Paulus' brieven aan de Korinthiërs
Korinthe ligt iets ten westen van Athene. Athene was het centrum van de democratie, filosofie, wetenschap en de politieke elite; Korinthe was een kosmopolitische, luidruchtige havenstad vol handelaren, zeelieden en arbeiders. De stad stond bekend om haar luxe, materialisme en losbandige levensstijl.
Paulus had in die plaats een gemeente gesticht, maar om hen bij de les te houden, moet hij zich tot het uiterste inspannen en de leer van Jezus duidelijk omschrijven. Het gaat om een geestelijke ontwikkeling door een begeleide zelfverwerkelijking, die leidt tot de hereniging met God.
Tijdens die zelfverwerkelijking wordt de mens vanuit de geestelijke wereld ongemerkt door zijn geestelijke begeleiders begeleid - het is een 'begeleide zelfverwerkelijking'.
1 Korinthiërs
1:9 Door God bent u geroepen om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus ... God is trouw.
1:30 Maar u bent door God één met Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden.
4:20 Want het koninkrijk van God bestaat niet uit woorden, maar uit [innerlijke geest-] kracht.
5:7 Doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg [zelfverwerkelijking].
6:12 Alles is mij geoorloofd, [vrije keuze!] maar niet alles is nuttig. Alles is mij geoorloofd, maar ik zal mij door niets laten beheersen [dank zij zelfverwerkelijking].
7:31 Zij die met het aardse omgaan, moeten er niet in opgaan [de onbewuste vereenzelviging];
want de wereld die wij zien, gaat voorbij.
8:3 Wanneer iemand God liefheeft [voelen], wordt hij zelf gekend [waarnemen], door God.
10:23 Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig [vrije keuze!]. Alles is geoorloofd, maar niet alles bouwt op.
10:24 Niemand zoeke het zijne, maar wat van de anderen is [zelfverwerkelijking].
12:31;13:1-11 Broeders en zusters, u moet naar de hoogste gaven streven [zelfverwerkelijking]. Maar eerst wijs ik u een weg die verheven is boven alles.
Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde [voelen] niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal.
Al heb ik de gave der profetie, al ken ik alle geheimen en alle wetenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets.
13:4-7 De liefde [voelen] is geduldig en vol goedheid.
De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwade niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht, maar vindt vreugde in de waarheid [denken].
Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt [willen] ze.
13:12-13 Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde [voelen].
13:16 Wees waakzaam [waarnemen], volhard in het geloof [voelen], wees moedig en sterk [willen].
15:33-34 Misleidt uzelf niet; slechte omgang bederft goede zeden. Komt tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God. Tot uw beschaming moet ik dit zeggen.
15:35-37 + 42-49
Broeders en zusters, iemand zou kunnen vragen: "Hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?"
Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. En wat u zaait, heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan.
Wat in een vergankelijke vorm wordt gezaaid [de geest in het lichaam], wordt in onvergankelijke vorm [een geestgedaante] opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt [geestgedaante]. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam.
Zo staat er ook geschreven: 'De eerste mens, Adam, werd een aards, levend wezen.' Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. Niet het geestelijke is er [op aarde] als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. De eerste mens kwam uit de aarde voort en was 'stoffelijk' [onbewust vereenzelvigd], de tweede mens is hemels [bevrijd, geestelijk]. Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben [de geestgedaante].
15:53 Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.
16:14 Alles wat u doet [willen], moet u met liefde doen [voelen].
2 Korinthiërs
3:6 De letter [van de Wet] doodt, maar de Geest maakt levend.
3:15-16 Tot heden toe ligt een sluier over hun geest [door onbewuste vereenzelviging], telkens wanneer Mozes wordt voorgelezen.
Maar telkens als iemand zich bekeert tot God, wordt de sluier verwijderd [door zelfverwerkelijking].
3:17-18 God nu is de Geest en waar de Geest van God is, daar is vrijheid.
Ons allen is het gegeven met onverhuld gelaat de glorie van God te aanschouwen [hereniging] en herschapen te worden [zelfverwerkelijking] tot steeds heerlijker gelijkenis met Hem [door zelfverwerkelijking hereniging]; zo werkt God die Geest is.
[Petrus Canisius bijbelvertaling]
3:17-18 Welnu, met God wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van God is, daar is vrijheid.
Wij allen die met 'onbedekt gezicht' [helderziend] de luister van God aanschouwen [hereniging], zullen meer en meer door de Geest van God naar de luister van dat beeld worden veranderd [ontwikkeling naar hereniging].
[Nieuwe Bijbelvertaling]
4:10-14 We dragen in ons bestaan altijd het lijden van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt.
Voortdurend worden wij, de levenden, omwille van Jezus aan verleidingen prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de 'dood' werkzaam, en in u het leven.
[...] we geloven en weten dat Hij die Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken, zodat wij samen met u voor Hem zullen staan.
4:16 Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan [de menselijke geest] wordt van dag tot dag vernieuwd [ontwikkeld door zelfverwerkelijking].
4:17-18 De geringe last die we tijdelijk te dragen hebben [en die leidt tot geestelijke ontwikkeling],
brengt ons een eeuwige luister, die alles omvat en alles overtreft [de hereniging met God].
Wij richten ons niet op de zichtbare dingen, maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig.
5:1 Wij weten dat wanneer onze aardse tent, het lichaam waarin wij wonen, wordt afgebroken, we van God een woning krijgen: een eeuwige, niet door mensenhanden gemaakte woning in de hemel [je geestelijke 'thuis'].
5:17 Iemand die één is met Christus, is een nieuwe schepping. Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen [het gaat om éénwording met Jezus].
6:7 Onze aanbeveling is: zuiverheid, inzicht [denken], geduld [willen], goedheid [voelen] en een geest van heiligheid en ongeveinsde liefde [voelen], het woord van de waarheid [denken], de kracht [willen] van God zelf [het gaat om de vier geestelijke vermogens].
6:16 Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: "Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, Ik zal hun God zijn en zij mijn volk."
7:1 Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten [zelfverwerkelijking] en vol ontzag [voelen] voor God ons hele leven heiligen [zelfverwerkelijking].
(zie de Bijbelse ontwikkelingsteksten).
7:10 Verdriet dat de wereld geeft, leidt alleen maar tot de dood.
Verdriet dat God geeft, leidt tot inkeer, die men nooit berouwt en tot redding.
terug naar de vragenlijst
terug naar het weblog
^