Geest - geweten, deugden en hereniging
Als de geest - door ervaringen bewust en beheerst te verwerken - de vermogens tot ontwikkeling brengt, worden ook twee bijzondere eigenschappen ervan zichtbaar: het geweten en de deugden.
Geweten. Als de geest de ontwikkelde vermogens naar binnen keert, kan die ook zichzelf en het eigen gedrag als onderwerp nemen. Het geweten is: geestelijke zelfbespiegeling en zelfbeheersing. In de ingekeerde instelling zijn de vermogens dan werkzaam als zelfbeschouwing (waarnemen), redelijke (denken) en zedelijke (voelen) zelfbeoordeling en zelfbeheersing (willen). Dit is mogelijk, doordat de geest de eigen geestelijke werkzaamheid weer op het eigen denken, voelen en willen kan richten en zo ook de waarde van de éigen werkzaamheid - tegelijkertijd of achteraf - kan beoordelen: de gewetensvolle zelfbeoordeling.
Kan de geest door die beoordeling van het eigen gedrag ermee instemmen, dan is de geest door het geweten te gebruiken gerustgesteld en ontstaat gemoedsrust. Kan de geest na een gewetensvolle zelfbeoordeling niet met het eigen gedrag instemmen, dan 'gaat het geweten spreken': het geweten als de zelfbeoordeling blijft werkzaam en is niet tot zwijgen te brengen; waardoor ernaar wordt gestreefd het onjuiste gedrag tegenover de ander weer goed te maken.
Deugden. De deugden zijn de vermogens in hun ontwikkelde vorm in de uitgekeerde instelling. Zij komen dan in het gedrag tot uiting als aandacht (waarnemen), begrip (denken), liefde (voelen) en geduld (willen). Door deugdzaamheid wordt het gedrag - en daarmee de persoonlijkheid - uit liefde gekenmerkt door: aandacht, begrip en geduld, en daardoor kan er een hechte samenhang tussen de geest en de medemenselijke geest ontstaan, maar... ook met die van geestelijke begeleiders.
Hereniging. Door de ontwikkeling van het geweten en de deugden komt je eigen geestesgesteldheid - dat is je eigen geestelijke licht en warmte - steeds meer in overeenstemming met die van je begeleiders en tenslotte ook met de algeest, waarbinnen je een liefdevolle verdichting bent. Daardoor is de hereniging ermee mogelijk geworden.
Pas, om dat te bevorderen, een geestelijke oefening toe: de zelfbezinning en het gebed. Richt je aandacht en toewijding geheel naar binnen op je eigen geestelijke werkzaamheid, het denken en voelen, die je door verdichting immers uit de goddelijke algeest hebt gekregen. Gebruik om innerlijk tot rust te komen een zelfgekozen bezinningswoord, dat je stil voor jezelf herhaalt. Richt in de stilte tússen de woorden al je aandacht nu op de bewuste levenskracht, die je zelf bent, en die in die stilte de bron is van het woord, dat je in jezelf wilt gaan herhalen. In die stil geworden, bewuste levenskracht ben je in jezelf als de menselijke geest, die door liefdevolle verdichting rechtstreeks uit de algeest is voortgekomen. Daardoor kun je de inwerking van die geest op je kruinchakra gaan merken... het begin van de hereniging met je begeleiders en de algeest.
terug naar de vragenlijst
terug naar het weblog
^