orgaan


De etymologie van het Latijnse woord 'organum' (werktuig, instrument, orgel) leidt rechtstreeks terug naar het Oudgrieks en uiteindelijk naar een oeroude Indo-Europese wortel, die te maken heeft met 'werk'.
De historische opeenvolging is:
- Oudgrieks: het Latijnse organum is een rechtstreekse leenvertaling van het Griekse woord ὄργανον (órganon). Dit betekende 'werktuig', 'gereedschap', 'zintuig' of 'muziekinstrument'. Letterlijk vertaald betekende het 'dat waarmee men werkt' [een tuig om mee te werken].
- Proto-Indo-Europees: het Griekse woord is op zijn beurt afgeleid van de Proto-Indo-Europese wortel *werǵ-, wat 'doen' of 'maken' betekent. Dit is dezelfde wortel waar ook het Nederlandse woord 'werk' en het Engelse 'work' vandaan komen.

Betekenisontwikkeling
In het Latijn behield organum in eerste instantie de brede Griekse betekenis van een mechanisch hulpmiddel of instrument. In de loop der tijd splitste de betekenis zich in de Europese talen op in twee specifieke richtingen:
1. Biologisch: het werktuig van het lichaam: een orgaan [zoals de hersenen, die door de menselijke geest als een werktuig worden gebruikt om het lichaam te besturen].
2. Muzikaal: het instrument bij uitstek - het orgel -, evenals de vroege middeleeuwse vorm van meerstemmige zang, die bekendstaat als het organum.

Bron: GoogleAI


terug naar de woordenlijst O

terug naar het weblog







^