theosis of deificatio


Hieronder volgt een beschrijving van het Griekse begrip 'theosis' (θέωσις) en het Latijnse 'deificatio', die beide 'vergoddelijking' betekenen, een kernbegrip vooral binnen de oosters christelijke theologie.
(Bron: ChatGPT, door mij bijgewerkt en aangevuld)

Theosis: een uitgebreide beschrijving van een theologisch-filosofisch kernbegrip

Het begrip 'theosis' staat binnen de oosters-christelijke traditie in het middelpunt, vooral in de Oosters-Orthodoxe Kerk en in bepaalde oriëntaals-orthodoxe kerken. Hoewel het begrip ook sporen heeft nagelaten in het westerse christendom, komt het in het Westen minder expliciet en minder systematisch voor.
In breed theologisch perspectief verwijst theosis naar het denkbeeld, dat de mens geroepen is om op een bepaalde wijze deel te hebben aan het goddelijke leven. Het gaat niet om een letterlijke verandering van de menselijke natuur in een goddelijke natuur, maar om een vorm van mystieke, innerlijke omvorming of versterking van de band tussen mens en God door geestelijke ontwikkeling, zelfverwerkelijking.
Vergoddelijking van de mens om daardoor met het godsrijk in verbinding te komen is een doel, waarnaar de leer van Jezus de weg wijst.
Deze deelname aan het goddelijke leven wordt doorgaans opgevat als het gevolg van 'genade' (Hebreeuws welwillendheid), waarbij zowel menselijke inspanning als goddelijke tegemoetkoming een rol spelen. Als de mens door ontwikkeling de juiste geestelijke instelling heeft bereikt, zet God de laatste stap voor de hereniging.

Hoewel theosis geworteld is in theologische kaders, wordt het begrip ook bestudeerd vanuit filosofische, religiewetenschappelijke en historische gezichtspunten. Het kent verwantschappen met denkbeelden in andere religieuze tradities, zoals de vergoddelijking in het neoplatonisme of een geestelijke verbondenheid in bepaalde mystieke stromingen. Toch blijft de specifieke vorm van theosis eigen aan het theologische en metafysische gedachtengoed van het klassieke christendom, waarin de schepping van God onderscheiden blijft, maar desondanks op een geestelijke wijze deel kan hebben aan het goddelijke leven.

1. Historische wortels en ontwikkeling
De oorsprong van het begrip theosis ligt in de vroegchristelijke periode, waarin christelijke denkers sterk werden beïnvloed door Griekse filosofische tradities. Neoplatonische denkbeelden over emanatie, terugkeer tot het Ene en de rol van contemplatie, vormden een culturele achtergrond, waarin christelijke theologen trachtten uiteen te zetten, hoe de mens een band met God kan krijgen. Een van de vroegste expliciete formuleringen vinden we in de geschriften van kerkvaders zoals Irenaeus van Lyon (2e eeuw) en Athanasius van Alexandrië (4e eeuw).
Vooral Athanasius’ bekende uitspraak "God werd mens, opdat de mens god zou worden" of: "God is mens geworden, opdat de mens vergoddelijkt worde," geldt als een klassieke samenvatting van theosis, zij het in metaforische, theologische zin.

In de Byzantijnse theologie van de middeleeuwen werd theosis verder uitgewerkt, met een belangrijk accent op theologische antropologie en een mystieke levenswijze. Denkers als de Cappadocische Vaders (Basilios van Caesarea, Gregorios van Nyssa en Gregorios van Nazianze) benadrukten, dat de mens geschapen is "naar Gods beeld en gelijkenis". Deze tweedeling - beeld (eikoon) en gelijkenis (homoioosis) - bood een raamwerk waarin de mens in aanleg reeds een afspiegeling van het goddelijke wezen is, maar door een proces van innerlijke omvorming en de werking van goddelijke welwillendheid kan groeien naar gelijkenis met God.
Vanaf de 11e tot 14e eeuw werd theosis systematisch verbonden met de mystieke traditie van de hesychasten, die innerlijke stilte, contemplatieve gebedsoefening en ascetische discipline beschouwden als middelen om de transformerende kracht van God te ontvangen.

2. Theologische structuur: essentie en energie
Een kenwerkend onderscheid binnen de orthodoxe beschrijving van theosis is, dat tussen God’s wezen ('ousia') en God’s energieën ('energeiai') (krachten of vermogens). Dit onderscheid werd vooral duidelijk geformuleerd door Gregorios Palamas in de 14e eeuw. Volgens deze benadering blijft Gods wezen volledig transcendent en ontoegankelijk; geen enkel schepsel kan tot het wezen van God doordringen. Het goddelijke blijft in absolute zin volkomen anders dan en verheven boven de schepping. De menselijke gemeenschap met God voltrekt zich niet door Gods wezen, maar door de krachten: de werkingen, handelingen of uitstromingen van God, die in de schepping aanwezig zijn en door de mens kunnen worden ervaren.

Deze krachten of eigenschappen omvatten onder meer leven, waarheid, goedheid, liefde en licht. Binnen de hesychastische traditie werd bijvoorbeeld het 'ongeschapen licht' van de goddelijke kracht beschouwd als een mystieke ervaring, die door sommige monniken werd gemeld tijdens intensief gebed. Theosis betekent binnen dit denkkader niet dat de mens wordt opgenomen in het goddelijke wezen, maar dat de mens deel krijgt aan de ongeschapen krachten. Dit maakt het mogelijk dat theosis als authentieke eenwording met God wordt beschreven, zonder de onveranderlijke grens tussen Schepper en schepsel op te heffen.

3. Antropologische visie: de mens als drager van mogelijkheden
Theosis houdt een bijzondere opvatting in van het mensbeeld, van wat de mens in wezen is. In de orthodoxe antropologie wordt de mens gezien als een wezen dat van nature op God is gericht De mens is meer dan slechts een rationeel of biologisch wezen; hij wordt gezien als een 'microkosmos' waarin het stoffelijke en geestelijke samenkomen. De menselijke geest wordt geacht de mogelijkheid te hebben zich tot God te richten, maar dit vermogen is door zonde, disharmonie en geestelijke gehechtheid verzwakt.

Binnen dit kader is theosis zowel een eschatologische belofte - een toekomstig, uieindelijk doel - als een proces, dat reeds in dit leven kan worden begonnen. Door ethisch handelen, zelfbeheersing, meditatie en deelname aan liturgische handelingen, kan de mens de oorspronkelijke godsgelijkwaardigheid herstellen of bevorderen. Dit wordt soms aangeduid als 'synergie': een samenwerkingsverband tussen goddelijke genade en menselijke inspanning. De mens kan niet zichzelf als eenling vergoddelijken, maar hij kan zich wel openen voor de helpende, omvormende medewerking van God.

4. Ascese, praxis en sacramentaliteit
Theosis is nauw verbonden met een geesteshouding die gericht is op innerlijke zuivering, zelfomvorming en toewijding aan een godsdienstige levensstijl. Ascetische disciplines zoals vasten, stilte, innerlijk gebed, vergeving en zelfbeheersing, worden gezien als manieren om de menselijke wil, gedachten en gevoelens in overeenstemming te brengen en ontvankelijk te maken voor het goddelijke. Deze praktijken hebben niet als doel om de menselijke natuur te ontkennen, maar om deze te zuiveren en te herstellen.

Daarnaast spelen de sacramenten een belangrijke rol. In de oosters-christelijke traditie wordt bijvoorbeeld de eucharistie gezien als een daadwerkelijke deelname aan het goddelijke leven. Het sacramentele leven dient als ontmoetingspunt tussen het goddelijke en het menselijke, en draagt bij aan de geestelijke omvorming die theosis kenmerkt. De liturgie wordt daarom beschouwd als een plaats, waar het hemelse en het aardse elkaar raken en waarin de menselijke gemeenschap wordt opgenomen in het 'goddelijke leven'.

5. Filosofische en metafysische implicaties
Theosis heeft een aantal filosofische opvattingen die van belang zijn vanuit een academisch gezichtspunt. Een eerste opvatting betreft de aard van deelname. Hoe kan een eindig wezen deelhebben aan het oneindige? De orthodoxe oplossing - participatie door geestkracht - vormt een metafysisch model, waarin God zowel transcendent als immanent is. God blijft in wezen onkenbaar, maar ervaarbaar door inwerking op de mens. Hierdoor biedt het begrip theosis een oplossing voor het spanningsveld tussen absolute transcendentie en materiële incarnatie.

Een tweede opvatting betreft de verhouding tussen natuur en genade (welwillendheid). In verschillende theologische tradities wordt de vraag gesteld in hoeverre de mens op eigen kracht de goddelijke nabijheid kan benaderen. Het orthodoxe model benadrukt, dat genade bepalend is: zonder genade is theosis onmogelijk. Tegelijkertijd behoudt de mens een actieve rol. Dit model verschilt van strikter deterministische benaderingen, maar ook van zuiver moralistische perspectieven waarin de mens zich door eigen discipline tot een hoger niveau verheft.

Een derde opvatting betreft de ethiek. Als doel van het menselijk leven wordt theosis opgevat als morele vervolmaking. Ethiek wordt dan niet enkel gezien als naleving van richtlijnen, maar als deel van een geestelijke omvorming. Morele vorming maakt de mens ontvankelijk voor het goddelijke, dat wil zeggen: het deugdelijke gedrag - aandacht, wijsheid, liefde, nederigheid, matigheid - draagt bij aan geestelijke omvorming.

6. Vergelijkingen met andere tradities
Hoewel het begrip theosis uniek blijft verbonden met het christendom, zijn vergelijkbare denkbeelden ook elders te vinden. - In het neoplatonisme vinden we het idee dat het Goede het hoogste is en de geest kan terugkeren naar haar goddelijke oorsprong door contemplatie en ascese. - Mystieke tradities in het hindoeïsme, boeddhisme en soefisme spreken eveneens over spirituele vereniging met een uiteindelijke werkelijkheid (Brahman, nirvana, God), hoewel de metafysische kaders en antropologische aannames aanzienlijk verschillen. - In sommige tradities wordt de grens tussen mens en het absolute veel permeabeler voorgesteld: de mens gaat dan op in het goddelijke. - Theosis onderscheidt zich doordat het christelijke scheppingsonderscheid behouden blijft: er blijft een fundamenteel onderscheid tussen Schepper en schepsel, juist in de meest intense eenheidservaring.

7. Moderne interpretaties en wetenschappelijke perspectieven
Religiewetenschappers bestuderen theosis als een onderdeel van comparatieve, vergelijkende mystiek, rituele studies en theologiegeschiedenis. Vanuit psychologisch gezichtspunt kan theosis, vooral binnen hesychastische en ascetische omgevingen, worden gezien als een vorm van innerlijke omvorming, waarbij meditatie, reflectie en ethische discipline, leiden tot verhoogde bewustzijnstoestanden. Neurowetenschappelijk onderzoek naar contemplatieve praktijken (Transcendente Meditatie, TM) kan inzicht geven in de cognitieve en fysiologische correlaten van zulke ervaringen, hoewel dit onderzoek strikt genomen geen uitspraken kan doen over de metafysische aard daarvan.

Binnen de systematische theologie wordt theosis vandaag de dag vaak besproken als een kader om spiritualiteit, antropologie en ethiek samen te voegen. Sommigen beschouwen theosis als een constructieve bijdrage aan hedendaagse discussies over menselijke waardigheid, identiteit en zingeving. Filosofen van religie onderzoeken daarnaast hoe het concept zich verhoudt tot vragen over persoonlijke continuïteit, keuzevrijheid en de mogelijkheid van radicale transformatie.

8. Theosis als eschatologisch perspectief
Binnen de orthodoxe traditie is theosis niet enkel een proces in dit leven, maar een uiteindelijke bestemming in de eschatologische voltooiing van de schepping (Teilhard de Chardin). De mens wordt gezien als geroepen tot eeuwige gemeenschap met God (het punt Omega). Dit betekent niet dat de mens geheel opgaat in God, maar dat hij wordt wat hij ten diepste is: een wezen dat volledig gericht is op en vervuld wordt door het goddelijke leven. Eschatologisch is theosis synoniem met volledige vernieuwing van de mens in de toekomst van de schepping.

9. Conclusie
Theosis is een samengesteld en rijk begrip dat in het middelpunt staat van de oosters-christelijke visie op het menselijke bestaan. Het beschrijft een proces van geestelijke omvorming, waarin de mens door genade, ascese, ethiek en sacramentele deelname groeit naar gelijkwaardigheid met God. De theoretische structuur berust op het onderscheid tussen het goddelijke wezen en de mens, waardoor deelname zonder ontologische vermenging mogelijk wordt.
Theosis vormt het antropologische en eschatologische hart van de orthodoxe theologie, maar biedt ook interessante aanknopingspunten voor interreligieuze en filosofische reflecties. In moderne academische omgeving wordt het bestudeerd als een veelzijdig verschijnsel dat religieuze praktijk, mystieke ervaring, antropologie en metafysica met elkaar verbindt.
-----------------------------------------

Geestkunde
Geestkunde beschrijft de innerlijke levensweg, de weg van (in stilte door God begeleide) zelfverwerkelijking, die door de hereniging met God wordt afgesloten; daarbij zet God de laatste stap als je geestelijke vermogens door het werken aan jezelf zijn voltooid met de ontwikkeling van je geweten en je deugden.
Door een liefde- en begripvolle omgang met je medemensen in het dagelijkse bestaan, leer je bewust en beheerst met je eigen geestelijke vermogens om te gaan: het waarnemen van gebeurtenissen, het overdenken en doorvoelen ervan om er een oordeel over te vormen, en vervolgens te handelen naar het zo gevormde wilsbesluit. Die vermógens zijn datgene, wat in jezelf is op te voeden, is om te vormen van een toestand van onbeheerstheid en zelfgerichte werkzaamheid, tot een toestand van bewuste beheersing van jezelf als de vermogende, menselijke geest.

Geweten en deugden
In de ingekeerde instelling leidt zelfopvoeding tot het geweten: je zelfbeschouwing (waarnemen), je redelijke en zedelijke zelfbeoordeling door je eigen overwegingen te beoordelen door ze te overdenken en doorvoelen, en dan als dat nodig is je gedrag bij te willen sturen tot medemenselijkheid; in de uitgekeerde instelling leidt dat tot je deugden: door deugdzaam gedrag ben je erop gericht voor je medemensen uit liefde (voelen) aandacht (waarnemen), begrip (denken) en geduld (willen) te hebben.
Zo komt jouw geestesgesteldheid langzaam maar zeker met de goddelijke overeen en kan God de laatste stap zetten voor de hereniging. Daarvoor is de oefenplaats de omgang met je medemensen in het alledaagse bestaan. De ontmoeting met hén is het heilige tijdstip en de heilige handeling, doordat dan twee of meer menselijke geesten gedachten en gevoelens uitwisselen door hun geestelijke vermogens bewust en beheerst te gebruiken.


terug naar de woordenlijst

terug naar het handgebaar bij Hildegard

terug naar het weblog







^