekend zijn: Caspar, Melchior en Balthazar, en daar wordt gezegd dat de drie magiërs door een groep leerlingen werden vergezeld.

Daarnaast vermeldt de documentaire verder ook nog dat de komeet van Haley in 5 v.Chr. aan de hemel te zien moet zijn geweest, maar dat het verschijnen van kometen werd gezien als een voorbode van rampspoed. Dat kan daarom niet de Ster van Bethlehem zijn geweest.
Ook was er in die tijd een supernova te zien, maar dat kan geen verband houden met het werk van de magiërs als astrologen.

Het verschil tussen de opvattingen van Hughes en Larson is, dat Saturnus een zwak lichtweerkaatsende planeet is, waardoor de samenstand niet een bijzonder verschijnsel aan de hemel kan zijn geweest, wat wel het geval was bij de samenstand van Jupiter met Venus in het jaar 2 v.Chr., twee van zichzelf al heel heldere planeten.

terug naar de Inhoud

2. De ster van Bethlehem: geen historische, maar allegorische betekenis

De ster van Bethlehem: requiem voor een hypothese
Scientias, 25 december 2017, Tim Trachet
Dit artikel is afkomstig uit het tijdschrift Zenit. Het populair-wetenschappelijke maandblad over sterrenkunde, weerkunde en ruimteonderzoek.

Wat was de ster die volgens het kerstverhaal de wijzen uit het oosten naar Bethlehem leidde? Het is een vraag die de gemoederen bezig blijft houden.
Vooral in de kerstperiodes lees of hoor je regelmatig over een mogelijke astronomische verklaring voor de ster die boven de geboorteplaats van Jezus zou hebben gestaan. In de kersttijd trekken voorstellingen over de ster van Bethlehem in planetaria vaak veel publiek en zelfs serieuze sterrenkundige tijdschriften publiceerden hierover verschillende hypothesen. Enige tijd geleden werd in Groningen zelfs een heus internationaal wetenschappelijk colloquium over deze kwestie gehouden. Het eerste van die aard en wellicht ook het laatste, als men rekening houdt met de conclusies.

Mattheüs
Alles wat we over de kerstster weten gaat terug op een vrij korte passage in het evangelie volgens Mattheüs (2:1-12):

Toen Jezus geboren was in Betlehem in Judea, tijdens de regering van Herodes, kwamen er magiërs uit het Oosten in Jeruzalem aan. Ze vroegen: "Waar is de pasgeboren koning van de Joden? Wij hebben namelijk zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om hem eer te bewijzen." Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde en heel Jeruzalem met hem. Hij riep alle hogepriesters en schriftgeleerden van het volk samen om aan hen te vragen waar de messias geboren zou worden. "In Betlehem in Judea," zeiden ze tegen hem, "want zo staat het geschreven bij de profeet: 'En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.'"
Daarop riep Herodes in het geheim de magiërs bij zich; hij wilde precies van hen weten wanneer de ster zichtbaar geworden was en stuurde hen vervolgens naar Betlehem met de woorden: "Stel een nauwkeurig onderzoek in naar het kind. Stuur mij bericht zodra u het gevonden hebt, zodat ook ik erheen kan gaan om het eer te bewijzen." Nadat ze geluisterd hadden naar wat de koning hun opdroeg, gingen ze op weg en nu ging de ster die ze hadden zien opgaan voor hen uit, totdat hij stil bleef staan boven de plaats waar het kind was.
Toen ze dat zagen, werden ze vervuld van diepe vreugde. Ze gingen het huis binnen en vonden het kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer om het eer te bewijzen. Daarna openden ze hun kistjes met kostbaarheden en boden het kind geschenken aan: goud en wierook en mirre. Nadat ze in een droom waren gewaarschuwd om niet naar Herodes terug te gaan, reisden ze over een andere weg terug naar hun land.

Daaruit blijkt dat 'wijzen uit het oosten' de ster associeerden met een 'pasgeboren koning der Joden'. We kunnen hier onmogelijk alle aspecten van dit onderwerp bespreken, maar essentieel is natuurlijk waarom dit verband werd gelegd.
Vaak gaat men ervan uit dat de wijzen (magoi in de oorspronkelijke Griekse tekst) astrologen waren die uit Babylon of Perzië kwamen en bepaalde hemelverschijnselen als tekenen voor de geboorte van belangrijke personen beschouwden. Immers, magoi komt van het Perzische woord magu, waarmee oorspronkelijk een Perzische (Zoroastriaanse) priester bedoeld werd, maar dat later gebruikt werd voor tovenaar of waarzegger (vandaar magiër).

Hypothesen
Er bestaan verschillende visies over welk hemelverschijnsel in verband wordt gebracht met de ster van Bethlehem. Er zijn er zeker een dozijn, met daarin nog allerlei varianten. Volgens het evangelie hebben de magoi de ster twee keer gezien. De eerste maal zagen ze de ster 'in het oosten' (eigenlijk: bij opkomst), wat blijkbaar de aanleiding was om naar Jeruzalem te vertrekken. Toen ze vandaar naar Bethlehem reisden (een tiental kilometers naar het zuiden) ging dezelfde ster 'voor hen uit' om vervolgens stil te staan 'boven de plaats waar het kind was'.
Het is niet duidelijk hoe men zoiets astronomisch moet interpreteren. De hypothesen rondom de ster van Bethlehem kunnen in twee verschillende categorieën worden opgedeeld. De eerste veronderstelt dat er inderdaad één of ander hemellichaam aan de hemel verscheen dat blijkbaar indruk maakte: een komeet, heldere meteoor, (super)nova, veranderlijke ster, Venus en zelfs Uranus worden genoemd, naast het zodiakaal licht en het poollicht!

Hiernaast zien we een samenstand van de maan, Venus en Jupiter. De hemellichamen lijken op deze foto heel dichtbij elkaar te staan, maar zijn in werkelijkheid zeer ver van elkaar verwijderd.
Afbeelding: ESO/Y. Beletsky.

De andere categorie omvat verklaringen die de 'ster' beschouwen als een samenstand van planeten onderling, of met sterren en sterrenbeelden: configuraties die voor de toenmalige astrologen een bijzondere betekenis moeten hebben gehad (zie de afbeelding hiernaast). Zo bracht Johannes Kepler al in de 17e eeuw de ster van Bethlehem in verband met een drievoudige samenstand (conjunctie) van Jupiter en Saturnus in 7 v. Chr. Latere onderzoekers wezen op een dubbele conjunctie tussen Jupiter en Venus in 3 en 2 v. Chr.
Hoewel gebaseerd op een veel lossere interpretatie van de Bijbeltekst (die van één ster spreekt), hebben deze hypothesen enkele voordelen. Dit soort samenstanden had in de toenmalige astrologie een betekenis en bovendien zijn de posities van sterren en planeten in het verleden met grote nauwkeurigheid te berekenen, zodat te achterhalen is welke samenstand mogelijk voor de ster van Bethlehem kan doorgaan. Planetaria kunnen die posities reconstrueren en op een begrijpelijke wijze voorstellen. Dat maakt deze verklaringen vrij populair.

Molnar
Alle bestaande hypothesen werden de laatste jaren overschaduwd door die van de Amerikaanse astronoom Michael Molnar met een publicatie uit 1995. Zijn verklaring kreeg veel aandacht omdat deze meer dan andere hypothesen was gebaseerd op diepgaande kennis van de astrologie uit de oudheid. Volgens Molnar hebben de wijzen/astrologen zich laten leiden door samenstanden met grote astrologische betekenis. In het jaar 6 voor Christus werd Jupiter tweemaal door de maan bedekt: de eerste keer op 20 maart, kort na zonsondergang, de tweede keer op 17 april, rond de middag (in de tijd van het Nabije Oosten). In beide gevallen was de bedekking onzichtbaar vanwege de nabijheid van de zon, maar de (Babylonische) astronomen van die tijd waren in staat deze posities op voorhand te berekenen.
Als een dergelijke opvallende positie van Jupiter (de planeet van het koningschap) aan de hemel samenviel met iemands geboorte, was die persoon in de ogen van astrologen voorbestemd om koning te worden. Nog een paar andere elementen versterkten het koninklijk karakter van een dergelijke horoscoop, zoals de nabijheid van Nieuwe Maan. Bovendien kwam Jupiter op 17 april heliakisch op (de eerste keer waarop een ster of planeet net zichtbaar wordt in de ochtendschemering, na een periode van onzichtbaarheid vanwege de nabijheid van de zon). Molnar meent dan ook dat de wijzen met 'bij opkomst' bedoelden dat ze de heliakische opkomst hadden waargenomen.
Tijdens de beide bedekkingen stond Jupiter in de Ram. Op 17 april stond ook de zon in dat sterrenbeeld. De Ram werd in de Oudheid als het teken van Judea beschouwd, aldus Molnar, die zich hiervoor beroept op de Griekse astronoom/astroloog Ptolemaeus. Dit alles kon als de geboorte van een koning in Judea worden geïnterpreteerd. Molnar veronderstelt nu dat astrologen of wijzen uit het oosten na deze ontdekking naar Jeruzalem trokken.
Intussen volgde Jupiter sinds 23 augustus een retrogade beweging aan de hemel, wat de wijzen interpreteerden als 'voor(af) gaan'. Op 19 december, toen de wijzen Bethlehem bereikten, stopte die beweging: ze zagen Jupiter 'stilstaan' (een stationaire positie bereiken). Molnar's verklaring komt neer op een combinatie van hypothesen die al eerder gesuggereerd waren, maar zijn idee van 'koninklijke horoscopen' is vrij origineel.
Zulke horoscopen waren inderdaad in de Oudheid bekend. De horoscopen van de Romeinse keizers Augustus en Hadrianus werden als zodanig beschouwd en maakten deel uit van de keizerlijke propaganda. Omgekeerd was het mogelijk dat mensen die met zo'n horoscoop waren geboren op bevel van de machthebbers konden worden gedood, omdat ze een potentiële bedreiging vormden. Het verhaal van de kindermoord van Bethlehem kan daarop geïnspireerd zijn.
Molnar zegt tot zijn opvatting te zijn gekomen door enkele munten die in de eerste eeuw van onze tijdrekening geslagen werden in Antiochië, toen de hoofdstad van de Romeinse provincie Syrië. Hierop is een ster met een ram te zien. Molnar meent dat dit een herinnering is aan de samenstand van de koninklijke horoscoop. De munten werden geslagen nadat Judea in 6 n.Chr. als een deel van Syrië door Rome werd geannexeerd. Het colloquium in Groningen draaide volledig rond deze hypothese, die de laatste jaren nogal wat aandacht heeft gekregen. Molnar was echter zelf niet aanwezig. Besefte hij dat historici en kenners van de antieke astrologie hem in hun kritiek niet zouden sparen?

Kritiek
Een eerste punt van kritiek is dat Molnar de tekst van het evangelie te vrij interpreteert. Als er geschreven staat dat de ster 'voor hen uitging' en 'stilstond boven de plaats waar het kind was', moet dat volgens kenners van de Griekse taal letterlijk worden geïnterpreteerd en niet als een beweging, respectievelijk stilstand van Jupiter in zijn baan aan de hemel. Dat geldt ook voor heel wat andere verschijnselen die als verklaring voor de ster van Bethlehem worden gegeven. Filologen verwerpen om dezelfde reden de interpretatie van 'in het oosten' als een heliakische opkomst.
Een cruciale vraag is of astrologen in Jezus' tijd uit een bijzondere configuratie aan de hemel de geboorte van een koning in Judea zouden kunnen afleiden. In de Oudheid kende men inderdaad de 'astrologische geografie': astrologische voorspellingen over het lot van landen en streken. Die bestond zowel in de (oorspronkelijke) Babylonische sterrenwichelarij zoals die in Mesopotamië werd bedreven, als in de hellenistische astrologie die in het Romeinse Rijk floreerde, maar er waren wel grote verschillen.
Bij de Babyloniërs besloeg de astrologische geografie slechts vier regio's in en nabij Mesopotamië. Eén ervan, het 'Westland', omvatte de gebieden ten westen van de Eufraat, waaronder Judea, maar voor Judea als zodanig was er geen aparte belangstelling. Elke voorspelling had betrekking op één van die vier regio's, nooit op een deel daarvan. Bovendien hadden die voorspellingen betrekking op de dood van een koning, maar nooit op de geboorte. De Mesopotamische astrologen zouden dus zeker niet de geboorte van een koning der Joden hebben voorspeld.

Enigszins anders ging het er in de hellenistische astrologie aan toe, waar landen verbonden werden met dierenriemtekens. De associatie van Judea met de Ram vindt men in de Tetrabiblos van Ptolemaeus, het standaardwerk van de klassieke astrologie. Molmar baseert zich op dat werk, maar het dateert uit de tweede eeuw na Christus. Oudere astrologische auteurs vermeldden nooit Judea; het was een relatief onbelangrijk gebied in de Grieks-Romeinse wereld. De Ram werd verder met verschillende streken geassocieerd, vooral met Perzië. Als Judea genoemd werd, dan was het altijd in één adem met Syrië waarvan het lange tijd deel uitmaakte. En ook de hellenistische astrologie kent geen enkele tekst met betrekking tot de geboorte van de koning van een land.
Molnar beweert ook dat de eerste christenen de horoscoop van Jezus kenden. Hij beroept zich op Firmicus Maternus, een tot het christendom bekeerde Romeinse astroloog uit de 4de eeuw die wees op de positie van Jupiter in het oosten bij de geboorte van een 'goddelijk' iemand. Volgens Molnar ging het in deze horoscoop wel degelijk over Jezus. Dat impliceert dat Maternus zijn geboortedatum en -uur zou hebben gekend. Maar, zo werd op het colloquium opgemerkt, de eerste christenen waren het niet eens over het geboortejaar van Jezus. Hoe zouden ze dan zijn geboorteuur hebben gekend?

Panaino: magoi waren geen astrologen
Eén van de deelnemers aan het colloquium, de Italiaanse geleerde Antonio Panaino, noemde het idee dat Mattheüs in het geheim de horoscoop van de Messias zou kennen, een geschikt onderwerp voor een roman van Dan Brown.
Panaino is hoogleraar Iraanse geschiedenis aan de universiteit van Bologna en auteur van een heus boek over de magoi. Hij is het er helemaal niet mee eens dat de magoi door astrologie geïnspireerd waren. Het Perzische woord 'magu' slaat op priesters van de oud-Perzische godsdienst van Zarathoestra. Zij waren bestuurders en geleerden, maar geen astrologen. Astrologie kwam in deze godsdienst oorspronkelijk niet voor, want de planeten werden als demonische wezens beschouwd. Pas in het Sassaniedenrijk (vanaf de derde eeuw van onze jaartelling) kreeg de astrologie betekenis bij de Perzen.

Volgens Panaino moet men de magoi in het evangelie zien als dragers van oosterse kennis die na een verre reis de pasgeboren Messias komen vereren. De wijsheid die buigt voor het geloof.
[Aan Zarathustra was voorspeld dat Ahura Mazda, het Grote Licht, eens naar de aarde zou komen.]
Ook volgens de Leidse hoogleraar vergelijkende godsdienstwetenschap Ab de Jong kan de verschijning van de magoi als een erkenning van Jezus als koning worden beschouwd, want in Perzië speelden zij traditiegetrouw een belangrijke rol bij de inhuldiging van een koning. Ze worden zelfs als 'koningsmakers' gepositioneerd.

Tegenspraak in evangelies
Tot slot benadrukken bijbelexegeten dat het geboorteverhaal van Jezus en de rol van een ster daarin niet op betrouwbare historische bronnen berust. Modern bijbelonderzoek leert dat de eerste fragmenten van de evangelies tientallen jaren na de dood van Jezus zijn opgeschreven. Dat van Mattheüs dateert zeker van later dan 70 n.Chr. De auteurs (hun echte namen zijn onbekend) baseerden zich op bestaande, veelal mondeling overgeleverde verhalen over Jezus, maar kenden hem niet bij leven en zeker niet bij zijn geboorte.
Alleen Mattheüs en Lucas vermelden de geboorte, maar hun relaas verschilt onderling sterk. Zo zegt Lucas helemaal niets over een ster. Beide evangelisten beweren dat Jezus in Bethlehem is geboren, maar andere evangelies vermelden dit niet of spreken het zelfs tegen. Jezus kwam uit Nazareth in Galilea, een heel andere streek, maar omdat volgens de profetieën uit het Oude Testament de Messias in Bethlehem zou worden geboren, ontstonden de verhalen over Jezus' geboorte aldaar.

Er is dus geen goede reden om aan te nemen dat het verhaal over de ster op een echt astronomisch verschijnsel is gebaseerd, hoe jammer sommigen dat ook vinden. Trouwens, in serieus onderzoek naar het leven van Jezus blijft dit ook onvermeld. Zoals één van de meest kritische onderzoekers over de ster van Bethlehem, de Amerikaan Aharon Adair, op het colloquium opmerkte, heeft geen enkele serieuze bijbelgeleerde zich de voorbije halve eeuw in een peer reviewed tijdschrift uitgesproken ten gunste van een astronomische verklaring. Aanhangers van een astronomische verklaring hebben de neiging om oude religieuze teksten te letterlijk te interpreteren en uit hun context te halen. Ze houden geen rekening met hun allegorische en symbolische betekenis. De evangelies zijn geen verslagen van historische feiten, maar brengen een boodschap.

De ster van Bethlehem: geen historische, maar allegorische betekenis
Wie toch gepassioneerd raakt over het verhaal van de ster van Bethlehem, moet zich niet in de eerste plaats met sterrenkunde bezighouden, maar met heel andere disciplines waarin historische kritiek een belangrijke rol speelt. Er bestaan heel wat wonderverhalen, in de Bijbel en daarbuiten. Een wetenschappelijke houding daarover aannemen betekent niet dat je een rationele verklaring voor die wonderen moet geven, maar wel dat je kritisch moet staan tegenover het realiteitsgehalte van die verhalen.
Mattheüs kan, om het bijzondere karakter van de figuur van Jezus extra te accentueren, heel andere elementen in zijn verhaal hebben verwerkt: magoi die, geleid door een teken aan de hemel, de Koning eer komen bewijzen. Zo krijgen deze teksten een andere betekenis dan het feitelijk weergeven van historische gebeurtenissen.

In het boek 'Jesus von Nazareth, Prolog, die Kindheitsgeschichten', Herder, Freiburg 2012, neemt Paus Benedictus XVI (Joseph Ratzinger) afstand van de romantiek rondom de kerststal.
Volgens de 'narratieve, verhalende theologie' moeten de verhalen over de Ster, de dieren in de stal en de drie Wijzen worden gezien als tussengevoegde uitwijdingen, die tussen de historische feiten werden geplaatst. Zij waren bedoeld als een verklaring van de betekenis van de gebeurtenissen. Maar later heeft men in het Westen die verklaringen ook als historische feiten beoordeeld.
De ster bij voorbeeld, die de Wijzen uit het Oosten de weg wees, haalde Matteüs uit het Oudtestamentische boek Numeri 24, 17. De profeet Bileam zegt daar: "Wat ik zie is niet in het heden, wat ik waarneem is niet nabij. Een ster komt op uit Jakob, een scepter uit Israël". Een ster en een scepter. De scepter staat voor een koning. In de oudheid heerste de opvatting dat de geboorte van een bijzondere koning aangekondigd werd door het verschijnen van een nieuwe ster.
Voor het einddoel van de reis van de Wijzen uit het Oosten, het stadje Bethlehem, kon Matteüs teruggrijpen op de profeet Micha, hoofdstuk 5 vers 1: "En gij, Bethlehem Efratha, al zijt gij klein onder de geslachten van Juda, uit u zal Mij voortkomen die een heerser zal zijn over Israël en wiens oorsprong is van ouds, van de dagen der eeuwigheid..."
Bron: Jan Holman svd (emeritus hoogleraar O.T.) - Over Driekoningen en de stoffering van de kerststal.

terug naar de Inhoud

3. Jakob Lorber - Jakobus evangelie, 30
De aanbidding van de Heer in het Kindje door de drie Wijzen

In dit boek van Jakob Lorber wordt niet over een 'ster' gesproken; wel wordt vermeld dat de drie wijzen door God werden geleid naar de grot, een noodstal, waarin Jezus op geestelijke wijze uit Maria werd geboren. Ook de namen van de wijzen worden genoemd: Caspar, Melchior en Balthazar.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^