De persoonlijkheid is veranderlijker dan gedacht
Artikelen:
1. De Big five en DNA
2. De persoonlijkheid verandert meer dan wordt gedacht
1. De Big five en DNA
Scientias, 24-09-2026, door Andrei Stiru, redacteur
Onderzoekers hebben 1.260 stukjes DNA gevonden die samenhangen met de vijf grote karaktertrekken. 824 daarvan waren nog nooit eerder in verband gebracht met een specifiek persoonlijkheidskenmerk. Toch kan daarmee verrassend weinig worden gezegd over wie je bent.
De vijf karaktertrekken in kwestie zijn extraversie, vriendelijkheid, gewetensvolheid, emotionele stabiliteit en openheid voor nieuwe ervaringen. In de psychologie zijn deze bekend als de ‘Big Five’. Zowat elke psycholoog werkt ermee. Tot nu toe was echter weinig bekend over het genetische aspect ervan. Daar komt nu verandering in. Voor gewetensvolheid waren tot nu toe 3 stukjes DNA bekend. Dat zijn er nu 131 geworden. Emotionele stabiliteit ging van 224 naar 706.
Duizenden minuscule duwtjes
Wie hoopt op een soort gen voor extraversie komt hier bedrogen uit. De effecten van de afzonderlijke stukjes DNA zijn belachelijk klein. De onderzoekers becijferden dat. Per karaktertrek zijn er gemiddeld ruim 16.000 van die plekken in het spel, elk op zichzelf met een verwaarloosbaar effect. Samen verklaren al die veelvoorkomende varianten 4,8 tot 9,3 procent van de persoonlijke verschillen tussen mensen. Meten onderzoekers de persoonlijkheid met een betrouwbaardere, langere vragenlijst, dan loopt dat op tot ongeveer 13 procent.
Onderzoek met tweelingen komt uit op 40 tot 60 procent. Het verschil zit vermoedelijk in zeldzame varianten en in het samenspel tussen genen. Dat zijn dingen die deze methode niet oppikt. De omgeving blijft hoe dan ook belangrijk.
Als je in de bevolking een verband vindt tussen DNA en gedrag, kan dat komen doordat ouders hun kind niet alleen genen doorgeven, maar ook een huis, een buurt en een opvoeding. Dat is een klassiek probleem in dit vakgebied. Om die twee uit elkaar te trekken, keken de onderzoekers binnen gezinnen, naar broers, zussen en tweelingen, die grotendeels dezelfde omgeving delen, maar niet dezelfde genen. Bij persoonlijkheid bleef de voorspelling daar vrijwel even sterk: 96 procent van het effect hield stand.
Het opleidingsniveau is een heel ander punt. Daar houdt het effect voor slechts zo’n 60 tot 75 procent stand, zodra je binnen het gezin kijkt. De rest blijkt te maken te hebben met wat ouders naast hun DNA doorgeven. Ook partnerkeuze speelt bij persoonlijkheid nauwelijks een rol. Mensen zoeken elkaar veel sterker op qua opleiding dan qua karakter.
Van depressie tot verhuizen
De onderzoekers legden hun resultaten vervolgens naast 85 andere kenmerken. Emotionele instabiliteit hangt genetisch samen met vrijwel elke vorm van psychisch lijden, het sterkst met angst en somberheid. Gewetensvolheid gaat samen met minder middelengebruik, meer sport, een lager gewicht en minder ziekenhuisopnames. Openheid bleek genetisch verbonden met een grotere kans om op latere leeftijd in een kosmopolitische stadsbuurt te wonen.
Mensen met een genetisch profiel dat neigt naar openheid en vriendelijkheid vullen vaker de optionele vragenlijsten in. Wie meer richting emotionele instabiliteit neigt, haakt vaker af of antwoordt “weet ik niet”. Persoonlijkheidsgenetica kleurt dus mee wie er überhaupt in wetenschappelijke datasets terechtkomt; volgens de onderzoekers is dat een onderschat probleem in al het onderzoek dat op vragenlijsten steunt.
Kanttekeningen
Deze genetische scores kunnen het gedrag van een individu dus niet voorspellen. Dat willen de onderzoekers zelf benadrukken. Ze werken statistisch, over enorme groepen heen en zeggen niets over de vraag of jouw kind morgen extravert of vriendelijk wordt.
Daarnaast heeft ongeveer 95 procent van de deelnemers een Europees genetisch profiel. Voor mensen met een Afrikaans profiel was de groep ruim tien keer kleiner, werkte de voorspelling veel slechter en lukte ze voor 2 van de 5 karaktertrekken helemaal niet. Voor de rest van de wereld zijn er nauwelijks gegevens. Daarnaast wordt persoonlijkheid nog altijd met vragenlijsten gemeten, met alle ruis van dien.
Wie zichzelf nu wil laten testen om te weten hoe zijn karakter in elkaar zit, kan het genenidee dus beter laten varen. Het enige wat de 1,14 miljoen gebruikte DNA-monsters opleveren, is een landkaart van de mensheid, niet van jou als individu. Daarvoor blijft de spiegel voorlopig een preciezer instrument.
Bronmateriaal:
Nature, 02 September 2026
Robust inference and correlates from genetic associations with personality
2. De persoonlijkheid verandert meer dan wordt gedacht
Scientias, 02-08-2026, door Jeannette Kras, redacteur
Jantje is een sloddervos en Pietje houdt zich graag een beetje op de achtergrond. Ondertussen weet Truus wel van wanten, want: zo zijn ze nu eenmaal. Lange tijd gingen we ervan uit dat onze persoonlijkheid min of meer vaststaat zodra we volwassen zijn. Nieuw onderzoek zet daar echter vraagtekens bij.
Onze karaktereigenschappen blijken veel veranderlijker dan de meeste mensen beseffen.
Zowel het grote publiek als veel psychologen gingen er lange tijd van uit dat persoonlijkheidstrekken permanent zijn, stabiel, grotendeels aangeboren en nauwelijks nog te veranderen na de kindertijd. Dat idee zit diep geworteld in onze taal: uitdrukkingen als ‘blijf trouw aan jezelf’ gaan er impliciet van uit dat iedereen een vaste, onveranderlijke kern heeft. Zelfs mensen die actief aan zelfverbetering werken, zien hun ontwikkeling vaak niet als een echte verandering van wie ze zijn, maar als het vinden van hun ‘ware zelf’ of het afleren van slechte gewoontes.
Hoewel decennia aan onderzoek dit beeld al heeft ontkracht, bleven twee vragen onbeantwoord: hoeveel veranderen karaktertrekken eigenlijk in vergelijking met andere aspecten van het leven en komen de verwachtingen van mensen daarover overeen met de werkelijkheid?
Twee onderzoeken, één duidelijke conclusie
Om dit uit te zoeken, kregen 887 volwassenen uit de Verenigde Staten eerst een lijst van 25 kenmerken voorgelegd, waaronder de Big Five-karaktertrekken (extraversie, vriendelijkheid, consciëntieusheid, neuroticisme en openheid) en twintig andere variabelen zoals inkomen, fysieke gezondheid, zelfvertrouwen en sociale activiteit. Deelnemers moesten op een schaal van 0 (helemaal niet) tot 11 (heel veel) inschatten hoeveel elk kenmerk gemiddeld verandert tussen je 15de en 90ste jaar.
Vervolgens analyseerden de onderzoekers gegevens uit acht grote langlopende studies met in totaal bijna 170.000 deelnemers uit de Verenigde Staten, Duitsland, Australië en Nederland. Met een uitgebreid statistisch model konden ze echte persoonlijkheidsverandering onderscheiden van ruis in de data. Zo ontstond er enerzijds een beeld van de nettoverandering, oftewel de totale verschuiving tussen 15 en 90 jaar, en de cumulatieve verandering, die ook alle tussentijdse schommelingen meetelt, zelfs als iemand uiteindelijk weer bij het beginpunt uitkomt.
De Big Five is helemaal niet zo stabiel
Uit de data blijkt, dat de Big Five-trekken minstens zoveel veranderen als andere levensfactoren, zowel van jaar tot jaar als over een heel leven. Consciëntieusheid, de neiging om zorgvuldig, plichtsgetrouw en verantwoordelijk te zijn, is bijvoorbeeld niet hetzelfde op je 15de als op je 90ste. En van de 32 gemeten variabelen stonden extraversie en openheid in de top 10 van grootste dalingen over een mensenleven, consciëntieusheid eindigde als vijfde meest veranderlijke variabele van allemaal.
In veel gevallen waren deze veranderingen minstens even groot als bij zaken die we juist als flexibel beschouwen, zoals levenstevredenheid, inkomen of gezondheid.
Mensen zitten er compleet naast
Het contrast tussen wat mensen denken en wat er werkelijk gebeurt, is opvallend groot. Bij voorspellingen over andere levensaspecten zaten mensen vaak redelijk dicht bij de waarheid: veranderingen in hun eigen gezondheid onderschatten ze slechts in 29 tot 43 procent van de gevallen. Maar als het om persoonlijkheid ging, onderschatten deelnemers de verandering van jaar tot jaar in 90 procent van de gevallen en de verandering over een heel leven zelfs in 100 procent van de gevallen.
De uitkomsten weerleggen dus het populaire idee van ‘dit is nu eenmaal wie ik ben’. In plaats daarvan schetsen de onderzoekers een realistischer beeld: mensen kunnen wel degelijk veranderen, al gaat dat meestal geleidelijk. Wel is er een kanttekening: de studie keek naar gemiddelden binnen grote groepen, waardoor niet duidelijk wordt hoe verandering er voor een individu concreet uitziet.
Bronmateriaal
Communications Psychology
Published: 27 July 2026
"Personality traits are less stable than people think"
terug naar de Raad en Doddema
terug naar het weblog
^