Jezus als leraar in bijbelteksten
Jezus wordt in het Nieuwe Testament vaak leraar of meester genoemd. In de oorspronkelijke Griekse tekst worden hiervoor de woorden 'didaskalos' (leraar) en 'rabbouni' of 'rabbi' (meester/leraar) gebruikt.
Dit zijn de belangrijkste bijbelteksten waarin Jezus zo wordt genoemd:
(Bron: GoogleAI)
De belangrijkste bijbelteksten waarin Jezus leraar wordt genoemd.
- Door Jezus zelf:
"U noemt Mij Leraar en Here, en u zegt het terecht, want Ik ben het ook" (Joh. 13:13)
"Maar u mag zich geen rabbi laten noemen, want Eën is uw Meester, namelijk Christus..." (Matth.23:8)
- Door Zijn leerlingen (volgelingen):
De eerste die Jezus een rabbi noemt, is Nathanael: "Ik (Jezus) had je al gezien voordat Filippus je riep, toen je onder de vijgenboom zat." "Rabbi, u bent de Zoon van God, u bent de koning van Israel!" zei Natanael (Joh. 48-49).
Maria Magdalena herkent de opgestane Jezus: "Zij keerde zich om en zei tegen Hem: Rabbouni!" (Joh. 20:16).
De leerlingen tijdens de storm op het meer: "Meester, is het U niet van belang dat wij vergaan?" (Mark. 4:38).
Zijn eerste leerlingen "Zij zeiden tegen Hem: Rabbi (wat vertaald wordt met leraar), waar verblijft U?" (Joh. 1:38).
Petrus tijdens de verheerlijking op de berg: "Rabbi, het is goed dat wij hier zijn" (Mark. 9:5).
- Door buitenstaanders:
Nicodemus, een Joodse leider die 's nachts naar Jezus toe komt: "Rabbi, wij weten dat U van God gekomen bent als leraar..." (Joh. 3:2).
De rijke jonge man die Jezus om raad vraagt: "Goede Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te hebben?" (Matth. 19:16)
De farizeeën en herodianen die Hem proberen te vangen met een vraag: "Meester, wij weten dat U waarachtig bent en de weg van God in waarheid onderwijst..." (Matth. 22:16).
Een schriftgeleerde na een theologisch gesprek: "Juist, Meester, U hebt naar waarheid gezegd dat God één is..." (Mark. 12:32).
terug naar het overzicht
terug naar het weblog
^