oog
In Mattheüs 6:22 en Lucas 11:34 doet Jezus de uitspraak dat “het oog de lamp is van het lichaam”. In Lukas staat: “Wie een lamp aansteekt, zet hem niet weg in een donkere nis of onder een korenmaat, maar plaatst hem op de standaard, zodat iedereen die [de kamer] binnenkomt het licht ziet.
“Het oog is de lamp van het lichaam. Als je oog helder is, is je hele lichaam [je binnenkamer] verlicht. Maar als het troebel is, verkeert je lichaam in duisternis. Let dus op of het licht dat in je is, niet verduisterd is. Als je hele lichaam verlicht is, zonder dat ook maar een deel in duisternis verkeert, dan is het zo licht als wanneer een lamp je met zijn stralen verlicht.”
Jezus gebruikt hier het oog als een zinnebeeld voor een bron van het innerlijke licht. Iemand die ‘het licht ziet’ is iemand die een bepaald onderwerp heeft ‘doorzien’, die er ‘zicht’ op heeft gekregen. Het woord ‘oog’, dat ziet, wordt dan gebruikt in de betekenis van het waarnemingsvermogen. Dat is een geestelijk vermogen en het ‘oog’ krijgt daardoor de betekenis van de geest, de persoon, die iets opmerkt en de betekenis ervan doorziet, waarneemt en begrijpt, zodat hem een licht opgaat.
Als de geest daardoor tot geestelijke ontwikkeling is gekomen en wijs en liefdevol is geworden, dan is het geestelijke licht en warmte toegenomen en is de geest een licht geworden, dat vanuit de geestelijke wereld kan worden gezien. Als de geest nog niet tot ontwikkeling is gekomen, is die nog zelfgericht, zelfzuchtig, hebzuchtig en heerszuchtig. Door eigenliefde ontbreekt het aan naastenliefde en daardoor is de geest nog dof, donker en ‘troebel’, en je binnenwereld verkeert dan nog in duisternis.
Jezus deed een uitspraak in het Evangelie volgens Marcus 9:49-50 over vuur en zout: "Want iedereen moet met vuur gezouten worden." Direct daarna voegt Hij eraan toe: "Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.”
In Lukas deed hij een belangwekkende uitsprak, te vinden in Lucas 12:49-53: "Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou Ik graag willen dat het al brandde!”
Met vuur gezouten worden en het vuur in je ontsteken, beide woorden betekenen: de geest (het vuur) levendig maken (zouten of ontsteken). Vuur is een bron van licht, het licht dat je binnenkamer verlicht zoals je oog, dat is je geest, als die helder is geworden. Het oog, het vuur en zout zijn in het bloemrijke taalgebruik van die tijd woorden om de menselijke geest aan te duiden.
terug naar de woordenlijst O
terug naar het weblog
^