Jamblichus

Zijn betekenis voor de ontwikkeling van de numerologie

De filosoof Jamblichus leefde ca. 242–325 n.Chr., dus vooral in de 3e en vroege 4e eeuw. Heeft hij waarschijnlijk niet zelf het systeem van de huidige numerologie ontwikkeld, waarin iemands geboortedatum of naam wordt omgerekend tot een getal, dat vervolgens diens persoonlijkheid zou typeren. Wat Jamblichus wél deed, is van groot belang voor de voorgeschiedenis van de moderne numerologie: hij bracht Pythagoreïsche getallenleer, platonische metafysica, psychologie, ethiek en theologie samen in één samenhangend wereldbeeld. Daardoor konden getallen eigenschappen krijgen die sterk op menselijke karaktereigenschappen lijken. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][1])
(Bron artikel: ChatGPT+)

Van Pythagoras naar Jamblichus
De oorspronkelijke Pythagoreïsche gedachte was veel fundamenteler dan onze huidige numerologie. Voor de Pythagoreeërs waren getallen niet alleen hulpmiddelen waarmee je dingen telt. Getal en getalsverhoudingen onthulden volgens hen de ordening van de werkelijkheid.
Dat werd bijzonder overtuigend zichtbaar in de muziek. Een octaaf correspondeert bijvoorbeeld met de verhouding 2:1 en een kwint met 3:2. Vanuit zulke ontdekkingen ontstond de gedachte dat achter de zichtbare verscheidenheid van de wereld een mathematische harmonia ligt.
In de eeuwen na Pythagoras werd daar een tweede gedachte aan toegevoegd: afzonderlijke getallen konden bepaalde kwalitatieve beginselen vertegenwoordigen. Vooral het neopythagoreïsme van de eerste eeuwen n.Chr. werkte dit sterk uit. Een belangrijke figuur was Nicomachus van Gerasa (ca. 60–120 n.Chr.), dus ruim vóór Jamblichus. Jamblichus maakte intensief gebruik van Nicomachus. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][1])

Daar ontstaat iets dat voor de vraag naar de betekenis van Jamblichus belangrijk is:
getal → kosmische eigenschap → psychische/ethische eigenschap.

Waardoor kon een getal een ‘karakter’ krijgen?
Voor ons is bijvoorbeeld het getal 2 een abstracte hoeveelheid. Twee appels en twee sterren hebben niets anders gemeen dan dat het er twee zijn.
Voor de neopythagoreeër lag dat anders. Twee-zijn zelf betekent dat de oorspronkelijke eenheid verdeeld is geraakt. Daardoor kon de dyade (2) verbonden worden met begrippen als onderscheid, verschil, veelheid, polariteit en evenwicht daartussen.

Hetzelfde gebeurt bij andere getallen.

| Getal | Rekenkundige structuur | Filosofische betekenis | Menselijke/ethische analogie |
| --------------- | ------------------------ | ————————————— | ---------------------------- |
| 1 – monade | ondeelbare eenheid | oorsprong, eenheid, identiteit | eenheid, samenhang |
| 2 – dyade | eerste verdubbeling | verschil, tegenstelling, veelheid | spanning, onderscheid |
| 3 – triade | begin–midden–einde | voltooiing, bemiddeling | harmonie, gematigdheid |
| 4 – tetrade | stabiliserende structuur | ordening, kosmos | standvastigheid/orde |
| 5 – pentade | 2 + 3 | vereniging van tegengestelden | evenwicht/verzoening |
| 6 – hexade | 1+2+3 = 1×2×3 | mathematische volmaaktheid | harmonie/volkomenheid |
| 10 – decade | 1+2+3+4 | totaliteit | voltooiing |

Dat is niet helemaal een moderne reconstructie. In de antieke 'Theologoumena Arithmeticae' wordt bijvoorbeeld de triade met gematigdheid verbonden, omdat zij als het ware tussen tekort en overmaat staat. In dergelijke teksten worden wiskundige eigenschappen dus rechtstreeks verbonden met kosmologische, goddelijke en ethische eigenschappen. ([journals.us.edu.pl][2])

De beslissende stap van Jamblichus
Jamblichus ging echter nog verder doordat hij een neoplatonist was. Volgens het neoplatonisme bestaat de werkelijkheid uit verschillende niveaus. De zichtbare stoffelijke wereld staat niet los van de geestelijke werkelijkheid, maar is er uiteindelijk een uitdrukking van. Jamblichus nam daarbij Pythagoreïsche principes als grens (peras) en onbegrensdheid (apeiron) in zijn metafysische systeem op. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][3])

Daarmee krijgen getallen een merkwaardige tussenpositie. Men kan zijn gedachtegang enigszins vereenvoudigd zo weergeven:

Het Ene ↓
geestelijke oerbeginselen ↓
getal en mathematische ordening ↓
geest ↓
natuur en kosmos ↓
stoffelijke werkelijkheid

Getallen zijn daardoor niet uitsluitend beschrijvingen van de werkelijkheid. Ze weerspiegelen de beginselen waardoor de werkelijkheid geordend is. En dat geldt ook voor de menselijke geest.

Jamblichus beschouwde wiskunde daarom niet als uitsluitend een technische wetenschap. De studie van de mathematische orde had een zuiverende en verheffende werking op de geest: zij kon de menselijke geest van het zintuiglijke naar de intelligibele werkelijkheid voeren. De 'Stanford Encyclopedia of Philosophy' benadrukt juist deze functie van de wiskunde bij Jamblichus. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][3])

Van getal naar persoonlijkheid
Hier moeten we historisch voorzichtig worden. Jamblichus zegt niet eenvoudig:
“Iemand met getal 3 heeft persoonlijkheid X.”
Dat zou een moderne numerologische interpretatie zijn. Zijn gedachte is veel fundamenteler. Als de hele werkelijkheid volgens dezelfde geestelijke en mathematische beginselen is opgebouwd, dan moeten die beginselen zich óók in de menselijke geest en in menselijke deugden manifesteren.

Zo ontstaat een analogische keten:
getal → kosmos → goddelijke macht → ziel → deugd → menselijk gedrag.

De 3 kan bijvoorbeeld mathematisch als voltooiing worden beschouwd omdat zij begin, midden en einde omvat. Vervolgens kan drie kosmologisch voor volledigheid staan. Op psychologisch-ethisch niveau kan dezelfde structuur verschijnen als evenwicht of gematigdheid. Dat is de intellectuele stap waardoor een getal langzamerhand een soort ‘persoonlijkheid’ krijgt.
Niet omdat men aanvankelijk dacht dat een persoon 'een 3 is', maar omdat zowel getal als mens manifestaties van dezelfde universele orde werden geacht te zijn.

De 'Theology of Arithmetic'
Hier ontstaat vaak verwarring rond Jamblichus. Er bestaat een beroemd werk, de Theologoumena Arithmeticae ('Theologie van de rekenkunde'), dat lange tijd aan Jamblichus werd toegeschreven. Tegenwoordig wordt dat auteurschap niet als zeker beschouwd. Het werk is waarschijnlijk een compilatie die sterk steunt op onder andere Nicomachus en Anatolius. Wel sluit het nauw aan bij het intellectuele milieu van Jamblichus en waarschijnlijk ook bij materiaal dat hij gebruikte. ([journals.us.edu.pl][2])

Dat boek is buitengewoon interessant omdat daarin precies zichtbaar wordt hoe getallen worden ‘gepersonifieerd’.

Een getal wordt achtereenvolgens bekeken naar:
- zijn wiskundige eigenschappen;
- zijn plaats tussen andere getallen;
- zijn geometrische betekenis;
- zijn betekenis in de kosmos;
- godheden waarmee het overeenkomt;
- menselijke en ethische eigenschappen.

Zo wordt de monade niet eenvoudig ‘één’, maar het beginsel van eenheid. De dyade vertegenwoordigt differentiatie en veelheid. De triade kan voltooiing en harmonie vertegenwoordigen.
Dat lijkt al verrassend sterk op numerologie, maar één beslissend onderdeel van de moderne numerologie ontbreekt nog.

Wat Jamblichus níét deed
De moderne methode:
naam/geboortedatum → getal → persoonlijkheidstype
Dit is niet aantoonbaar een leer van Jamblichus.

Er bestaat dus geen goede historische grond om bijvoorbeeld te zeggen:
“Jamblichus ontdekte dat mensen met levensgetal 7 introvert, analytisch en spiritueel zijn.”
Dat soort persoonsgerichte numerologische profielen is van veel latere datum.

Wat Jamblichus wél deed
De invloed van Jamblichus ligt vooral in het filosofische fundament daaronder: hij hielp een traditie bewaren en systematiseren, waarin getallen kwalitatieve, kosmologische, theologische én psychische betekenissen konden hebben. Zijn Pythagoreïsche geschriften werden vervolgens belangrijk voor latere neoplatonisten zoals Syrianus en Proclus. Door onder anderen Nicomachus en later Boëthius, bleven Pythagoreïsche getalopvattingen bovendien in het middeleeuwse onderwijs aanwezig. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][1])

Een interessante verbinding met Jung
Hier zit naar mijn mening ook het interessantste aanknopingspunt met uw eerdere vragen over de typologie van Carl Gustav Jung. Er is namelijk een opvallende structurele overeenkomst, hoewel er geen historische gelijkstelling moet worden gemaakt.
Bij de Pythagoreïsch-neoplatonische getallenleer vertegenwoordigt bijvoorbeeld:
1 - eenheid
2 - polariteit
3 - bemiddeling
4 - volledigheid/ordening

Bij Jung komen vergelijkbare structuren terug: tegenstelling, compensatie, vereniging van tegendelen en vooral de symboliek van vierheid als beeld van psychische totaliteit. Maar Jung redeneert psychologisch en symbolisch, terwijl Jamblichus metafysisch redeneert. Voor Jamblichus ligt de orde objectief in de kosmos; de menselijke geest weerspiegelt die kosmische orde. Bij Jung kunnen getalsstructuren eerder als symbolische/archetypische patronen van de psyche worden onderzocht.

Daarom zou ik de historische ontwikkeling liever zo weergeven:
Pythagoras (6e eeuw v.Chr.) → getal als beginsel van kosmische harmonie ↓
Plato (4e eeuw v.Chr.) → mathematische structuur van kosmos en ziel ↓
Nicomachus (ca. 60–120 n.Chr.) → systematische aritmologie: getallen krijgen kwalitatieve en theologische betekenissen ↓
Jamblichus (ca. 242–325) → integratie van Pythagoreïsche getallenleer in een neoplatonische metafysica, psychologie, ethiek en theologie ↓
Proclus en laat-neoplatonisme → verdere systematisering ↓
middeleeuwen en renaissance → christelijke, kabbalistische en hermetische getallensymboliek ↓
moderne numerologie → getallen worden gekoppeld aan naam en geboortedatum en vervolgens aan individuele persoonlijkheidskenmerken.

Jamblichus grondslag voor numerologie
Het belangrijkste onderscheid is dus: Jamblichus staat wel in de genealogie van de moderne numerologie, maar de moderne persoonlijkheidsnumerologie komt niet rechtstreeks van hem. Hij leverde iets fundamentelers: de filosofische gedachte dat dezelfde getalsmatige oerstructuren tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn in God/goden, kosmos, natuur én in de menselijke geest. Dááruit kon later de gedachte ontstaan dat een getal iets over het karakter van een afzonderlijke mens zou kunnen zeggen. ([Stanford Encyclopedia of Philosophy][3])
Als we deze lijn verder volgen, is vooral Nicomachus van Gerasa interessant. Bij hem kunnen we vrij precies zien hoe 1 t/m 10 ieder hun eigen ‘karakter’ kregen. Dat vormt de beste tussenstap tussen Pythagoras en Jamblichus, en maakt ook duidelijk welke betekenissen werkelijk antiek zijn en welke pas door de moderne numerologie zijn toegevoegd.

[1]: https://plato.stanford.edu/archives/spr2012/entries/pythagoreanism/?utm_source=chatgpt.com "Pythagoreanism (Stanford Encyclopedia of Philosophy/Spring 2012 Edition)"
[2]: https://journals.us.edu.pl/index.php/FOLIA/article/view/21440?utm_source=chatgpt.com "Characteristics of the monad and dyad in Theologumena arithmeticae attributed to Iamblichus Chalcidensis | Vol. 30 (2012): Folia Philosophica | Folia Philosophica"
[3]: https://plato.stanford.edu/entries/iamblichus/?utm_source=chatgpt.com "Iamblichus (Stanford Encyclopedia of Philosophy)"


terug naar de getallenleer van Pythagoras

terug naar het weblog







^