Wetenschappelijk bewijs ontbreekt


Mens niet de oorzaak van opwarming
De Volkskrant, 11 januari 2007

Hoe vaak wordt niet beweerd dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens? Dat was bijvoorbeeld de boodschap van de film 'An Inconvenient Truth' van Al Gore. Maar de wetenschappelijke onderbouwing van deze film was zodanig dat 'An Inconvenient Fantasy' een passender titel zou zijn geweest.
Deze bewering stond ook centraal in het debat tussen de geoloog Salle Kroonenberg en de milieukundige Frans Berkhout in Kennis van 23 december 2006. Ondergetekenden zijn echter van oordeel dat er geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs is voor een substantiële menselijke invloed op het klimaat. Integendeel, de waarnemingen zijn in strijd met de menselijke broeikashypothese.

Als 'bewijs' voor de waarheid van die hypothese wordt meestal aangevoerd dat er een 'wetenschappelijke consensus' over bestaat. Maar er is nooit aan alle wetenschappers - klimatologen en beoefenaren van andere relevante wetenschappen - gevraagd hoe ze erover denken. Een kleinschaliger enquête onder 530 klimatologen uit 27 landen, die in 2003 werd uitgevoerd door Dennis Bray, hoogleraar aan het Forschungszentrum Geesthacht, leverde een verdeeld beeld op: slechts 34,7 procent van de ondervraagden was overtuigd van het bestaan van een menselijk broeikaseffect, terwijl 20,5 procent dat verwierp. De rest was onbeslist. Bepaald geen consensus.

Maar zelfs áls een ruime meerderheid van wetenschappers overtuigd zou zijn van het bestaan van een substantiële menselijke invloed op het klimaat, dan nog kan aan deze opvatting slechts een beperkte betekenis worden toegekend. In de politieke besluitvorming in democratieën geeft de meerderheid inderdaad de doorslag, maar zo werkt de wetenschap niet. Elke vooruitgang in de wetenschap is geïnitieerd door een kleine minderheid, die ontdekte dat de waarnemingen in strijd waren met de algemeen aanvaarde hypothese of theorie. Soms was daar maar één wetenschapper voor nodig. Denk maar aan Galilei en Einstein.
Een ander 'bewijs' is dat de gletsjers zich terugtrekken (overigens al sinds 1850) en dat het ijs op de Noordpool smelt (op de Zuidpool neemt het toe). Maar beide zijn een gevolg van een warmer klimaat ter plaatse en zeggen niets over de oorzaak ervan. Elke opwarming - of deze nu door de mens of door de natuur wordt veroorzaakt - zal het ijs doen smelten.

Veel klimatologen wijzen erop dat het klimaat thans warmer wordt en dat het niveau van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer óók toeneemt. Dat is juist.
- Maar het samengaan van deze twee verschijnselen is niet voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband. Bovendien is de gemiddelde wereldtemperatuur tussen 1940 en 1975 gedaald, terwijl in dezelfde periode de CO2-concentratie snel toenam.
- En wat te denken van de bewering dat de klimaatmodellen opwarming voorspellen? Er zijn ruim twintig grote modellen, die allemaal verschillende uitkomsten opleveren, afhankelijk van wat men in de computer stopt. In de literatuur kan men verschillende schattingen aantreffen van de mogelijke temperatuurverhogingen als gevolg van een verdubbeling van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Zij variëren van 1,4 °C - 11,5 °C.
- Bovendien kunnen de modellen niet verklaren waardoor de temperaturen tussen 1940 en 1975 daalden. De uitkomsten van modellen kunnen nooit als bewijs dienen; alleen waarnemingen zijn relevant.

Wat we wél weten, is dat geen enkel klimaatmodel het waargenomen patroon van de huidige opwarming kan verklaren - de temperatuurtrends gemeten op verschillende breedtegraden en verschillende hoogten, zoals vastgesteld met behulp van radiosondes, opgehangen aan weerballonnen. Deze resultaten - voor het eerst wereldkundig gemaakt op een klimaatconferentie in Stockholm in september vorig jaar - leiden tot de conclusie dat het menselijke aandeel in de opwarming niet significant kán zijn, en dat het grootste deel van de opwarming aan natuurlijke oorzaken moet worden toegeschreven, waarschijnlijk aan kleine variaties in de zonneactiviteit. De huidige opwarming houdt wellicht verband met een natuurlijke cyclus van 1.500 jaar, die is gemeten in ijsboorkernen, oceaansedimenten, stalagmieten - metingen die een periode van bijna een miljoen jaar bestrijken.

Peter Bloemers, hoogleraar biochemie, universiteit Nijmegen.
Adriaan Broere, ingenieur en geofysicus, werkte in satelliettechnologie, nu klimaatonderzoeker.
Bas van Geel, hoofddocent paleo-ecologie, universiteit van Amsterdam.
Albert Jacobs, geoloog, werkte in de olieindustrie in Canada.
Hub Jongen, elektrotechnisch ingenieur, zie www.vrijspreker.nl.
Rob Kouffeld, em. hoogleraar energievoorziening, TU Delft.
Hans Labohm, econoom, expert reviewer van het IPCC en met Dick Thoenes en Simon Rozendaal auteur van 'Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma'.
Rob Meloen, hoogleraar moleculaire herkenning, universiteit Utrecht.
Jan Mulderink, chemisch technoloog, oud-directeur AKZO research Arnhem, oud-voorzitter stichting Duurzame Chemische Technologie in Wageningen.
Harry Priem, em. hoogleraar planetaire- en isotopengeologie, oud-directeur ZWO/NWO Instituut voor Isotopen-Geofysisch Onderzoek, oud-voorzitter Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap.
Henk Schalke, voorzitter Management Team IUGS-UNESCO.
Olaf Schuiling, em. hoogleraar geochemie, universiteit Utrecht.
Dick Thoenes, em. hoogleraar chemische proceskunde TU Eindhoven, oud-voorzitter Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging.
Jan Pieter van Wolfswinkel, oud-docent werktuigbouwkunde, TU Delft.


terug naar de vragenlijst

terug naar het weblog







^